Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

CHARLES DE L’ESCLUSE (CAROLUS CLUSIUS) (1526-1609)

Quartier Latin

Charles de l'Escluse wordt in 1526 in het Franse Arras (Atrecht) geboren, studeert rechten en talen in Leuven en verblijft enige tijd in het Duitse Wittenberg, waar hij Melanchton - een protestants hervormer - ontmoet. Daarna gaat hij naar Montpellier, waar hij bij Guillaume Rondelet logeert en onder diens invloed zijn medische studie aanvult met plantkunde. Vervolgens reist hij heel Europa door en legt overal contacten met de geleerden van zijn tijd. Na een verblijf in Leuven en in Nederland wordt hij aan het hof van keizer Maximiliaan II van Oostenrijk belast met het aanleggen van een kruidentuin. Als lijfarts van diens opvolger, keizer Rudolf van Oostenrijk, krijgt hij stilaan genoeg van het Weense hofleven en gaat naar Frankfurt, waar hij zich zes jaar afzondert, klagend over de nasleep van een ontwricht dijbeen, dat hem verhindert nog bergwandelingen te maken. In 1593 wordt hij naar Leiden ontboden, waar hij botanica doseert en op 83-jarige leeftijd overlijdt op 4 april 1609.


Clusius heeft de planten nauwkeuriger beschreven dan Rembert Dodoens, hoewel hij van diens werk ongetwijfeld veel heeft opgestoken. Meer dan Dodoens heeft Clusius belangstelling voor uitheemse planten, met name de flora van het Donaubekken, van Spanje en buiten-Europese landen. Als nauwgezet waarnemer gelooft hij slechts zijn eigen ogen en vertrouwt hij niet wat anderen beweren gezien te hebben. Door zijn toedoen worden in de botanica tweemaal zoveel planten opgenomen als vroeger bekend waren. Naast het Cruijde-Boeck van Dodoens vertaalt Clusius de botanische werken van Garcia da Orta (1567), Nicolas Monardes (1574 en 1579), Cristoval A Costa (1574) en Pierre Belon (1589 en 1605), waardoor hij in ruime mate bijdraagt tot een betere kennis van de exotische planten. Zijn meest oorspronkelijke werk behandelt de flora van Spanje, Oostenrijk en Hongarije in een boek dat in Antwerpen bij Plantijn wordt uitgegeven in 1576 en 1583. Clusius' verzamelde werk verschijnt in 1601 bij Plantijn en in 1605 in Leiden. In Leiden is er thans nog een opnieuw aangelegde Clusiustuin nabij de universiteit.