Suzanne Binnemans
uit omwille van het bloed
Alvorens Suzanne Binnemans haar roman Scheidslijnen het licht liet zien publiceerde ze eerst Omwille van het bloed, een bundeling verhalen en gedichten.
De thematiek spitst zich toe op de relatieproblemen tussen mensen onderling, maar vooral tussen de twee sexen. Eenzaamheid is daarin een steeds weerkerend gegeven en alles wordt teruggebracht tot de
essentie waardoor het werk inhoudelijk zeer kompakt is.
Onderstaande gedichten werden opgenomen in Ahasversus, tijdschrift van het A. Vermeylenfonds Gent (maart 1994) en geÎllustreerd met werken van Cel Overberghe en Elie Elia.
Zij heeft de vader gezien
als een dronken zeeman
stuurloos zwarvend
mijlenveer van huis
steikkend in zijn eigen braaksel.
Jaren later weet ze nog steeds niet
waar zijn schaamte ligt.
Niemand vaarde mee met hem
het was een droeve reis
opgesloten in een zinkend schip -
zelden was er kalme zee.
Hij heeft nooit om hulp geroepen
ondanks de laster en de pijn
onder zijn bevende ledematen -
alleen uit onmacht riep hij even.
Ik kan niet zijn dochter zijn
niet van zijn lichaam denkt ze
hij had mij immers niet verlaten -
al was het maar omwille van het bloed.
Maar als ze in de spiegel kijkt
ziet ze zijn ogen, de strakke trek
rond neus en mond - ze vraagt zich af
wat hen ooit samenhield.
Wellicht was het de schimmel zelf
die hen verbonden hield
de troebele ogen, zijn reikende hand
wanneer hij meer dan eens vertrok.
Laat me maar, zij hij telkens
en zijn onmacht werd haar woede
ze beet haar nagels stuk
en krabde daarna in haar vel
opdat ze oprecht voelen zou
hoezeer hij wel gevangen zat.
Soms kruipt ze verder
steeds dieper onder de dekens
hopend dat hij inslaapt
alvorens hij de trap bereikt.
Ze herkent de geur van bier
gemorst op kleren, huid en haar
(ze weet nog dat ze blij was
als hij ‘s ochtends stil zijn koffie dronk)
Toen hij nog jonger was
ging alles maar aan hem voorbij
elke dag was anders en niets
bleef langer dan de dag zelf.
Spijt doet hem nu rillen
koude dringt door tot op het bot.
De onzichtbare wankele vader
veeleer een brave buur
kon ze hem maar aanraken
even met haar vingertoppen tasten
hoeveel nog van hem over is.
Niemand kan begrijpen
zij kan alleen maar raden
hoeveel hij heeft geleden
onder de heerser in z’n lijf.
Angst huist in zijn hoofd
achter z’n ogen in z’n
nooit te stillen dorst
in zijn eigen zieke cel.
Er is te weinig afstand
tussen hen en soms te veel
wat hij voelt, tast ook haar aan
zij is zijn zieke kind.
Nooit zal zij hem loslaten.