Frits Schetsken Antwerpen Quartier Latin

HSP
DEN BOTANIEK Leopoldstraat 24. Ontstaan uit de moes- en fruittuin van het Sint-Elisabethgasthuis, maar sinds 1926 openbaar groen, waar je elk seizoen een groot aantal bloemen en planten kan bewonderen. Het restaurant dat je zojuist gepasseerd bent, is de oude hovenierswoning in Zwitserse chaletstijl, die stadsbouwmeester Pieter Dens in 1866 heeft gebouwd. Op het grasveld staat sinds 24 oktober 1996 het standbeeld van Peeter van Coudenberghe, dat al van 1861 dateert en intussen al een en ander heeft meegemaakt. Peeter zelf was een 16de-eeuwer, die als apotheker een eerste plantentuin aanlegde, wat zijn aanwezigheid hier verklaart. Nabij de vijver zie je Greening II, waar een man zich in vijf etappes uit het gazon los lijkt te maken. Het is een kunstwerk van Monique Donckers uit het Antwerpse district Berchem. Een perk verderop een bijenhotel, waar solitair levende bijen hun nest kunnen maken. Rechts achteraan is in 1912 een schuttersgalerij uit de periode 1620 tot 1660 heropgebouwd. Die was achter een huis in de nabije Arenbergstraat bewaard gebleven. Het is een galerij van de Sint-Joriskruisboogschutters - ofwel Oude Voetbooggilde -, die hun oefenterrein aan de toen nog onbestaande Arenbergstraat hadden, op zogenaamde raamhoven, waar de volders hun lakens (grote stukken geweven wol) opspanden, wanneer zij de draden tot een dichte stof hadden doen krimpen. Rechts naast de Schuttersgalerij leidt een poortje naar de Prairietuin. Een onderhoudsvriendelijke tuin waarin de vier seizoenen zichtbaar zijn. Deze tuin van 335 m² is gerealiseerd najaar 2008 door plantenkwekerij Jan Spruyt-Van der Jeugd uit Buggenhout. Alle planten wortelen diep en hebben weinig water nodig en geen extra mest. Onkruidbestrijding gebeurt met de hand en om onkruidvorming tegen te gaan is de bodem met lavakorrels bedekt. Verlaat Den Botaniek langs de plantenserre en de daarop aansluitende uitgang naar de Leopoldstraat. Kijk op de muur nog naar de rij koperen lantaarns uit smederij Van Aerschot. Sla dan linksaf, de Leopoldstraat in en kruis de Arenbergstraat. Kijk recht vooruit en omhoog, dan zie je twee 'spoken' van Albert Szukalski op het dak van een huis. Waar de Leopoldstraat overgaat in de Komedieplaats staat een echt monument: BOURLASCHOUWBURG Komedieplaats 18. Op de plaats van een 16de-eeuwse verkoophal voor tapijten is hier tussen 1827 en 1834 een prachtige schouwburg verrezen, genoemd naar zijn ontwerpen Pierre Bruno Bourla. Als je binnen kan, stap dan de rotonde in en bekijk de plafondschildering van Jan Van Riet. Vergeet ook niet omhoog te kijken aan de buitenzijde, waar borstbeelden van toneelschrijvers en componisten wachten op inspiratie van de muzen boven hen op de dakrand. Wachthuisje Voor het gebouw staat nog een laatste bewaard belle-époque wachthuisje voor tramreizigers. Maar het heeft zijn functie verloren, sinds de trams zijn omgelegd via een parallelstraat. Links van de Bourlaschouwburg ga je naar rechts door de Kelderstraat. De naam herinnert aan de vroegere bergkelders van de tapijthandelaars in het Tapissierspand. UITZUIPCAFÉS Vandaag zie je rondom de Bourlaschouwburg veel winkels. Maar tot eind twintigste eeuw stond de wijk bekend voor zijn uitzuipcafés. Dat waren gelegenheden waar animeermeisjes de klanten moesten aanzetten tot verteer. In ruil voor de 'coupkes' - brede kelkglazen - kreeg de klant dan luchtige conversatie en charmant gezelschap. Zo'n 'coupke' bevatte voor de klant duur betaalde champagne, de meisjes kregen vaak koude thee in hun glas, die uiteraard wél als champagne werd aangerekend. Er kon eventueel ook tot intiemer contact worden overgegaan in een kamer boven het café, maar dat was in vele gevallen niet direct het doel van wie zo'n café bezocht en de meisjes waren er ook niet toe verplicht. Daar lag een belangrijk verschil tussen zo'n animeermeisje en een prostituée uit het Schipperskwartier - de echte 'rosse buurt'. Zo'n uitzuipcafé was ook niet echt obscuur en de klanten waren dikwijls gekende burgers, die 'voor' en 'na' elkaar ontmoetten in een nabijgelegen 'deftig' café. Uitzuipcafés hebben hier bestaan tot in de jaren 1980.. Napoléon Bonaparte heeft een eigen systeem bedacht om het vertier in kaart te brengen. Hij kende de 'cabarets' - zoals elke drankgelegenheid toen werd genoemd - allemaal een cijfer toe. Naarmate het cijfer steeg, daalde het allooi van de instelling. De meest louche gelegenheden droegen het nummer 12, in het Frans cabaret douze. In Antwerpen wordt zo'n schimmige gelegenheid daarom nog steeds aangeduid als een 'cabardoeske'. Aan het eind van de Kelderstraat even naar rechts en je staat op de GRAANMARKT Vandaag een stukje van de wijd en zijd bekende zondagsmarkt, die zich verder uitstrekt langs de Maria Pijpelinckxstraat over de aangrenzende Oude Vaartplaats, het Theaterplein en het Blauwtorenplein tot tegen de Frankrijklei. Nederlanders spreken steeds over de 'Vogeltjesmarkt', maar de juiste naam is Vogelenmarkt. Het gaat niet over kanariepietjes in een kooitje, maar over kippen, eenden, kalkoenen en ganzen voor op tafel. Zeg maar pluimvee, in goed Vlaams 'vogelen', die hier voorheen ook werden verkocht. Dé attractie van de markt zijn echter de standwerkers, die met hun radde verhalen inspelen op het kijkpubliek. Jaarlijks wordt er onder hen een koning en een koningin van de Vogelenmarkt gekozen. Projectontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke Bekijk de Graanmarkt en je ziet een rechthoekige vorm en straten die daar loodrecht op uitkomen, alles oogt regelmatig. Dit is geen spontaan ontstane markt, zoals je die in allerhande soorten rond de kathedraal aantreft, maar een goed gepland geheel. Daar is Gilbert Van Schoonbeke voor verantwoordelijk, een man die leeft in de 16de eeuw. Hij is wat we vandaag een projectontwikkelaar zouden noemen. Gilbert koopt hier in 1551 de oefenvelden van de middeleeuwse schuttersgilden en terreinen waarop ten tijde van de lakenhandel de spanramen van de volders hebben gestaan, zogenaamde raamhoven. Die lakennijverheid is dan aan het wegkwijnen, de schuttersgilden zijn door de komst van geavanceerd wapentuig tot gezelligheidsverenigingen gedegradeerd. Om de gronden op te waarderen, stelt hij het stadsbestuur voor de handel in granen te verplaatsen van de smalle Oude Koornmarkt nabij het stadhuis, naar dit ruimere plein. Hij zorgt door de bouw van het Tapissierspand voor een extra economische injectie, trekt straten rondom en verkavelt de gronden in bouwpercelen. Die zijn in trek door de nieuwe pleinfuncties, dus kassa! In de 16de eeuw vindt geleidelijk aan de overgang van gerst naar tarwe als basisproduct voor brood plaats. Doordat gerst weinig gluten bevat, geeft dat meel een donker, compact en zwaar op de maag liggend soort brood. Tarwebrood blijkt in alle opzichten veel lichter - zowel van kleur, textuur als verteerbaarheid. Die tarwe werd hier dus verhandeld. STANDBEELD VICTOR DRIESSENS De bronzen man op de sokkel is Victor Driessens, die in 1853 voor het eerst door zijn Nederlandstalig beroepstoneel stukken laat opvoeren in het Vlaams. Daarom staat hij terecht met zijn rug naar de Bourlaschouwburg, in Vic's dagen nog de theatertempel van de Franstalige bourgoisie, het Théatre Royale français. Huizen aan de Graanmarkt De drie kleine huisjes met trapgevels aan je linkerzijde dateren nog uit het midden van de 16de eeuw: nr.1 'Grooten Hoeksteen', nr.2 'Sarazynshooft' (nu 'Varkenspoot'), nr.3 'Coperhuys' (nu 'De Duifkens'). Zo moet in de 16de eeuw de hele Graanmarkt er hebben uitgezien. Acteurscafé De Duifkens Het kleine bruine kroegje op nr.3 is van oudsher de stamkroeg van de acteurs die hier in de diverse theaters hun 'ding' doen. In de andere cafés komt vooral het publiek na de voorstellingen in de Bourla, de Arenbergschouwburg en de Stadsschouwburg waar vaak musicals spelen. Jawel, dit is vandaag een theaterwijk. Als je geluk hebt, loop je in 'De Duifkens' op acteur Jan Decleir, bekend als deurwaarder Dreverhaven uit de Oscarwinnende film "Karakter", als beroepsmoordenaar uit "De Zaak Alzheimer" en als de pater familias-vader uit de tv-serie "De Meiden van De Wit". Kijk ook even naar de bebouwing aan de overzijde. Hier zie je twee grote gebouwen samenkomen. Rechts op de hoek met de Sint-Maartensstraat het hoofdkantoor van BUNGE & Cie met bovenaan een wereldbol met de evenaar. Producten uit landen ten zuiden van de evenaar werden hier in het noorden verhandeld. Edouard Bunge, grote ondernemer van Duitse origine, bezit veefokkerijen en plantages in Maleisië, maar is ook zeer actief in Congo Vrijstaat, vrijwel privébezit van koning Leopold II. Bunge zorgt dat Antwerpen de wereldmarkt in ivoor wordt en later ook een eerste plaats inneemt bij de handel in rubber. Daaruit is de beursgenoteerde firma Sipef voortgekomen, die plantages voor palmolie en rubber beheert, o.a. in Indonesië. Leeuwenkoppen boven de ramen aan de Graanmarkt, maar let ook op de monsterkoppen meer onderaan bij de lagere ramen. Aan de hoofdingang op de hoek met de Arenbergstraat zie je boven de toegangsdeur twee kindertjes musiceren, al spelen ze vandaag voor Essentiel. Het enorme gebouw aan de Graanmarkt was de BANQUE DE L’UNION ANVERSOISE, opgericht in 1910 door de Banque Belge des Prêts Fonciers, gesticht in Rio de Janeiro in 1899 door o.a. Hector Carlier en jawel, Edouard Bunge. Architect Emile Vereecken tekent voor beide gebouwen, voor zijn helper, de 29-jarige Max Winders, zou dit zijn eerste bankproject worden, nadien gevolgd door vele andere. Maar Max was dan ook getrouwd met de dochter van een directeur van de Nationale Bank van België. Beide gebouwen in beaux-arts stijl , voor de bank geldt nog de specificatie Petit Palaisstijl, omdat dit tentoonstellingsgebouw in Parijs, gebouwd voor de Exposition Universelle van 1910, net zo’n koepel heeft. In 1913 mogen de kinderen bovenop het gebouw hun gang gaan, terwijl onder de koepel financiers hun vergaderingen houden. Aan het andere eind van de Graanmarkt slaan we voor de Stadsschouwburg linksaf, de Maria Pijpelinckxstraat in. We beginnen duidelijk Rubens te naderen, Maria was zijn moeder. BELGIË AAN DE ARBEID Maria Pijpelinckxstraat. Tegen de zijwand van de Stadsschouwburg hangt dit in brons geslagen paneel van beeldhouwer Oscar Jespers. Het dateert uit 1937 en is daarmee uit zijn latere periode. Hoewel Jespers tot de gangmakers van het expressionisme in België behoort, kom je weinig werk van hem tegen op openbare plekken. Het meeste bevindt zich in privécollecties en musea. Hier zie je onder meer scheepvaart, visserij, landbouw, metaalbewerking en industrie afgebeeld in een reeks kaders, die door twee stevige figuren à la Permeke worden getorst. Oscar Jespers behoorde tot de kring waarvan ook Paul van Ostaijen deel uitmaakte. Voor diens bundel De Feesten van Angst en Pijn heeft hij de tekeningen en houtsneden gemaakt. Oscar is ook de laatste kunstenaar die Van Ostaijen nog levend heeft gezien in het sanatorium van het Waalse Miavoye.
ETAPPE 3 : DEN BOTANIEK t/m BELGIË AAN DE ARBEID
Szukalski, Twee spoken - (c) foto: André Bongers Wachthuisje - (c) foto: André Bongers Hoofdkwartier Bunge - (c) foto: Vera Seppion
etappes 1 2 3 4