Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

DE RECHTVAARDIGE RECHTERS

Sinds 1432 is de Gentse Sint-Baafskathedraal in bezit van De aanbidding van het Lam Gods, een drieluik van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck, dat zij schilderden in opdracht van Judocus Vijd, een bemiddeld voorschepen van de stad Gent en heer van Pamele, een toen nog zelfstandig stadje aan de Schelde tegenover Oudenaarde. Het veelluik was aangebracht boven het altaar van zijn eigen kapel, de Vijdkapel, een van de vele zijkapellen in deze kerk. Het werkstuk bestaat uit een middendeel met vier houten panelen en twee zijvleugels, elk met nog eens vier panelen. Wanneer de zijluiken dichtgeklapt worden voor het middenpaneel, vertonen zij op de achterkant nog eens zes kleine en grotere taferelen op vier panelen. In een onderste rij zie je dan twee portretten en twee grisailles. Grisailles zijn schilderingen met witte, zwarte en grijstinten, die op het eerste gezicht op standbeelden lijken. De portretten stellen de schenkers Jodocus Vijd en zijn vrouw Isabella Borluut voor. De bijbehorende grisailles verbeelden hun patroonheiligen, Johannes de Doper en Elisabeth, de nicht van Maria.


De panelen in de zijvleugels zijn dus tweezijdig beschilderd en zo vormt de grisaille van Johannes de Doper de keerzijde van een voorpaneel, dat een aantal rijk uitgedoste mannen te paard toont en bekend staat als De Rechtvaardige Rechters.


In de 19de eeuw is het Lam Gods in Duitsland beland, waar het in de Berlijnse Gemäldegalerie tentoongesteld wordt. Om beide zijden van de zijvleugels tegelijk te laten zien, zijn zes panelen daaruit overdwars doorgezaagd, waardoor er in totaal 18 panelen ontstonden. Na de Eerste Wereldoorlog is het triptiek in 1920 teruggekeerd naar de Sint-Baafskathedraal en daar zijn de panelen weer op de oorspronkelijke wijze gemonteerd in een ijzeren frame en is het geheel opnieuw in de Vijdkapel opgesteld.


In de nacht van dinsdag 10 op woensdag 11 april 1934 verdwijnt het paneel “De Rechtvaardige Rechters” samen met het tegenpaneel “Johannes de Doper”. De roof wordt ’s morgens om 5.30 uur vastgesteld door onderkoster Oscar Van Bouchaute, die meteen kanunnik Gabriël Van den Gheyn, conservator van de kunstschatten van de Sint-Baafs, op de hoogte brengt. Commissaris van de Gentse gerechtelijke politie Antoine Luysterborgh zal zich met de opsporing van het kunstwerk gaan bezighouden. Spoedig ontvangt de Gentse bisschop monseigneur Coppieters allerlei brieven waarin een losgeld wordt geëist voor de teruggave van “De Rechtvaardige Rechters”. Slechts één brief, verzonden op 30 april 1934 van Antwerpen-Linkeroever, maakt melding van twee panelen, een bijzonderheid die bij het grote publiek niet bekend is, zodat deze schrijver wel zeer goed geïnformeerd moet zijn. Zijn in het Frans gestelde brief is ondertekend met D.U.A. en hij eist 1 miljoen frank losgeld. Via een advertentie in de rubriek ‘Diverses’ van de krant La Dernière Heure in de avondeditie van 14 en de ochtendeditie van 15 mei moet geantwoord worden om daarna verder af te spreken over tijdstip, plaats en manier van overhandigen van het losgeld.

 

Na een tweede brief van D.U.A. wordt akkoord gegaan met zijn eis en op maandag 28 mei ontvangt de bisschop een envelop met een biljet van het bagagedepot van het Brusselse Noordstation. Daar wordt inderdaad de grisaille van Johannes de Doper aangetroffen als het ultieme bewijs, dat men inderdaad met de echte dader onderhandelt. D.U.A. wijst nu pastoor Hendrik Meulepas van de Antwerpse Sint-Laurentiusparochie aan als contactpersoon voor de overhandiging van het losgeld. Er wordt echter gemarchandeerd door de bisschop en Luysterborgh over bedrag en datum. Uiteindelijk wordt op donderdag 14 juni een pakje met 25.000 frank door Meulepas in zijn pastorie overhandigd aan een taxichauffeur. De biljetten zijn gemerkt en men hoopt met dit geringe bedrag het kunstwerk terug te krijgen. Maar D.U.A. is verontwaardigd over deze minieme som en er volgen nieuwe onderhandelingen. Intussen is ook minister van Justitie Janson bij de zaak betrokken en hij wil niet met gangsters onderhandelen. Daardoor sleept de zaak lang aan en wordt het contact met de kunstrover pas half september hervat, waardoor er uiteindelijk begin oktober al 13 brieven door D.U.A. zijn verstuurd naar de bisschop.


Wanneer op zondag 25 november 1934 de Wetterse wisselagent Arseen Goedertier tijdens een politieke vergadering in Dendermonde door een hartstilstand geveld wordt, spreekt hij juist voor zijn dood tegen zijn vriend Joris De Vos de woorden: “Alleen ik weet waar de Rechtvaardige Rechters zich bevindt.” Na zijn dood worden bij hem thuis inderdaad doorslagen van de D.U.A.-brieven gevonden en een depotbewijs, dat naar de gebruikte schrijfmachine leidt, die door Goedertier gehuurd is. Er worden bovendien enkele schetsen gevonden van een of andere constructie, waarin men de bergplaats van het paneel hoopt te herkennen. Maar Goedertier lijkt het geheim mee in zijn graf te hebben genomen. Tot op heden blijven de Rechtvaardige Rechters spoorloos en hangt er een kopie van restaurateur-meestervervalser Jef Van der Veken in de Doopkapel, waar het Lam Gods thans te zien is. Je kan er rond wandelen, zodat je ook de achterzijde kan bekijken.


Over deze kunstroof zijn intussen massa’s artikelen en boeken geschreven en een tv-film gemaakt. Is Arseen Goedertier de dief? Of zit er meer achter deze kunstroof? En duikt het gestolen paneel nog ooit op, of is het allang vernield? Vragen die het mysterie in stand houden …