Jorien Brugmans

Het Stille Pand

galeries

grafiek

poëzie

OVER VLOED

1   2   3   4   5

Over Vloed


Het kon niet uitblijven: ook mijn derde bundel heeft zijn naam te danken aan het thema van Dijken van Wijven.  Het kunstproject “Over Vloed” 2012 werd gerealiseerd op een gedenkwaardige plaats in Zeeland, in en om het Watersnoodmuseum te Ouwerkerk.
Jaren van verwondering, beschouwing en groei heb ik in deze bundel vastgelegd. In een overvloed aan woorden getuig ik van mijn tekort aan menselijk vermogen om mij en de wereld om me heen in balans te schrijven.








word wakker mens!

ontzwem de droom

van onbekommerdheid,

ontwaak uit zorgeloze

slaap van tijd

neem waar, neem waar!

blijf op de hoogte

van gevaar. laat nimmer los

wat ooit zo diep in

onze ziel gezegeld werd:

hou hoge golven in de gaten!

vergeet de tijd

dat we vergaten

blijf overeind, blijf drijven en

gedragen worden door

een eindeloze zee van vragen:

waarom en wie en waar?


luctor




ooit
vloei
ik voort.
met ieder
wassend tij wordt
mijn verlangen groter,
heftiger, intenser. ik wens
mezelf een tijd, behangen met
papier van eeuwig leven waarop ik
heb geschreven: er is nog meer, het kan
nog beter. ik groei onafgebroken in mijn streven
naar gedroomde en volmaakte tegenwoordigheid.

en dan, op toppen van mijn dagelijks vermogen,
reikt ook mijn overmoed niet verder dan de
ribbels in het zand die vruchteloos de
weg omhoog markeren. mijn land
valt droog, wordt dor. het kan
zich niet verweren tegen
de tanden van de tijd.
en ik, verloren in
getijdestrijd van
eb en vloed,
verander

nooit

over vloed




ik slijt en sleep me
door de tijd, leg hier en
daar mijn stenen neer
in stiller water. geen
ballast meer: gewichtloos
onderweg naar later.
ik vloei van hogerhand
langs oevers van mijn
zachte stroom naar
tergend langzaam polderland,
daar waar ik hulpeloos
mezelf terugvind, loom.
ik voer mij mee naar
groter nat: een eindeloze
zee van zoete wensen en
van dromen. naar einders
waar geen teugel is, geen dijk
of kade om mij in te tomen.
ik golf omhoog en stoot op
kusten van mijn nieuwe rijk
en koester mij in zaligheid
van zon. ik stijg en regen
naar mijn bron: de tijd.


eeuwig




over vloed en eb
en alles wat beweegt daartussenin.
over krimp en rek
en zon en maan
en leven in een stromenland van beelden.
over hebben, zijn
en krijgen, geven.
over wonen aan de waterlijn in weelde,
in voortdurend heen en weer bewegen
over beddingen van goud.

over zachte deining
gaat het,
tussen oevers van een oude stroom
die zich heeft neergelegd bij tijd.
over strijd en
over stroming
en vergankelijkheid.
over eeuwigdurend zeer dat zich
een weg baant naar genezing,
dwars door
een huid van leer naar buiten breekt:
daarover gaat het.


daarover gaat het