Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

CHLODOVECH (ca.466-511)

Tournai / Doornik

Rond 466 wordt Chlodovech geboren als zoon van een Salisch-Frankische vorst Childerik I en zijn vrouw Basina van Thüringen. Zijn naam zien we tot op de dag van vandaag terug in Lodewijk en Clovis als populaire naam van deze man wordt dan Louis of Lode. Op zijn 16de  volgt hij zijn overleden vader op in 481.

De Salische Franken leven als stammenverbond op dat moment in een gebied ten westen van de Nederrijn, met name in Taxandrië, tussen de Maas en de Schelde met Doornik en Kamerijk (nu Cambrai in Frankrijk) als voornaamste steunpunten. Clovis heerst niet alleen over de Salische Franken, hij moet zijn macht delen met leiders van andere Salische stammen, waaronder Chararik en Ragnachar. Een ander groot stammenverbond zijn de Ripuarische Franken, die dichter bij de Rijn leven.

Voorheen was het gebied waar de Salische Franken wonen het meest noordelijke deel van Gallië, een gebied dat de Romeinen hadden veroverd op de Galliërs, een Keltisch volk. Na het uiteenvallen van het grote Romeinse Rijk hebben een aantal lokale veldheren hun eigen rijkjes gevestigd in van dat rijk overgebleven delen. Zo heerst Syagrius in het gebied rond Lutetia – het latere Parijs – en Soissons. In het zuiden en zuidwesten van Gallië zijn de Visigothen of Westgoten binnengedrongen, terwijl de Alemannen en de Bourgondiërs het oosten beheersen en Bretagne nog een Keltische enclave aan de westkust is.


Als de Visigothische koning Eurik sterft, maakt Clovis daarvan gebruik om met een verbond van Salische en Ripuarische Franken en Alemannen Syagrius te verslaan bij Soissons in 486. Die laatste vlucht naar de Westgoten, maar zij leveren hem uit aan Clovis, die hem in 487 ter dood laat brengen.

De Franken breiden hun gebied uit tot aan de Loire.

Chararik, een Salisch-Frankische leider die niet heeft meegedaan aan de strijd tegen Syagrius, wordt nu door Clovis aan de kant geschoven en hij laat ook zijn zoons doden, zodat van die kant geen oppositie meer tegen zijn bewind valt te verwachten.


Daarna richt Clovis zijn pijlen op zijn oostelijke buren, de Thüringers. Hij verslaat hen in 491, waarna zij zijn gezag erkennen. Door in 493 met de Bourgondische prinses Clothilde te trouwen, weet Clovis zich ook verzekerd van goede relaties met die oostelijke stammen. Tijdens de Romeinse overheersing heeft het christendom zich stevig kunnen vestigen in de Gallische streken die het dichtst bij Rome liggen en zo is Clothilde christen geworden. Zij probeert haar echtgenoot in 496 over te halen dat voorbeeld te volgen en hun kinderen worden alvast gedoopt. Maar als enkele van die kinderen sterven, is dat voor Clovis geen bewijs van de oppermachtigheid van die christelijke god.

Om op goede voet te blijven met de Ostrogothen, huwelijkt Clovis zijn zus Audofleda uit aan Theodorik de Grote, koning van deze Oostgoten.


Wanneer in 496 de Alemannen de Ripuarische Franken aanvallen, roept hun koning Sigebert steun in van de Salische Franken. Na een moeilijke strijd, waarbij de kansen meemaals keren, overwinnen uiteindelijk de Franken in deze slag nabij Tolbiac – vandaag Zülpich. Kort of langer hierna laat Clovis zich tot het christendom bekeren, want het is totaal onzeker in welk jaar dat gebeurde, waarbij de jaartallen variëren van 497 tot 508. Volgens de legende nadat hij tijdens deze slag eerst Wodan had aangeroepen, maar omdat de Franken bleven verliezen, roept hij vervolgens de god van zijn vrouw aan en dan volgt als bij wonder de overwinning. De waarheid zal wel zijn, dat er stevig onderhandeld is tussen Clovis en vertegenwoordigers van de Roomse Kerk over die doop. Natuurlijk was dat in beider belang: wanneer een machtig leider zich bekeert, volgen zijn stamgenoten gemakkelijker. En als het netwerk van christelijke kloosters en kerken – dat nog goeddeels intact is gebleven na de instorting van het Romeinse Rijk – zich ten dienste stelt van het heersende voor informatie en propaganda is dat een belangrijk voordeel om de macht daadwerkelijk uit te oefenen. In elk geval staat vast dat Remigius het doopsel in Reims heeft toegediend, vandaar dat dit een belangrijke koningsstad is geworden voor de latere Franse koningen, die erg veel waarde hechten aan de authenticiteit van hun gezag.


De grootste rivalen van Clovis en zijn Franken vormen nu de Westgoten. In 498 onderneemt Clovis een vergeefse veldtocht tegen hen, die hem wel tot voor Bordeaux brengt maar verder geen definitieve resultaten oplevert.


In 499 volgt een verdrag tussen Clovis en Godigisel, een van de Bourgondische vorsten, die het moet opnemen tegen een rivaal Gundobad. Deze Gundobad heeft ooit de ouders van Clovis’ toekomstige vrouw Clothilde laten ombrengen, waarna Godigisel dat kind in bescherming heeft genomen. Nadat hij een niet-aanvalspact met Bretagne heeft gesloten, trekken Clovis en Godisigel op tegen Gundobad, die ze bij Dijon verslaan. De verslagen vorst vlucht naar Avignon en zou door de overwinnaars zijn achtervolgt, als een opmars van de Westgoten hen niet had gedwongen tot een terugtocht. Godigisel wordt bij een treffen tussen Franken en Bourgondiërs met de Westgoten gedood, waarna koning Theodorik van de Oostgoten een vrede tot stand brengt. Daarbij wordt bepaald dat Gundobad over heel Bourgondië zal heersen, maar een bondgenootschap met Clovis moet sluiten, wat in wezen zijn afhankelijkheid van Clovis betekent. De Westgoten mogen Avignon inpalmen. Er volgt daardoor een toenadering tussen Clovis en de Westgotische vorst Alarik II, waarbij Clovis’ zoon Theuderik met een van Alariks dochters trouwt.


In 506 verslaat Clovis de Alemannen nogmaals nabij Straatsburg en achtervolgt hen tot in het gebied van de Oostgoten. Daardoor kan Clovis nu hun gebieden annexeren.


In 507 maakt Clovis afspraken met de Oost-Romeinse keizer Anastasios I om gezamenlijk de Goten aan te vallen. Clovis doet zich daarbij voor als de grote verdediger van het christendom, zowel binnen zijn als de christenen binnen Westgotisch gebied, waar het arianisme als godsdienst overweegt. Samen met de Bourgondiërs, Auvergners en Ripuarische Franken verslaat Clovis de Westgoten in de Slag van Vouillé nabij Poitiers, waarbij koning Alarik II wordt gedood. Keizer Anastasios benoemt Clovis tot ereconsul, min of meer de erkenning dat hij bijna zijn gelijke is.

De Bourgondiërs stoten door tot Narbonne, maar het nog verder liggende gebied van Septimanië kunnen ze niet veroveren door tussenkomst van koning Theodrik van de Oostgoten, die ook niet teveel macht van Clovisgetrouwen aan zijn grenzen wil zien. Clovis slaat zijn winterkwartier op in Bordeaux en verovert in 508 samen met de Bourgondiërs Toulouse, waarbij de schat van de Westgoten hem in handen valt. Zijn zoon Theodorik bezet de Auvergne, waarmee een groot deel van Westgotisch gebied in handen van Clovis komt.


Eenmaal zover doorgedrongen in Westgotisch gebied, wil Clovis nu eerst intern orde op zaken stellen. Dat betekent dat hij Salische stamhoofden als Ragnachar, Ricchar en Rignomer uit de weg gaat ruimen, ondanks hun steun als bondgenoot in vroegere jaren. Daardoor komen hun gebieden in het westen van Gallië onder directe heerschappij van Clovis en kunnen we stilaan gaan spreken over zijn rijk als Frankrijk. Eerder heeft Clovis een list bedacht om ook de Ripuarische Franken te onderwerpen. Hij suggereert hun kroonprins Cloderic om zijn vader Sigebert de Lamme uit de weg te ruimen, wat deze in 509 zal doen. Daarop valt een zogezegd verontwaardigde Clovis de kroonprins aan en laat in 510 Cloderic ter dood brengen voor zijn misdaad, waarna Clovis zich kan uitroepen tot koning van de Ripuarische Franken, waardoor hij beide Frankische stamgroepen verenigt.

    

Nu maakt Clovis Parijs tot zijn nieuwe hoofdstad en sticht daar de Saints-Apôtreskerk, de kerk van de heilige apostelen Petrus en Paulus. Dat is niet toevallig, in Constantinopel (nu Istanboel) is keizer Constantijn de Grote die het christendom tot staatsgodsdienst heeft verheven begraven in een kerk die aan deze apostelen toegewijd was. Vandaag zoek je Clovis’ kerk vergeeft in Parijs, nu staat daar het Panthéon, de monumentale vroegere Sint-Genevièvekerk, waar nu alle beroemde Fransen hun laatste rustplaats krijgen. Ook Clovis en Clothilde liggen hier begraven.

Clovis laatste grote daar is in 511 de synode van Orléans laten samenroepen, waar hij zijn banden tussen de Roomse Kerk en het Frankische Rijk formeel laat vastleggen en bevestigen. Hij weet te verkrijgen dat bisschoppen voortaan worden benoemd door een synode onder voorzitterschap van de koning en dat ze belasting moeten betalen aan de staat. Daarmee vestigt Clovis dus zijn koninklijke macht over de Kerk en als het ware om dat nog eens aan de paus duidelijk te maken, zendt hij hem een votiefkroon.


Clovis laat een wetboek opstellen, gebaseerd op het Salische gewoonterecht, waarnaast hij een systeem van hovelingen, kerkelijke en burgerlijke bestuurders – graven – de vroegere adeldom laat vervangen.


Wanneer Clovis in 511 overlijdt, wordt zijn rijk verdeeld onder zijn zoons. Theudorik, een zoon uit zijn eerste huwelijk met een Ripuarische prinses, krijgt het gebied rond Reims. De drie zonen uit zijn tweede huwelijk met Clothilde erven als volgt: Childebert I mag het centrale deel rond Parijs hebben, Choldomer heerst over het gebied met Orléans als hoofdstad en Chlotarius I krijgt Soissons en het noordelijke deel.