Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

MARGUERITE BROUHON (1922-2004)

Virton

Een van de meest kleurrijke figuren in het Virtonse artistieke milieu wordt op 17 juni 1922 in de Gaumse hoofdstad geboren in een voor kunst gevoelig gezin. Vader Eugène Brouhon is zowel leraar Frans (in Wallonië dus ‘vaderlandse taal’) aan het Koninklijk Atheneum als ook dichter en haar ouders hebben familiebanden met Nestor Outer, de beroemdste onder de lokale kunstenaars van zijn tijd en gewaardeerd tot ver buiten de streek. Marguerites kinderjaren kennen dan ook een gelukkige start, waar in 1935 abrupt een eind aan komt wanneer haar vader overlijdt, net 46 jaar geworden. Die verscheurende gebeurtenis zal dan ook blijvend sporen nalaten in haar latere eigen werk, in de vorm van een zoektocht naar het verloren paradijs van haar jeugd.


Al op het atheneum blijkt Marguerite een wat dromerige, gevoelige leerlinge te zijn, met een zin voor avontuur en een hang naar onbedorven schoonheid. Vier jaar na de dood van haar vader, in 1939, verhuist ze met haar moeder naar Brussel. Zij gaat studeren aan de Fernand Coqschool voor sierkunsten en merkt al snel dat ze in alles vooruit is op haar medeleerlingen. Eind 1940 trouwt Marguerite Brouhon, behoorlijk vroeg, op haar 18de. De oorlogsjaren maken het leven niet makkelijk voor Marguerite, in oktober 1940 betrekt ze een atelier aan de Rue Basse, maar om te overleven verkoopt ze haar schilderijen aanvankelijk op de Brusselse rommelmarkten. In 1947 is ze alweer een gescheiden vrouw, maar op artistiek vlak oogt haar toekomst niet zo somber. Ze kan haar werk exposeren in kunstgalerie La Licorne (De Eenhoorn) in Brussel, het begin van een lange reeks tentoonstellingen.


In 1949 begint Marguerite voor het dagblad Le Soir te werken op de kunstredactie, die op dat moment geleid wordt door kunstcriticus Paul Caso. Ze werkt voornamelijk mee aan het illustreren van de kinderpagina’s, wat ze blijft doen tot een herstructurering bij die krant daar een einde aan maakt.

In 1957 verlaat ze Brussel om met een vriend van het moment naar de Franse Midi te vertrekken, wat geen succes wordt. Marguerite reist dan maar alleen naar Parijs, woont daar op goedkope hotelkamers en leidt het bohemienbestaan van veel Parijs artiesten in die jaren. Maar ook dat is niet vol te houden en ze keert na korte tijd terug naar haar geboortegrond, de Gaumestreek, naar Grand Verneuil, een dorp net over de Franse grens tussen Montmédy en Virton waar ze nog in datzelfde jaar 1957 neerstrijkt. Ze noemt haar huis La Moricie en zal er de hall van decoreren met haar eigen werk.


Samen met een nieuwe vriend begint ze in Grand Verneuil een kippenkwekerij, maar dat werk is haar te vermoeiend om daarnaast nog artistiek actief te kunnen zijn, zodat ze ermee stopt. Nog even keert ze naar Brussel terug, waar ze zich aansluit bij het theatergezelschap Rideau de Bruxelles van Claude Étienne, maar in 1959 koopt ze een huis in Virton, waar de rivier de Ton langs de gevel stroomt.


In 1961 hertrouwt Marguerite Brouhon met Francis Meurant en vanaf dat moment leidt ze een actief en vrij bestaan als schilderes met een grote voorliefde voor katten. Ze cultiveert haar vrijmoedigheid en wanneer ze eens te laat op een tentoonstelling van haar werk arriveert en hoort dat er reeds een spreker over haar schilderijen bezig is, roept ze luidkeels: “Je houdt van mijn schilderijen of niet, ze hoeven geen uitleg!” Naast schilderen publiceert ze ook dichtbundels, waarvan de laatste “Pain de coucou” een mooie bloemlezing uit haar literaire oeuvre vormt.


Marguerite Brouhon heeft veel geëxposeerd. Naast tentoonstellingen in het stadhuis van Virton, in galerie Artvision, bij haar thuis of in brasserie Le Chalet tijdens de eindejaarsfeesten, is ze ook steeds goed vertegenwoordigd geweest in Brussel, waar ze schijnbaar toevallig terechtkomt in de galeries Breughel, Cheval de verre, Racines, Vendôme en Albert 1er. In Parijs is haar werk te zien in galerie Jean Camion, in Namen in het Cultureel Centrum en ook in La Glycine, dé ontmoetingsplaats voor kunst en cultuur in Vresse.


In 1970 realiseert Marguerite een fresco op een muur van de eerste verdieping van de hal van het stadhuis van Virton, waarin haar onvervulde verlangens en belangrijke aspecten uit haar leven zijn weergegeven. Ook de Dood is Marguerites levenslange reisgezel geweest, samen met eenzaamheid en melancholie een van de bronnen waaraan haar werk zich laaft, maar dan op romantisch-poëtische wijze verbeeld. Tegenover haar biograaf Joseph Michel – oud-burgemeester van Virton – fomuleert ze het als volgt: “ Als kunstenares doe ik aan  duivelsuitdrijving, ik breng het diepste en meest intense van mezelf naar buiten en vertaal dat naar de buitenwereld. Dat heet echte passie, die je verteert en in vervoering brengt en dat gaat niet zonder lijden.”

Op haar schilderij “Mon jardin en printemps”, is een kattenkerkhof te zien, dat zij zelf in haar tuintje heeft aangelegd aan de oevers van de Ton, bij haar huis. Voor haarzelf maakte beeldhouwer Fernand Tomasi als grafsteen een prachtig ligbeeld, dat na Marguerites dood op 17 april 2004 op haar graf op het kerkhof van Virton is geplaatst. Op de voet van de steen staat als tekst: “Waar wacht je op? Ik ben hier niet.”

In 2022 hoopt de v.z.w. Fabrique d’Artistes Contemporain (FAC) uit Jamoigne een complete catalogus van haar werk uit te kunnen geven naar aanleiding van het eeuwfeest van Marguerites geboorte. Bij de tiende verjaardag van haar overlijden vond in februari 2014 al een hommage-expositie plaats in La Galerie du Comble in Virton.

“ Conseil communal des Chats “   -   Marguerite Brouhon