Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

MAURICE DE KORTE (1889-1971)

Tournai / Doornik

Na zijn geboorte op 8 augustus 1889 in de Brusselse gemeente Schaarbeek droomt de kleine Maurice De Korte reeds op jeugdige leeftijd van een leven als beeldhouwer. In 1907, op zijn zestiende, kan Maurice zich inschrijven aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten, waar hij door beeldhouwer Victor Rousseau in de kunst van de driedimensionele weergave wordt ingewijd. Daarnaast volgt De Korte ook schilderlessen bij Paul Du Bois en Émile Fabry. Dat alles leidt tot goede resultaten, in 1909 neemt Maurice deel aan de Salon van Gent en in 1912 aan die van Luik, om uiteindelijk in 1914 de tweede plaats bij de Prijs Godecharle te behalen met het ontwerp “Funérailles”. Zoals de titel “Begrafenis” al laat uitschijnen, een grafmonument, een bas-reliëf dat later effectief wordt uitgevoerd en is te vinden op het Vogelenzangkerkhof in Anderlecht. Dat is de Brusselse gemeente waar De Korte zich in 1922 gevestigd heeft.


Van 1923 tot 1958 is Maurice De Korte leraar beeldhouwen aan de Doornikse Academie voor Schone Kunsten. In deze periode maakt hij zich los van het starre academisme om via een meer uitgepuurde stijl en minder materiële vorm zijn idee van schoonheid te zoeken. Hij gaat kinderen alsmede volwassen mannen en vrouwen bestuderen teneinde tot houdingen voor zijn beelden te komen waarbij een grote rust gepaard gaat met bewegingen van een grote potentiële kracht. Maurice De Korte schuwt de intimiteit niet en zal juist met deze werken in zijn latere periode het grote publiek bereiken. Er volgen tentoonstellingen bij de Cercle Artistique van Doornik, de Brusselse Gulden Vliesgalerie en in Luik. Bij sommige van deze persoonlijke tentoonstellingen betreft Maurice ook zijn leerlingen, waaronder de nu bekende beeldhouwer Georges Grard.  


Wanneer op de Heizel in Brussel de Eeuwfeestpaleizen worden gebouwd door architect Joseph Van Neck mag daar voor de Wereldtentoonstelling van 1935 wel wat beeldhouwwerk op aangebracht worden. Op wat vandaag als ‘Paleis 5’ wordt aangeduid – het grote middelste gebouw – prijken twee allegorische beeldhouwwerken van Maurice De Korte: “De Landbouw” en “De Industrie”, allebei weergegeven door stoere naakte mansfiguren, vergezeld van enige attributen waardoor wij verondersteld worden hun roeping te kunnen duiden. In het Musée des Beaux-Arts van Doornik en het Musée d’art contemporain van Luik is werk van De Kort in de verzameling opgenomen.  


Vanaf 1946 legt Maurice De Korte zich toe op beeldhouwwerk in openlucht en stelt hij tentoon in verschillende parken. Daar vind je dan ook enkele van zijn beelden permanent geplaatst, zoals “La Demoiselle à la Coquille” (De juffrouw met de schelp) in het Park van Vorst, “Maternité” (Moederschap – een vrouw dat een kind de borst geeft) in het Josaphatpark van Schaarbeek of “Baigneuse” (Baadster) in het Provinciaal domein van Huizingen (tussen Brussel en Halle). Op het kerkhof van Doornik is zijn “Nocturne” als grafmonument aanwezig. Zelf is Maurice De Korte op 5 april 1971 overleden in de Brusselse gemeente Watermaal-Bosvoorde.


Oeuvre (onvolledig):

1914

Funérailles / Begrafenis, bas-reliëf.

Ingang Vogelenzangkerkhof, Avenue des Millepertuis, Anderlecht.

1933

La demoiselle à coquille / Jonge vrouw met de schelp.

Park van Vorst, Koningin Marie-Henriëttelaan / Square Lainé, Vorst.

1935

l’Agriculture + l’Industrie / Landbouw + Industrie.

Eeuwfeestpaleizen, Paleis 5, Brussel-Heizel.

1946

La Femme assise / Zittende vrouw, roze steen.

Astridpark, zijde De Lindeplein, Anderlecht.

1949

Maternité / Moederschap, steen.

Josaphatpark, Schaarbeek.

????

Enfant / Kind.

Kerkhof van Elsene, Kroonlaan, Elsene.

????

Baigneuse / Baadster.

Provinciaal domein van Huizingen, Torleylaan 100, Huizingen.

????

Nocturne, grafmonument.

Kerkhof van Doornik, Chaussée de Douai, Doornik.