Jorien Brugmans

Het Stille Pand

galeries

grafiek

poëzie

KLEINE LEEGTE

Het kunstproject Dijken van Wijven vormde de aanleiding om met  mijn gedichten naar buiten te komen, zowel letterlijk als figuurlijk. Voor dit tweejaarlijkse, Zeeuwse  buitenproject - altijd gerealiseerd op een dijk, fort of dam in de provincie - had ik voor de editie 2006 mijn Zuid-Bevelandse  vrouwen in klederdracht op een prachtige bloemendijk gezet, in betonijzer.
In de vrouwenmutsen verscholen zich de herinneringen in poëzievorm. De reacties waren zo positief dat ik uiteindelijk besloot mijn gedichten te bundelen.

Zo is “kleine leegte” geboren…….



de dijk


wij kwamen daar en bloeiden op onder de bomen.
geen vrouw meer waren wij, wij werden kind.
vol van ons spel en levend nog in dromen,
zo waren wij daar op die dijk gekomen.
zo zorgeloos en levend op de wind.


hoog boven land en water speelden wij, op dijken
die de witte wolken strelen.
we lieten zonder pijn de dag verstrijken.
we waren kind, we kwamen nog maar kijken

en droomden onze dromen, als zovelen.


maar bomen konden ons nog meer vertellen:
het kind in ons verdween, we werden vrouw.
in stijve rokken lieten wij ons vergezellen
door het zwart, lieten ons kwellen
door een macht die alles leiden zou.


het woord, de goddelijke taal
waren als bomen op de dijk, zo strak en
stijf, zo houterig van bouw, zo winters kaal.
konden wij kind zijn  allemaal,
we zouden hier een hemel maken.


Sinds oktober 2014 vormt het gedicht “ruimte” een van de “sprekende gevels” in de poëzieroute van Middelburg. Het is aangebracht op “De Groote Wijnstok”, op de hoek van de Bellinkstraat en de Bierkaai.


de wereld beweegt



de wereld, zij beweegt

en gaat en

staat niet stil bij

zwart en wit.

zij koestert kleur,

gaat over in een

sprankeling van

licht.


en warmte neemt zij

mee en geuren

van  het onbekende

en beminde.

hartverwarmend

dichterbij

brengt ze haar

gezicht.

ruimte



ik was dicht.

stond op een kier,

meer niet.

liet maar mondjesmaat

wat warmte

naar binnen.

tot jij

muren begon te slopen

en grote gaten sloeg:


ruimte


om te ademen

en lief te hebben.

op de dijk



de hoge dijk verdraagt mij zonder klagen,

zijn groene rug biedt onder stil protest

een ligplaats aan mijn moede lijf.

hier wil ik blijven,

op dit hellend vlak van groen

dat mij zal dragen in de tijd

- een eeuwigheid van rust -

om tussen schepen door,

die nimmer anders zagen

dan mijlenverre kust,

de schittering te ontwaren

van licht op het getij.


waar vind ik mooier kijk

op leven dan liggend

op mijn groene dijk?

1   2   3   4   5