Suzanne Binnemans uit omwille van het bloed
© Het Stille Pand (2006-2025) 
© Het Stille Pand (2006-2026) 
Alvorens Suzanne Binnemans haar roman Scheidslijnen het licht liet zien publiceerde ze eerst Omwille van het bloed, een bundeling verhalen en gedichten. De thematiek spitst zich toe op de relatieproblemen tussen mensen onderling, maar vooral tussen de twee sexen. Eenzaamheid is daarin een steeds weerkerend gegeven en alles wordt teruggebracht tot de essentie waardoor het werk inhoudelijk zeer kompakt is. Onderstaande gedichten werden opgenomen in Ahasversus, tijdschrift van het A. Vermeylenfonds Gent (maart 1994) en geÎllustreerd met werken van Cel Overberghe en Elie Elia.
© illustratie: Elie Elia
Zij heeft de vader gezien als een dronken zeeman stuurloos zwarvend mijlenveer van huis steikkend in zijn eigen braaksel. Jaren later weet ze nog steeds niet waar zijn schaamte ligt. Niemand vaarde mee met hem het was een droeve reis opgesloten in een zinkend schip - zelden was er kalme zee. Hij heeft nooit om hulp geroepen ondanks de laster en de pijn onder zijn bevende ledematen - alleen uit onmacht riep hij even. Ik kan niet zijn dochter zijn niet van zijn lichaam denkt ze hij had mij immers niet verlaten - al was het maar omwille van het bloed. Maar als ze in de spiegel kijkt ziet ze zijn ogen, de strakke trek rond neus en mond - ze vraagt zich af wat hen ooit samenhield. Wellicht was het de schimmel zelf die hen verbonden hield de troebele ogen, zijn reikende hand wanneer hij meer dan eens vertrok. Laat me maar, zij hij telkens en zijn onmacht werd haar woede ze beet haar nagels stuk en krabde daarna in haar vel opdat ze oprecht voelen zou hoezeer hij wel gevangen zat.
Soms kruipt ze verder steeds dieper onder de dekens hopend dat hij inslaapt alvorens hij de trap bereikt. Ze herkent de geur van bier gemorst op kleren, huid en haar (ze weet nog dat ze blij was als hij ‘s ochtends stil zijn koffie dronk) Toen hij nog jonger was ging alles maar aan hem voorbij elke dag was anders en niets bleef langer dan de dag zelf. Spijt doet hem nu rillen koude dringt door tot op het bot. De onzichtbare wankele vader veeleer een brave buur kon ze hem maar aanraken even met haar vingertoppen tasten hoeveel nog van hem over is. Niemand kan begrijpen zij kan alleen maar raden hoeveel hij heeft geleden onder de heerser in z’n lijf. Angst huist in zijn hoofd achter z’n ogen in z’n nooit te stillen dorst in zijn eigen zieke cel. Er is te weinig afstand tussen hen en soms te veel wat hij voelt, tast ook haar aan zij is zijn zieke kind. Nooit zal zij hem loslaten.