Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

LODEWIJK DOSFEL (1881-1925)

De op 15 maart 1881 in Dendermonde geboren Lodewijk Dosfel heeft een behoorlijke rol gespeeld in de Vlaamse Beweging en met name in de tak van de radicalere activisten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog met de Duitse bezetters gingen samenwerken om een aantal Vlaamse doelstellingen te kunnen realiseren. Maar eerst gaat Lode wijsbegeerte studeren in Namen en daarna rechten en Germaanse in Leuven. Vervolgens vestigt hij zich als advocaat in zijn geboortestad. Nog tijdens zijn studententijd is Dosfel een van de leidende figuren van de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Hij sticht in 1898 het tijdschrift 'Jong Dietschland', dat tot aan de Eerste Wereldoorlog blijft bestaan. In het schooljaar 1900/'01 is hij hoofdredacteur van het studentenblad 'Ons Leven'. Zijn eigen literaire werk, dat hij uitgeeft onder het pseudoniem Godfried Hermans, ligt in de lijn van dat van Albrecht Rodenbach en Cyriel Verschaeve. Hij debuteert in 1900 met een bundel 'Gedichten'.


In 1914 aan het begin van de Eerste Wereldoorlog zegt Lode: "Alles is verbrand, behalve mijn idealen." Hij zal de jaren die volgen zijn best doen die alsnog te realiseren en daar zelfs deels in slagen. Lodewijk Dosfel is namelijk zeer actief binnen de Vlaamse Beweging wat de vernederlandsing van het hoger onderwijs betreft. In 1916 mag hij op 15 maart, zijn verjaardag, de vernederlandsing van het onderwijs aan de Gentse Rijksuniversiteit beleven - wat een cadeau! Hij aanvaardt in datzelfde jaar een leerstoel aan die Gentse universiteit, maar blijft toch een gematigd activist, zoals de Vlamingen worden genoemd, die in samenwerking met de Duitse bezetter de Vlaamse kwestie hopen op te lossen. Zo neemt hij stelling tegen de op 4 februari 1917 opgerichte Raad van Vlaanderen, die door de radicale activisten wordt gezien als een wetgevende instelling, waarbij ze op 22 december van datzelfde jaar nog de politieke zelfstandigheid van Vlaanderen uitroepen, helemaal tegen de zin van de Duitse overheid in. Die ontbindt de Vlaamse Raad dan ook kort daarop.


Voor zijn activiteiten tijdens Wereldoorlog I wordt Dosfel in 1918 tot tien jaar hechtenis veroordeeld. Hij schrijft dan een katholiek activistisch verweerschrift om zijn houding te motiveren, maar dat mag niet baten. Wel wordt Lodewijk eind 1920 vrijgelaten, omdat hij ziek is. Zijn laatste levensjaren heeft hij vooral invloed als katholiek theoreticus van het Vlaams-nationalisme. Hij sluit zich niet aan bij de Frontpartij, omdat hij de godsvredegedachte daarvan niet kan aanvaarden en heeft als voorstander van een federaal België ook geen vrede met het Minimumprogramma van de katholieke partij. Onder het pseudoniem Thomas Van der Schelden schrijft hij in die tijd in o.m. 'De Standaard' en 'Het Vlaamsche Land'.


Lodewijk Dosfel is literair actief via poëzie en essays als de bundel Gedichten (1900), Wereldeinde (1908) en het postuum uitgegeven Brieven van een doode (1939).  Als toneelwerken zijn er het bijbelspel Joas (1908) en het treurspel Ten aanval (1921). Daarnaast heeft hij diverse juridische werken gepubliceerd, over het handelsrecht (1901), het Burgerlijk Wetboek (1903) en de Belgische wetten op het gebruik van de Nederlandse taal (1910), uiteraard zijn stokpaardje. Uit de periode vlak voor en vlak na de Eerste Wereldoorlog dateren diverse politieke geschriften: De Vlaamsche Beweging (1914), Cyriel Verschaeve (1920), Katholicisme en nationalisme (1923), Schets van eene geschiedenis van de Vlaamsche Studentenbeweging (1924). Het jaar na deze laatste publicatie overlijdt Lodewijk Dosfel op 27 december 1925 in Dendermonde in zijn woning aan de Veemarkt, nu Emiel Van Winckellaan 13.