
HSP
De Villiers Rogier (1887-1958)
Niet meteen een internationale beroemdheid, toch iemand met nogal aparte kantjes aan zijn leven, Roger De Villiers. Dat begint al met zijn geboorte op 18 juni 1887 te Châtillon-sur-Seine, een Frans stadje op de grens van Bourgondië en Champagne in het departement Côte-d’Or. Roger komt ter wereld in een herenhuis met een naam: hôtel Clermont-Tonnere, de naam van een oude adellijke familie, maar niet de zijne. Het geboortehuis is de oude kapel van een ursulinenklooster, die tot woning is verbouwd. Tijdens de Frans-Duitse oorlog is die in 1870 enige tijd bezet geweest door een bataljon Duitse ulanen, mannen die vanop paarden strijden met een lans. Roger mag dan geen telg zijn van de familie Clermont-Tonnere, hij behoort wel tot de eveneens adellijke familie Morel, heren van Villiers-le-Duc en van Vanrey, twee kleine plaatsjes in Bourgondië. Vader Charles Morel de Villiers en moeder Marie Culmet staan in Rogers geboortestadje bekend om hun engagement voor de armen. Dat brengen ze in praktijk via de mee door hen opgerichte lokale afdeling van ‘Le Goutte de lait’ (De Melkduppel), een in 1894 door Léon Dufour opgerichte organisatie die de kindersterfte wil terugdringen door het verstrekken van gesteriliseerde melk aan moeders die zelf niet genoeg moedermelk produceren. Daarnaast is er ook aandacht voor goede voeding en wordt informatie gegeven rond kinderverzorging en hygiëne. Charles Morel de Villiers heeft als katholieke officier in 1905 ontslag genomen uit het leger als er een wet wordt aangenomen die de scheiding tussen Kerk en Staat invoert. Als oud-kapitein gaat hij opnieuw studeren en behaalt zijn doctoraat in de geneeskunde, waarna hij gratis consultaties voor de armen geeft. Hij lijkt wel een verre voorloper van de Belgische PvdA-dokters. Zoon Roger De Villiers kiest echter voor een heel andere carrière: beeldhouwer. Hij volgt les bij Michel-Louis Victor Mercier en Victor Peter en op zijn 23ste stelt Roger eigen werk voor op de Parijse kunstsalon van 1910. De Eerste Wereldoorlog verhindert verdere carrièrestappen, Roger wordt soldaat, klimt op tot korporaal bij het 227ste infanterieregiment en raakt gewond bij de slag om Verdun. Nadien is hij nog actief in het Oostelijke Legerkorps, waar hij als officier het einde van WO I beleeft, om daarna als reservekapitein stand-by te blijven. Roger wordt beloond met het Oorlogskruis en het Legioen van Eer. Na deze episode gaat De Villiers met zijn beeldhouwwerk opnieuw deelnemen aan de Franse salons, wat hem in 1920 een bronzen medaille oplevert, in 1922 een zilveren en ten slotte in 1927 een gouden, waarna hij zelf jurylid wordt bij deze tentoonstellingen. Zijn eerste grotere werkopdracht krijgt De Villiers in 1924 van de Société d’Habitations à Bon Marché (HBM). De katholieke Georges Charbonneaux gaat met zijn maatschappij voor goedkope woningen in Reims een hele tuinwijk aanleggen volgens de ideeën van de Engelsman Ebenezer Howard. Daar hoort ook een kerk bij, toegewijd aan Sint-Nicasius, lokale heilige en bisschop van Reims, die door de Vandalen is onthoofd pal voor de door hem gebouwde basiliek, maar daar geen groot probleem van maakt en met zijn hoofd in zijn handen lofliederen zingend weg van de terechtstellingplaats wandelt naar zijn grafplaats. Roger maakt voor het nieuwe altaar een bas-reliëf van deze Saint-Nicaise, maar daarnaast ook een mooie Heilige Familie en nog een Jeanne d’Arc. Rogers De Villiers keuze voor religieuze beeldhouwkunst staat dan al vast. Want als op 15 november 1919 de Ateliers d’art sacré (Werkplaatsen voor heilige kunst) worden opgericht door een groep kunstenaars rond Maurice Denis en George Desvallières, is hij een van de ongeveer 22 deelnemende kunstenaars en kiest daar uiteraard de richting beeldhouwen. Onderwijs in de theologie en geestelijke vorming maken deel uit van de hier gegeven lessen. Roger voelt zich vooral aangetrokken door de weg die wordt bewandeld binnen deze groep, namelijk een streven naar eigentijdse kunstwerken, maar begrijpelijk voor een breed publiek. Enerzijds loskomen van de middeleeuwse religieuze voorstellingen, anderzijds geen experimenten die enkel bij kunstkenners lof oogsten. Gezien er na de Eerste Wereldoorlog veel heropgebouwd moet worden en de bevolkingstoename binnen Europa ook om nieuwe kerken vraagt, kan iemand als Roger De Villiers aan de slag. Maar dat houdt ook in, dat je zijn werk zowel in grote steden langs boulevards tegenkomt, als in de kleinste dorpjes met kerken of kapellen langs smalle veldwegen en verspreid over heel Frankrijk. Ook hier en daar in het buitenland laat hij voorbeelden van zijn werk achter. Zelf zal Roger lange tijd wonen in het oude kasteel van het kleine Villiers-le-Duc, waarvan hij ook een tijdlang burgemeester zal zijn. In 1925 helpt De Villiers zijn deels invalide collega Maxime Real del Sarte bij het maken van een monument van de Overwinning voor de stad Rouen, terwijl hij ook elders werkt aan monumenten die de doden uit de Grote Oorlog herdenken. In Mende, Le Grand-Combe en Dijon zijn ze van zijn hand. Een eerste buitenlandse opdracht krijgt Roger De Villiers in 1929 voor de kerk van het plaatsje Farnham in het Engelse graafschap Surrey. Daar gaat het om een beeld van Jeanne d’Arc voor de gevel van de Saint Joan of Arc-kerk. De plek is niet toevallig, in het lokale kasteel Farnham Castle woonde ooit kardinaal Henry Beaufort en hij was in 1431 aanwezig bij de veroordeling van de Maagd van Orléans, de 21-jarige boerendochter uit Lotharingen, die de Engelsen uit Frankrijk wilde verdrijven nadat ze daartoe opdracht had gekregen op haar 17de van Margaretha van Antiochië en Catharina van Alexandrië, wier stemmen ze had gehoord. Op 3 mei 1431 eindigde ze in Rouen op de brandstapel. Voor Roger geen onbekende heilige, hij had haar immers al voor Reims gebeeldhouwd. Tot zijn weinige opdrachten voor niet-religieuze gebouwen behoort Rogers’ Maria met Kind en kruisbeeld op de wolkenkrabber van de KBC in Antwerpen, toen nog Algemeene Bankvereeniging, deels gecontroleerd door de Middenkredietkas van de Belgische Boerenbond, met veel katholieke invloed. Daar paste een Maria-met-Kind bij, maar dat Kind spreidt hier zijn armpjes al in de vorm van een kruis. Achter beiden rijst dat kruis meer dan twee verdiepingen hoog op. Toen de Meirbrug nog een echte brug over de stadsgracht was, stond daar al in 1520 een kruisbeeld van ijzer. Het wordt vernield door de beeldenstormers en vervangen door een houten exemplaar. Dat moet in 1633 wijken voor een koperen variant, die het dan weer moet ontgelden als de Franse revolutionairen het geloof inruilen voor de Rede. Nadien zijn zowel de brug als het kruisbeeld uit het stadsbeeld geschrapt, tot Roger het in 1930 op de Boerentoren laat herleven in beton. In 1924 heeft Groot-Brittannië een grote tentoonstelling georganiseerd rond zijn koloniën. Natuurlijk kan Frankrijk dat niet zomaar laten passeren, ook de Fransen gaan dus hun ‘Exposition coloniale internationale’ realiseren en die tentoonstelling zal uiteraard plaatsvinden in Parijs. Daarvoor wordt een terrein van 110 hectare vrijgemaakt nabij het Bois de Vincennes en het meer van Daumesnil in het oosten van de hoofdstad. Tussen 6 mei en 15 november 1931 komen 8 miljoen bezoekers allerlei paviljoens bezoeken, het merendeel van de Franse koloniën en protectoraten, maar ook diverse buitenlandse koloniale machten nemen deel, waaronder België en Nederland. Er is ook een Zoo met exotische dieren en bij de toegang is het Cambodjaanse tempelcomplex van Angkor Vat nagebouwd. Er zijn ook twee paviljoens van de missies, de protestantse missie en het grotere paviljoen van de katholieke missie, want inboorlingen bekeren hoort ook tot de koloniale activiteiten. Voor de topgevel van dat katholieke paviljoen maakt Roger De Villiers een groot Madonnabeeld op een wereldbol, Notre-Dame-des- Missions. Na de tentoonstelling wordt er in 1932 een nationale inschrijving gehouden, waaruit het diocees van Saint-Denis-en-France als hoogste bieder komt, waarna het paviljoen in 1932 in gewapend beton wordt herbouwd als parochiekerk in Épernay-sur-Seine als Notre-Dame-des-Missions-du-cygne-d’Enghien. De toevoeging achteraan in de naam komt van de plek waar de kerk is opgericht. Rogers beeld gaat mee daarheen. Maar een beeld van Rogier De Viliers kan nog een vreemdere reis maken. Bij een nieuwe wereldtentoonstelling, de ‘Exposition international des arts et des techniques appliqués à la vie moderne’, rond de Eiffeltoren in 1937 is er een Vaticaans paviljoen, waarvoor Roger weer een madonna ontwerpt. Ditmaal Notre- Dame de France genoemd, 7,20 m hoog en gerealiseerd in koper door kunstsmid Raymond Stubes. Villiers heeft zijn ontwerp geïnspireerd op zijn eerdere Notre-Dame des Missions en wint er de Grote Prijs van de expositie mee. Wanneer de Parijse aartsbisschop kardinaal Jean Verdier in 1938 een groot beeld wil oprichten op een van de heuvels rond Parijs als tegenhanger van de Sacré-Coeur op Montmartre, zou dat deze Notre-Dame de France worden. Maar de Tweede Wereldoorlog en de dood van Verdier op 9 april 1940 doen het project in de koelkast belanden en het beeld lijkt verdwenen. Rond 1957 ontwerpt architect Paul Tournon een nieuwe kerk in Amiens. Hij was ook de ontwerper van het Vaticaanse paviljoen van die expo van 1937 en wil aan zijn nieuwe project een klokkentoren met een beeld toevoegen. Hij slaagt erin het originele beeld van Roger De Villiers terug te vinden en plaatst het op zijn toren in Amiens. Daar staat het nog steeds als in april 1982 een fotograaf met een telelens opnamen maakt van de Notre-Dame-de-France, waaruit blijkt dat er nogal wat schade aan het beeld is en er een kans bestaat dat het naar beneden zal vallen. Het wordt van de toren gehaald en voor restauratie opgeslagen. In april 1984 wil de 93-jarige notaris Edmond Fricoteaux uit Saint-Denis na een reis met zijn vrouw naar Rome als dank een geschenk aan de Heilige Maagd geven, een monumentaal beeld langs een hoofdweg. Hij komt in contact met een dochter van Paul Tournon en ze vinden in 1984 in de kelder van een openbare school in Amiens het beeld terug dat daar sinds twee jaar ligt. Omdat het de wens was van de aartsbisschop van Parijs, kardinaal Verdier, het op een Parijse heuvel te zetten, kan alsnog aan die wens gehoor worden gegeven door het bij een nieuw te bouwen kapel in Baillet-en-France op een metalen toren van meer dan 25 meter hoogte te plaatsen in het zicht van de Route Nationale 1 naar Beauvais. Op 15 oktober 1988 worden kapel en beeld ingehuldigd door de nieuwe Parijse bisschop kardinaal Jean-Marie Lustiger in aanwezigheid van niet minder dan 52.000 gelovigen. De carrière van Roger De Villiers zal eindigen met een groots project in Canada. In november 1955 wordt hem gevraagd om een kruisweg te realiseren voor het Oratoire Saint-Joseph du Mont Royal, een kerk op een berg bij de hoofdstad Montreal. Geen klein gebedsoord, maar als basiliek het grootste kerkgebouw van Canada, met een koepel die na die van de Sint-Pietersbasiliek in Rome de grootste ter wereld is. Roger begint eraan in december 1955, maar het beeldhouwwerk is nog niet helemaal af wanneer De Villier op 19 juni 1958 overlijdt in Bourg-la-Reine, een voorstadje van Parijs. Zoon François De Villiers, zelf architect, maakt het werk af. Intussen is er intensief onderhoud nodig van deze kruisweg, want die is enigszins het slachtoffer aan het worden van zijn eigen succes. Veel bedevaarders houden stil voor de staties om te bidden, maar raken daarbij de handen en het gezicht van Christus aan. De steensoort uit Lens waarin de veertien staties gehouwen zijn is weliswaar zeer slijtvast en werd al door de oude Romeinen gebruikt, maar moet toch gereinigd worden, wil dit grootse werkstuk van Roger De Villiers nog een eeuwigheid meegaan.