Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

BAUHAUS

Groothertog Carl Alexander von Sachsen-Weimar Eisenach is een kunstlievend man. Hij sticht in 1860 een kunstopleiding in Weimar, waaruit de succesrijke Weimar schilderschool ontspruit, die zich vooral laat inspireren door de landschapsschilders van Barbizon. Wanneer Carl Alexander in 1901 overlijdt, is de fut er wat uit en zijn opvolger groothertog Wilhelm Ernst trekt de Belg Henry Van de Velde aan om in 1908 de Großhertoglich-Sächsische Kunstgewerbeschule te gaan leiden. Daarnaast bestaat ook een Weimarer Bildhauerschule. Beiden worden vanaf 1910 samengevoegd onder de naam Großhertoglich-Sächsische Hochschule für Bildende Kunst in Weimar, geleid door Fritz Mackener.


Na de Eerste Wereldoorlog wordt op aanraden van Van de Velde de Berlijnse architect Walter Gropius tot nieuwe directeur van die Groothertogelijke kunstschool benoemd. Het duurt dan niet lang of Gropius verandert de naam van de school in  Staatliches Bauhaus Weimar, een hogeschool voor architectuur en toegepaste kunsten. Naar het voorbeeld van de middeleeuwse bouwloods streeft de nieuwe directeur naar de eenheid van alle kunsten onder leiding van de architectuur, zodat kunstenaars een opleiding krijgen die hen in staat stelt om ook vakbekwaam in de toegepaste kunsten actief te zijn. Daarom begint de opleiding voor alle studenten met een basiscursus die hen inzicht bijbrengt in kleur, vorm en materiaal. Verder is er daarna een grote verscheidenheid aan vakken: architectuur – met als docent Ludwig Mies van der Rohe, muurschildering – met als docent Vassily Kandinsky, glasschilderen – met als docent Paul Klee, beeldhouwen, pottenbakken, grafiek, metaal bewerken – met als docent Laszlo Moholy-Nagy, toneel, film, choreografie, interieurdesign – met als docent Marcel Breuer, weven, muziek, fotografie … De school geeft zelf boeken uit in de serie Bauhausbücher, heeft een eigen tijdschrift en neemt deel aan tentoonstellingen. Door dit alles wordt de naam Bauhaus spoedig alom bekend. Voor design is de opleiding baanbrekend.


De regering van de Duitse deelstaat Thüringen, waarin Weimar ligt, is echter een van de tegenstanders van de opleiding. Daarom besluiten Gropius en zijn leraren in 1926 om naar Dessau te verhuizen in door Walter Gropius zelf ontworpen schoolgebouwen, die met veel staal en glas een visitekaartje van het modernistische bouwen worden. Er hoort een hele wijk bij met onder meer huizen voor leraren in Dessau-Törten. Van 1928 tot 1930 neemt de Zwitserse architect Hannes Meyer het directeurschap op zich, om in 1930 afgelost te worden door Ludwig Mies van der Rohe. Wanneer in de staat Anhalt, waar Dessau toe behoort, in 1932 de National Sociale Partei de macht overneemt, verhuist het Bauhaus nogmaals, nu naar Berlijn. Daar wordt de school een jaar later gesloten door de nazi’s. Gropius, Moholy-Nagy en Mies van der Rohe wijken daarop uit naar de Verenigde Staten.


Op architecturaal vlak sluiten de ideeën van het Bauhaus nauw aan bij de functionele opvattingen van het Moderne Bouwen. Dat betekent een architectuur waarin de functie de vormgeving van een gebouw bepaalt en niet wordt teruggegrepen naar stijlen uit het verleden.


Nadat architect-vormgever Henry Van de Velde enige tijd les gegeven heeft aan het Bauhaus, wordt hij in België directeur van de onder zijn impuls opgerichte hogeschool van Terkameren, beter gekend als La Cambre, waar hij vanaf 1928 een veelzijdige opleiding opzet naar het voorbeeld van Bauhaus, met eveneens bekende kunstenaars en specialisten als leraren.


Bauhaus-architectuur (onvolledig)



1923

Haus am Horn, Am Horn 61, Weimar (Duitsland).

Georg Muche en Walter March.

1925-1926

Bauhaus, Gropiusallee 38, Dessau (Duitsland).

Walter Gropius.

1925-1926

Meisterhäuser, Siedlung Dessau-Törten (Duitsland).

Walter Gropius – woningen voor Bauhaus-leraren.

1925-1931

Van Nellefabriek, Schuttevaerweg 184, Rotterdam (Nederland).

Johannes Brinkman en Leendert van der Vlugt – nu design/mediabedrijven.

1926-1927

Stahlhaus, Südstrasse 5, Siedlung Dessau-Törten (Duitsland).

Georg Muche en Richard Paulick.

1927

Haus Fieger, Südstrasse 6, Siedlung Dessau-Törten (Duitsland).

1927-1932

Zeche Zollverein, Gelsenkirchestrasse / Fritz Schupp Allee, Essen (Duitsland).

Fritz Schupp en Martin Kremmer – industrieel complex en kolenmijn.

1928

Konsumgebäude, Am Dreieck 1, Siedlung Dessau-Törten (Duitsland).

Walter Gropius – kaartverkoop bezoek Siedlung en Bauhaus.

1929-1930

Laubenganghäuser, Peterholzstrasse 40-48-56, Dessau-Rosslau (Duitsland).

Hannes Meyer – vijf gebouwen met 90 woningen.

1976-1979

Bauhaus-Archiv, Klingelhöferstrasse 14, Berlijn (Duitsland).

Naar ontwerp van Walter Gropius uit 1964, Alex Crijanovic en Hans Bandel.

Diversen rond Bauhaus

1823

Bauhaus Museum, Theaterplatz 1, Weimar (Duitsland).

C.W. Coudray – in oude remise tegenover theatergebouw.

1904+1911

Kunstgewerbeschule, Schwister-Scholl-strasse 8, Weimar (Duitsland).

Henry Van de Velde, schoolgebouw in Jugendstil.