Jorien Brugmans

Het Stille Pand

galeries

grafiek

poëzie

GRENZEN

Ook mijn tweede dichtbundel  (“grenzen” 2009 ) heeft te maken met het kunstproject “Dijken van Wijven”, al was het alleen maar vanwege de titel. Het thema van dit buitenproject werd opnieuw de drager van mijn nieuwe verzameling gedichten, “grenzen”. De bundel omvat herinneringen, overpeinzingen en projecties op zaken die grenzen “in vraag stellen”. Een groot aantal van de gedichten in “grenzen” vindt zijn oorsprong in een verstild verblijf in een Zunderts klooster. 














invasie


betrad mijn land
zonder pardon
zonder een woord van vrede in zijn mond
mijn taal kon hij niet spreken
noch hoorde hij mijn stil verzet
de grens voorbij, met vaste tred
kwam hij, en zag
en overwon


ontwaarde hem
de horizon voorbij
zo ver, zo ver van mij schoot hij zijn kruit
zijn taal was niet de mijne
voor liefdevolle woorden
was ik doof, van wat ik hoorde
was slechts ruis
bestemd voor mij

bezien elkaar
vanaf de randen
van ons eigen rijk, met gulle hand
verspreiden we geloof
in zekerheid en in elkaar
en raken, in een stil gebaar
van rust, door
vrede overmand

linie van communicatie



“tot hier” was hij
gewoon te zeggen
een lijn van bikkelharde woorden rond zijn mond
“tot hier wil ik de grens verleggen”
en ik  - een kind -
die het niet verstond, die stroom van staal
niet kon vertalen in liefdevol bezorgd zijn


mijn vader op het spoor
tot waar ben ik gekomen?
gestruikeld over bergen van gesproken woord
mijn geest haalde ik open
aan zijn scherpe taal
er wachtte mij geen warm onthaal, geen zachte
blik die me kon helpen weg te dromen


over de grens van
onbegrip trok ik, tot
aan de rand van wat ooit was, en nooit en
nergens vond ik hem
tot ik, gezeten in het gras
van tachtig jaren strijd, het plan bezag dat ons
verbindt en onze grenzen overschrijdt

goede aarde



ik viel in goede aarde
met duizenden kristallen
kwam ik neer op
zachte onderlaag. dit
had ik niet verwacht:
dat men mij welkom heette
en dat mij hier vandaag zo’n
warm onthaal werd toebedacht


zó had het ook gekund:
dat op mijn vlucht van ver
een grens zou zijn waarlangs,
door strijdende fanaten,
mij strengelijk de
wacht werd aangezegd:
“uw komst is niet terecht,
gelieve onverwijld dit lusthof te verlaten.”

maar nee, ik dwarrelde
geruisloos naar benee en
wist me daar geborgen en
verkoren. wellicht is het
de witte tooi die milder maakt
de mens laat zien in mooier waarde
vanmorgen werd ik wederom geboren
ik viel in goede aarde

Ode



als er al ruimte is
binnen de grenzen
van de tijd
dan zoek ik haar
in speels gestoei met woorden
in kracht van taal die meer is
dan het buigend staal
waarmee men zinnen vorm geeft


geef mij een stapeling van stijl
die warmte in zich heeft
die zachtjes zucht onder het broos
gewicht van neergelaten stof
geef me mijn dichters, geef me Kloos
laat Slauerhoff zijn liedjes van verlangen
en voel en voel de golven van Vasalis
laat alles binnen, zolang er taal is,
is er Bloem en Nijhoff en De Coninck


laat ieder mens zijn eigen woning
vol gedachten, vol met vragen
geen woord laat toe dat het gedragen
wordt door letterdictatuur
geef me de kracht
het heilig vuur van grenzeloos verbouwen
aan een muur van zachte klank
waaraan ik levenslang
mij mag beklagen

1   2   3   4   5