Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PIERRE DE LA RUE (ca.1460-1518)

Tournai / Doornik

Pierre de la Rue wordt rond 1460 waarschijnlijk in Doornik geboren als zoon van een trompet spelende vader. Hij staat ook onder een aantal andere namen bekend: Pierre Pierchon, Pierre Van Straeten, Pierre de Vico, Platensis, achter al deze namen verschuilt zich dezelfde persoon. Zijn vader speelt trompet aan het Bourgondische hof, maar over de eerste levensjaren van Pierre de la Rue is verder weinig bekend, waarschijnlijk heeft hij in het Doornikse kathedraalkoor leren zingen. In de archieven van de Brusselse Sint-Goedelekathedraal duikt zijn naam in 1469-’70 op als koorzanger, in dat laatste jaar gebeurt dat ook in de bewaarde aantekeningen van de Sint-Jacobskerk in Gent en in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Nieuwpoort, in welk laatste stadje hij vijf jaar blijft hangen om dan voort te reizen naar Keulen en Kamerijk, het huidige Cambrai in Frankrijk. Dat lijkt een erg bereisd leventje voor zo’n jonge zanger en met die veelheid aan namen zou het niet onmogelijk zijn dat Pierre hier af en toe verward wordt met een naamgenoot. Pas wanneer hij tussen 1483 en 1485 als tenorzanger actief is in de kathedraal van het Italiaanse Sienna krijgen we zekerheid over zijn carrière.


In 1489 heeft hij Sienna verruild voor het dan Brabantse ’s-Hertogenbosch, waar hij in de kathedraal zijn stem laat horen bij de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw. In november 1492 laat hij Den Bosch alweer achter zich om ingelijfd te worden bij de hofkapel van Maximiliaan van Oostenrijk, die dan door zijn huwelijk met Maria van Bourgondië in de Nederlanden het heft in handen heeft als opvolger van de Bourgondische hertogen. In deze periode moet Pierre de la Rue met componeren zijn begonnen. Hij schrijft en bewerkt missen, motetten, magnificats en lamentaties en ook liederen in het Frans en het Nederlands. Hij doet dat met een grotere variatie dan de meeste van zijn tijdgenoten. Het merendeel van zijn missen is gecomponeerd voor vier of vijf stemmen, met daarnaast nog de Missa Ave sanctissima Maria, een canon voor zes stemmen, die technisch van het overige werk verschilt en een hoge technische kennis verraadt. Pierre laat graag texturen afwisselen om ze contrasten te creëren en hij gebruikt tweestemmige passages tussen meerstemmige. Zijn motetten zijn veelal vierstemmig.


Intussen is De la Rue blijven reizen. Hij trekt mee met Maximiliaans zoon Filips de Schone naar Spanje, want door zijn huwelijk met Johanna van Aragon is Filips koning geworden van twee ver uiteenliggende rijksdelen, hier sinds 1494 van de Habsburgse Nederlanden, ginds vanaf 1504 van Castilië, waar de financiële situatie alsmaar beter zal worden na de ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus in 1492. Maar wanneer Filips in 1506 plots overlijdt op 28-jarige leeftijd wordt zijn vrouw Johanna daar zo radeloos van – het was echt grote liefde tussen beide -, dat ze met het lijk gaat rondzeulen en later als Johanna de Waanzinnige de geschiedenisboeken in zal gaan. Dat betekent natuurlijk ook het einde van zijn Spaanse dienstverband voor Pierre de la Rue en hij keert terug naar de Nederlanden. Maar tijdens zijn Spaanse activiteiten heeft De la Rue interessante ontmoetingen gehad met collega’s als Josquin de Prez en Isaac en Robert de Févin. Die ontmoetingen hebben ongetwijfeld sporen nagelaten in de eigen stijl van Pierre.


In de Nederlanden wordt Filips’ zus Margaretha van Oostenrijk door hun vader Maximiliaan als landvoogdes aangesteld en zo belandt Pierre in 1508 aan haar hof in Mechelen. Om hem van behoorlijke inkomsten te voorzien, wordt hij geïnstalleerd als kanunnik van de kapittels van de Naamse Sint-Albanuskerk, de Kortrijkse en Dendermondse Onze-Lieve-Vrouwekerken en later ook nog van Sint-Veerle in Gent. Omdat bij al die benoemingen een vast inkomen hoort, een zogeheten prebende, waarvoor een man die aan het hof is geëngageerd niet eens echt ter plaatse aanwezig hoeft te zijn, levert dat een aardig leefloon op, zodat Pierre de la Rue zich onbezorgd kan bezighouden met componeren en zingen.    

Vanaf 1514 staat Pierre specifiek ten dienste van de jonge aartshertog Karel, de kleinzoon van Maximiliaan en later in onze contreien vooral bekend als Karel V. Intussen is Pierre de la Rue al op de gevorderde leeftijd van rond de zestig gekomen en hij kan zich daarom in 1518 terugtrekken in Kortrijk, waar hij zoals gezegd kanunnik aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk is, de kerk met de gulden sporen. Daar zal hij op 20 november 1518 overlijden.