Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

CHARLES ANNEESSENS ( 1835-1903)

Tournai / Doornik

De familie Anneessens komt oorspronkelijk uit Brussel, waar gildedeken Frans Anneessens in 1719 wordt onthoofd als represaille voor een protestactie van de wevers uit de Marollen. Zijn achterkleinzoon Johan, die in 1769 in Brussel het leven ziet, is chirurg-verloskundige. Na de komst van de revolutionaire Fransen wordt hij opgeroepen voor dienstplicht in het kamp van Londerzeel. Daar zal hij zich later ook vestigen en wordt zijn zoon Pieter op 3 november 1810 geboren.

Na de val van Napoleon Bonaparte keert het gezin Anneessens terug naar Brussel. Daar is Pieter waarschijnlijk in dienst getreden van de Brusselse orgelbouwer Johan Smets en heeft zo het vak geleerd. Smets heeft de kerkfabriek van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Ninove als klant om een groot onderhoud met herstelwerkzaamheden aan het orgel uit te voeren. Het is bekend dat Pieter de uitvoering van die opdracht voor zijn rekening neemt. Wanneer Johan Smets op 18 april 1837 in Zaventem overlijdt, heeft Pieter Anneessens zich al vijf jaar als zelfstandig orgelbouwer gevestigd in Ninove, waar hij intussen ook getrouwd is. Dat huwelijk zal hem vijf kinderen geven. Wanneer zijn vrouw in 1877 sterft, vergaat het Pieter de zin om verder te werken en de lust om te leven. Vanaf 1880 houdt hij zich enkel nog bezig met kleine reparaties aan orgels en in 1885 levert zijn oudste zoon Charles in Pamel het laatste orgel af waaraan Pieter heeft gewerkt.

Intussen heeft die in 1835 geboren zoon Charles Anneessens wel reeds in 1865 zijn eigen bedrijf opgericht in de Adamstraat in het nabije Geraardsbergen. Als jongeman is hij in Ninove zelf organist geweest in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, maar nu beperkt hij zich niet tot het bouwen en herstellen van orgels, maar houdt hij zich ook bezig met harmoniums en piano’s. De faam van de firma zorgt voor een toestroom van opdrachten uit zowel België als Frankrijk en elders in Europa. Omdat de Franse douanebepalingen het bijna onmogelijk maken om daar nieuwe kerkorgels te leveren, wordt er in 1883 een vestiging opgezet in Halluin, een plaats juist over de Belgisch-Franse grens aan de Leie. Dat zal spoedig het hoofdbedrijf worden en het Geraardsbergse atelier zal verhuizen naar Menen, de stad die tegenover Halluin op de Belgische Leie-oever ligt.


Charles Anneessens en zijn zoons hebben bekendheid gegeven aan het pijpensysteem dat Antoine Moitessier rond 1850 heeft uitgevonden. Dit systeem brengt ventielen en registers in werking door middel van samengeperste lucht die door pijpen van koper, lood of zelfs stevig karton wordt geleid en die een kleine blaasbalg vult of een zuiger aandrukt wanneer je een toets aanslaat of wat men de spelen noemt. Dit systeem is later in onbruik geraakt om vervangen te worden door een veel soepeler mechanisch systeem.


De zaken gaan voorspoedig en Charles Anneessens ontwikkelt ook een nieuw orgel dat op elektriciteit werkt en via drie klavieren beschikt over 36 spelen. Het is van uitzicht een romantisch instrument, maar het zal helaas nooit aan de buitenwereld worden getoond, want een grote brand in 1880 vernielt een groot deel van het bedrijf. En nog erger, Oscar, een van de drie zoons van Charles, raakt hierbij voor zijn leven gehandicapt.


Op de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1885 is Anneessens toch aanwezig met een elektrisch orgel, maar hij is daar niet meer de eerste in dit domein. Als bovendien blijkt dat bij dit type orgels defecten ontstaan door oxidatie van de contactpunten – iets waartegen in die dagen geen remedie bestaat – keert Charles terug naar de mechanisch aangedreven orgels. Hij doet ook onderzoek naar pneumatische orgels en ontdekt in 1890 een systeem dat beter is dan alles wat er tot dan toe op dit gebied bestaat, doordat het veel directer reageert op de aanslag van een toets. Hoewel in die dagen pneumatische orgels een slechte reputatie genieten, gaat dat niet op voor de instrumenten van Anneessens, maar toch blijft hij zich vooral met mechanische orgels bezighouden. Op het hoogtepunt van de productie in 1894 worden er 23 orgels afgeleverd, waarvan er vijf uitgerust zijn met drie klavieren. De productie gebeurt met behulp van stoommachines en ook de orgelpijpen en pianosnaren worden in eigen bedrijf vervaardigd, waar dan meer dan honderd arbeiders werken. De Anneessensorgels vinden hun weg ook naar verre bestemmingen als Algerije en Australië.


Op een reis langs de Franse Middellandse Zeekust overlijdt Charles Anneessens op 2 februari 1903 in Cannes. Zijn drie zonen Paul, Oscar en Jules zijn op dat moment allemaal actief in het bedrijf. Maar na de dood van Charles verlaat de in 1870 geboren Paul de zaak, terwijl Oscar – geboren in 1873 - voor zichzelf zal beginnen in Kortrijk. Het is dus de op 15 november 1876 geboren jongste zoon Jules die het bedrijf van pa overneemt. Zijn eerste bestelling komt uit Rome, waar hij een orgel mag leveren voor de San Silvestrokerk in Capite in 1905. Dat betekent het begin van een hele reeks bestellingen uit de Italiaanse hoofdstad en Jules mag zich dan ook officieel ‘Leverancier van de Paus’ noemen. Maar wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt komen Halluin en Menen in de frontlijn te liggen en moet Jules zich in veiligheid brengen door naar Tildonk te verhuizen. Daar wordt op 16 augustus 1917 zijn zoon Paul geboren. Wanneer hij in 1919 naar Menen terugkeert, blijkt het bedrijf grotendeels vernield te zijn. De firma wordt terug opgebouwd, maar intussen zijn veel oud-medewerkers zelf begonnen met het bouwen van orgels of het fabriceren van pianosnaren, zowel in België als in Frankrijk. Inmiddels is ook zoon Paul in het bedrijf gekomen. Wanneer Jules zich in 1948 terugtrekt zal Paul de firma nog voortzetten tot in de jaren 1970. Als hij op 28 november 1976 in Roeselare overlijdt komt Anneessens in andere handen, namelijk die van de Nederlandse orgelbouwfamilie Andriessen met eerst Pieter Andriessens en wanneer die in 2000 overlijdt, zijn zoon ingenieur Paul Andriessens, die vandaag het orgelatelier leidt onder de naam Andriessen Orgelbouw Anneessens b.v.b.a. Het bedrijf is wel verhuisd naar Moorselestraat 79 in Rekkem, een plaatsje nabij Menen en dus ook niet ver van de Franse grens.


Charles’ voor zichzelf begonnen zoon Oscar weet in Kortrijk een orgelbedrijf uit te bouwen tussen 1919 en 1927. Maar hij vindt een tragisch einde in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, wanneer hij in de nacht van 20 op 21 juli 1944 omkomt bij het bombardement dat de geallieerden op Kortrijk uitvoeren.