Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

EDWARD III (1312-1377)

Tournai / Doornik

Op 13 november 1312 ziet Edward III het levenslicht, vermoedelijk op het kasteel van Windsor, als zoon van koning Edward II en Isabella van Frankrijk. Over Edwards jeugd is weinig bekend.


Koningin Isabella en haar minnaar laten koning Edward II in 1326 afzetten en arresteren en zoon Edward III wordt aangewezen als nieuwe koning en in 1327 als dusdanig gekroond. Maar omdat hij nog minderjarig is, regeren zijn moeder en haar minnaar Roger Mortimer in zijn naam. Wel trouwt de 15-jarige Edward III in januari 1328 met de nog jongere Filippa van Henegouwen, een dochter van graaf Willem van Henegouwen en Holland. Aangezien de op 1 februari 1328 overleden Franse koning Charles IV le Bel geen kinderen heeft, wordt Edward in datzelfde jaar medekandidaat voor het Franse koningschap, naast Philippe VI de Valois. De Franse edelen geven echter de voorkeur aan Philippe.


Wanneer Edward in 1330 op zijn 18de meerderjarig wordt, neemt hij zelf het heft in handen en laat hij Roger Mortimer executeren, terwijl zijn moeder Isabella verbannen wordt en in Rising Castle wordt opgesloten. In hetzelfde jaar wordt zijn oudste zoon Edward geboren, die als de Black Prince bekend zal worden.


Aanvankelijk wordt Philippe door Edward erkend als koning van Frankrijk, hij brengt hem zelfs leenhulde voor de Engelse bezittingen in het zuiden van Frankrijk. Maar in 1337 verandert Edward van gedachten, noemt hij de Franse koning plots hertog Philippe de Valois en worden de territoriale aanspraken van Engeland op het grondgebied van Frankrijk opgedreven. Dat vormt in feite het begin van de Honderdjarige Oorlog, die met tussenpozen inderdaad een eeuw zal duren. In 1340 laat Edward zich in Gent – waar dan net zijn zoon John is geboren, zesde van zijn in totaal dertien kinderen - tot koning van Frankrijk uitroepen. Hij is dan in Gent op uitnodiging van Jacob van Artevelde, die aanvankelijk de stad neutraal wil houden in de strijd om de Franse troon, maar uiteindelijk vanuit zijn positie als hoofdman van de wevers voor Engeland kiest, omdat daar de wol voor het belangrijkste economische product van Gent en in feite van heel Vlaanderen vandaan komt. Jacob trekt met zijn militie op met de Engelse koning om ook steden als Doornik aan hun kant te krijgen, maar hun beleg van die stad heeft geen succes en de Engelsen en Gentenaars trekken onverrichter zake terug. De Doornikzanen worden veel later, in 1426 door de Franse koning Charles VII, voor hun trouw aan Frankrijk beloond met een wapenschild waarop naast een toren drie lelies prijken.


In juli 1346 landt Edward, vergezeld van zijn zoon de Black Prince, in Normandië, kennelijk een favoriete plek bij oorlogvoerenden, als we denken aan Willem de Veroveraar en D-day. Edward behaalt op 26 augustus 1346 een beslissende zege bij de Slag bij Crécy, in het huidige departement Pas-de-Calais, waar het Franse leger verpletterend wordt verslagen. Daarop volgt in 1347 de verovering van de Calais, dat voortaan als uitvalsbasis voor verdere veldtochten zal gaan dienen.


Na de dood van Philippe de Valois begint de oorlog opnieuw in 1355, nu een heel stuk zuidelijker, waar Edward al een aantal gebieden bezit. Edward laat de strijd in Frankrijk nu vooral over aan zijn oudste zoon, die met steun van John Chandos een bekwaam legerleider blijkt te zijn. De Black Prince behaalt op 19 september 1356 een belangrijke zege bij Poitiers, waarbij de nieuwe Franse koning Jean II – zoon van Philippe de Valois – gevangen wordt genomen en die in Engeland verder een zorgeloos leventje kan leiden met een prachtlievende hofhouding, terwijl zijn zoon Charles maar moet zien het Franse koninkrijk bijeen te houden. De Engelse invloed in Frankrijk bereikt hiermee een hoogtepunt.


Edward concentreert zich intussen op een oorlogje met de Schotten. Ook daar boekt hij aanvankelijk succes, maar in 1357 moet hij de Schotten toch zelfstandigheid geven bij het Verdrag van Berwick.


In Frankrijk ziet Edward III in 1360 bij het Verdrag van Brétigny-Calais af van zijn aanspraken op de Franse troon in ruil voor het bezit van heel Aquitanië. Koning Jean komt weer vrij tegen betaling van 3 miljoen gouden ecu’s. Daarbij wordt een van zijn zonen als gijzelaar in Engeland vastgehouden om de uitvoering van dat verdrag te garanderen. Jean komt in Parijs aan in 1360, maar wanneer hij wat later verneemt dat zijn gegijzelde zoon heeft weten te ontvluchten, houdt hij zich aan de regels van de eer en keert hij terug in gevangenschap in Engeland, waar hij op 8 april 1364 sterft in Londen. In Frankrijk wordt hij dan opgevolgd door zijn zoon, die als Charles V le Sage zal regeren. Die heeft al het hoofd moeten bieden aan een door Marcel Étienne geleide opstand in Parijs, toen hij zijn vader moest vervangen, waarbij hij op 22 februari 1358 moet toezien hoe het gepeupel zijn raadgevers vermoordt, waarbij hij zelf moet vluchten. Nadat leider Étienne zelf is vermoord, kan hij in augustus 1358 naar de hoofdstad terugkeren. Eenmaal koning, blijkt Charles een bekwame vorst, die zich weet te omringen door de goede mensen.


In 1368 hervat Charles V de oorlog met de Engelsen. Edward III is intussen 55 geworden en laat het vechten voortaan over aan zijn zonen de Black Prince en John of Gaunt (Jan van Gent). Maar het is Charles die nu de successen aaneenrijgt, hij verovert Rouergue, Poitou, Aunis en Saintonge, waardoor de Engelsen enkel nog Calais en Guyenne over houden van hun Franse bezittingen wanneer Charles op 16 september 1380 zelf overlijdt. Edwards zoon de Black Prince is hem dan in 1376 al voorgegaan.


Wanneer in 1369 koningin Philippa sterft, wellicht wat uitgeput na het baren van dertien kinderen, raakt Edward onder invloed van zijn minnares Alice Perrers. Die dame is nogal corrupt en inhalig. Wanneer de militaire successen in Frankrijk afnemen en ook nog eens de pest uitbreekt in Engeland, wordt het Good Parliament in 1376 samengeroepen. Die instelling heeft al aan invloed gewonnen, omdat Edward daar telkens geld moest vragen voor zijn vele oorlogen. Het Lagerhuis ontwikkelt zich daarbij tot een belangrijke machtsfactor en een tegenwicht tegen de adel en de geestelijkheid, die in het Hogerhuis zetelen. Tegen Perrers en andere leden van Edwards hofhouding wordt nu ernstige kritiek geuit en nieuwe  raadgevers worden aan de koning toegewezen, die ook gekapitteld wordt over de hoge belastingen.


De dood van troonopvolger de Black Prince in datzelfde jaar onderbreekt wel even deze crisis. De staatszaken worden dan al grotendeels behartigd door Edwards zoon John of Gaunt. Die ziet kans om het door het parlement opgelegde hervormingen grotendeels terug te draaien.


Eduard III sterft op 64-jarige leeftijd op 21 juni 1377 in Richmond upon Thames aan een beroerte en wordt begraven in de Londense Westminster Abbey. Hij wordt als koning opgevolgd door zijn kleinzoon als Richard II.


In 1348 gebeurt er iets onverwachts tijdens een bal aan het hof van Edward III. De danspartner van de koning verliest haar kousenband. Edward raapt deze op en om de dame niet in grote verlegenheid te brengen bindt hij de band om zijn eigen been met de woorden: Honi soit qui mal y pense ('Schande over diegene die er kwaad van denkt’). Die gebeurtenis leidt tot de oprichting van de vermaarde “The Most Noble Order of the Garter” (De Orde van de Kousenband), een van de oudste ridderorden van de wereld. Het is een orde waarmee de Engelse koningen de adel aan zich binden. Er kunnen twee maal twaalf ridders deel van uitmaken, knights en ladies genoemd. Tot de ordetekenen behoort een blauwfluwelen kousenband, die de dames rond de linkerarm dragen, terwijl de heren een kniebroek dragen met onder de linkerknie de band. Naast de Britse koning(in) is ook steeds de kroonprins lid van de orde. Dus momenteel prins Charles en zijn moeder koningin Elisabeth II.