Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

BERG VAN BARMHARTIGHEID

De torenhoge woekerrente die de lombarden eisen, zijn niet echt dienstig voor een soepel kredietsysteem voor de modale burger. Daarom gaan steeds meer overheden ingrijpen via eigen instellingen. In Italië worden vanaf de tweede helft van de 15de eeuw openbare pandhuizen opgezet, de zogeheten Monti di Pietà, waar gratis of tegen een geringe interest geld wordt geleend op onderpand. Buiten het Middellandse Zeegebied is de in 1534 in Ieper geopende Leenbeurze het eerste openbare pandhuis. Daar wordt gratis geleend, evenals vanaf 1573 in Brugge en vanaf 1610 in Rijsel.


Van een ruimere opzet zijn de Montes Piëtates, ofwel Bergen van Barmhartigheid, waarmee bij ons in de eerste helft van de 17de eeuw Wenzel Cobergher uitpakt. Tijdens een bezoek aan Italië heeft deze hofarchitect van de aartshertogen Albrecht en Isabella met het daar in zwang zijnde systeem kennis gemaakt. Hij krijgt van de vorsten toestemming om in diverse steden van de Zuidelijke Nederlanden dergelijke overheidsinstellingen op te richten, waar aanmerkelijk lagere rentepercentages worden gevraagd dan bij de particuliere pandhuizen, namelijk 15% in het eerste en 12% vanaf het tweede jaar. Om aan het nodige startkapitaal te raken, worden rentebrieven à 6,25% uitgegeven.


Cobergher sticht tussen 1618 en 1634 een netwerk van 15 openbare leenhuizen. Als eerste komt er in 1618 een Berg van Barmhartigheid in Brussel, twee jaar later volgen Antwerpen en Mechelen. Na Gent (1622) komen Arras/Atrecht (1624), Tournai/Doornik (1625), Mons/Bergen (1625), Valenciennes (1625), Cambrai/Kamerijk (1625), Brugge (1628), Lille/Rijsel (1628), Douai/Dowaai (1628), Namen (1629), Kortrijk (1630) en Bergues/Sint-Winoksbergen (1633) aan de beurt. Daaraan worden in 1665 Ieper en in 1782 Leuven nog toegevoegd en in andere Zuid-Nederlandse steden wordt het initiatief door particuliere personen overgenomen met behulp van de stadsmagistraat.


Vanaf 1688 kan er zelfs tegen een geringere interest een hogere som worden geleend. De rentevoet van 15% blijft evenwel gelden voor bedragen van minder dan 300 gulden tot eind 18de eeuw.


De door Coberger ontwikkelde beleentechniek vindt onder meer navolging in Parijs en van daaruit in heel Frankrijk. Het kost Wenceslas echter aanvankelijk veel moeite zijn plannen te verwezenlijken, omdat zowel van kerkelijke zijde als vooral van de zich bedreigd wetende lombarden, hevig verzet rijst. De lombarden schakelen zelfs Jean de Lillers als hun vertegenwoordiger in, om van de professoren aan de universiteiten te Douai, Leuven en Parijs doctrinaire veroordelingen van dit project te krijgen. Dat lukt hen aanvankelijk, maar Cobergher heeft zich weten te verzekeren van het episcopaat van de Zuid-Nederlandse kerkprovincie, waarbij de bisschoppen achter zijn ideeën staan.


Paus Leo X heeft in 1515 in het kader van het vijfde Lateraanse Concilie de bul "Inter multiplices" uitgevaardigd, die volgens vele theologen het vragen van een redelijke interest toestaat. De in Brecht geboren Lenaert Leys, die in Leuven als professor Leonardus Lessius moraaltheologie onderwijst, is een van Coberghers grootste pleitbezorgers.


Het enige 'pandjeshuis' dat momenteel nog werkt, bevindt zich in de Sint-Ghisleinstraat in de Brusselse Marollen, waarvan het gebouw in 2002 gerestaureerd is.