Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

CHILDERIC (440-481/482)

Tournai / Doornik

De rond 440 geboren Childeric I volgt in 457 of 458 zijn vader Merovech op als Merovingische koning van de Salische Franken. Met zijn Frankische stam heeft hij zich in Doornik gevestigd, dan de hoofdstad van het Frankische Rijk, op een stuk land dat Childeric in leen heeft gekregen van de Romeinen, die zich nog als onafhankelijke machthebbers in de rest van Gallië weten te handhaven na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk. Hij leeft in die dagen op vreedzame voet met hen. Samen met de Romeinse generaal Aegidius, die vanuit Soissons heerst, verslaat hij bij Orléans de Visigothen - de Westgoten - die proberen om hun domein langs de oevers van de Loire uit te breiden. Na de dood van Aegidius helpt Childeric eerst graaf Paul van Angers om met een gemengde groep van Gallo-Romeinen en Franken de Westgoten definitief te verslaan. Saksische krijgsbendes onder leiding van een zekere Adovacrius bereiken dan de stad Angers. Als Childeric de volgende dag daar opdaagt ontstaat er een gevecht waarbij graaf Paul omkomt, maar Childeric Angers weet te vrijwaren van inname en plundering. Hij achtervolgt de Saksische krijgsbendes naar de eilanden bij de monding van Loire aan de Atlantische kust en brengt ze een nederlaag toe.


In wisselende bondgenootschappen bundelt hij volgens Gregorius van Tours zijn krachten met de Saksische leider Odoacer om een groep Alemannen tegen te houden die Italië willen binnendringen.

Childeric I trouwt in 463 met Basina van Thüringen, een dochter van de koning en koningin van Thüringen. Een huwelijk waar vier kinderen uit voortkomen, waarvan de oudste Chlodovech (Clovis, geboren in 466) zijn vader als koning der Franken zal opvolgen en zich een onuitwisbare plaats in de West-Europese geschiedenis zal verwerven. Dochter Audofleda, geboren in 467, wordt de vrouw van Theodorus de Grote, koning van de Ostrogothen of Oostgoten en leeft tot 511. Over de twee jongste kinderen Lanthilde (°468) en Aboflede (°470) is amper iets bekend.


In 481 overlijdt Childeric I en hij wordt in Doornik begraven, waar zijn graf op 27 mei 1653 wordt ontdekt door een metselaar die reparaties uitvoert aan een huis nabij de Sint-Brixiuskerk. Het graf bevat een groot aantal kostbaarheden, waaronder een ring met de inscriptie CHILDERICI REGIS (“Van koning Childeric”), waardoor het graf geïdentificeerd kan worden.

De schatten uit Chlodovechs graf, ontdekt tijdens de periode van de Oostenrijkse Nederlanden, worden door de Habsburgse gouverneur aartshertog Leopold Wilhelm naar de Habsburgse hoofdstad Wenen gestuurd, nadat hij de vondst in een Latijnse uitgave heeft laten publiceren. De Habsburgse keizer schenkt de schat wat later aan de Franse koning Lodewijk XIV, die er weinig aandacht aan besteed en het geheel in de koninklijke bibliotheek laat bewaren. Nadat die instelling na de Franse Revolutie de Nationale Bibliotheek van Frankrijk is geworden, krijgt Napoleon Bonaparte de schat onder ogen. Hij zoekt op dat moment naar een heraldisch symbool dat de Bourbonse lelie kan vervangen en zijn oog valt op de ongeveer 300 gouden bijen uit de schat van Childerik en hij maakt de bij tot symbool van het Franse Keizerrijk.


In de nacht van 5 op 6 november 1831 wordt 80 kilo kostbaarheden buit gemaakt bij een diefstal uit de bibliotheek, waaronder ook de schat van Childeric. Het merendeel van die buit wordt tot goud omgesmolten, maar enkele stukken worden in de Seine gevonden op de plaats waar ze verborgen waren, waaronder ook twee gouden bijen. We hebben geen precieze inventaris van de schat van Childeric, enkel dankzij een aantal gravures die dateren uit de tijd van de ontdekking en enkele reproducties die voor de Habsburgers zijn gemaakt geven een idee van de diverse voorwerpen. De zegelring van Childeric I met de inscriptie is wel bewaard gebleven en bevindt zich nu in de Monnaie, het Muntgebouw van Parijs.