Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

EEUWIG EDICT

Marche-en-Famenne

Een hoopvolle naam voor een poging om de Tachtigjarige Oorlog tot 8 jaar te beperken. Maar de eeuwigheid blijkt in dit geval slechts vijf maanden en twaalf dagen te duren. Daarom zal niet iedereen zich deze overeenkomst als de dag van gisteren herinneren en is een wat ruimer tijdsbeeld wellicht welkom.


De Nederlanden zijn anno 1566 een deel van het Spaanse Rijk, dat zich tot in Midden- en Zuid-Amerika uitstrekt met als koning Filips II, de zoon van keizer Karel V, die zich na een rondje Blijde Inkomsten na zijn troonsbestijging in 1556, sinds 1559 niet meer in onze contreien heeft vertoond, maar vanuit Madrid zijn directieven geeft. Hier laat hij het dagelijks bestuur over aan landvoogden, bijgestaan door goed opgeleide Spaanse ambtenaren, die de functies – en daarmee de inkomsten – van de lagere lokale adel hebben overgenomen. Met de toenemende aanhang van religieuze hervormers als Maarten Luther en Jean Calvijn wordt al helemaal geen rekening gehouden door de intens katholieke Spaanse vorst, integendeel, hij tracht die nieuwlichters juist met woord en geschrift te bestrijden door het uitvaardigen van plakkaten, die elke afwijking van de rechte pauselijke theologie in de kiem smoren. Dat moet dus wel fout aflopen.


Landvoogdes Margaretha van Parma, als bastaarddochter van Karel V een rasechte Vlaamse, maar na een goede opvoeding in Mechelen gehuwd met de Italiaan Ottavio Farnese, hertog van Parma, toont begrip voor de onvrede van de edelen. Zij krijgt van het Eedverbond der (lagere) Edelen op 5 april 1566 het Smeekschrift aangeboden. Helaas breekt op 10 augustus 1566 de Beeldenstorm uit, die enorme verwoestingen aanbrengt aan het kerkelijk patrimonium. Filips II is not amused en stuurt Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva, met 10.000 getrainde Spaanse soldaten naar ons om orde en rust te herstellen. Dat doet Alva nogal drastisch, met het instellen van een Raad van Beroerten (lees: Onlusten), die honderden lieden oppakt en veroordeelt. Margaretha houdt het dan voor bekeken en keert in september 1567 naar Italië terug, waarna Alva landvoogd wordt. Wanneer Alva op 5 juni 1568 de graven van Egmond en Hoorne op de Brusselse Grote Markt laat onthoofden, gaat er zo’n schok door de hele Nederlanden, dat dit het begin van de Tachtigjarige Oorlog wordt. En daarmee wordt de voornaamste taak van landvoogd Alva en zijn opvolgers de herovering van door opstandelingen bezet gebied.


De Nederlanden bestaan uit zeventien gewesten, die elk hun eigen bestuur hebben en dus niet echt één land vormen. Een Staten-Generaal neemt beslissingen over het hele gebied, maar kan enkel samenkomen op van de Spaanse koning, hetgeen sinds het aan de macht komen van Filips II nog zelden gebeurd is. Als vertegenwoordiger van de koning treden in de gewesten stadhouders op. Vaak is één persoon stadhouder van diverse gewesten, zoals prins Willem van Oranje-Nassau voor Holland en Zeeland, graaf Lamoraal van Egmond voor Artois en Brabant.


Na aanvankelijke militaire successen krijgt Alva het lastiger tegen de opstandelingen en verliest hij ook de sympathie van de bevolking door het instellen van de Tiende Penning, een soort BTW van 10%, en incidenten als de plundering van Mechelen op 2 oktober 1572 door zijn Spaanse soldaten na de herovering van die stad op een calvinistisch bestuur. Ook gezondheidsredenen nopen Alva tot ontslagname in december 1573.


Hij wordt op 18 december 1573 opgevolgd door Don Luis de Zúñiga y Requesens, belangrijk Spaans edelman en legeraanvoerder. Om het volk gunstiger te stemmen, schaft hij de Tiende Penning en de Raad van Beroerten af en stelt een algemeen pardon in voor opstandelingen die opnieuw trouw aan Filips II willen beloven. Hij start vredesonderhandelingen in Breda, maar als die mislukken verovert hij Oudewater en Zierikzee. Requesens overlijdt onverwacht op 5 maart 1576 in Brussel.


Op 3 november 1576 arriveert weer een nieuwe landvoogd, Don Juan van Oostenrijk. Hij is een halfbroer van koning Filips II, namelijk een bastaardzoon van Karel V en Duitse Barbara Blomberg, waarmee Karel een verhouding had na de dood van zijn echtgenote. Don Juan heeft roem vergaard als admiraal van de christelijke vloot die op 7 oktober 1571 bij Lepanto de moslimvloot van de Turkse sultan heeft overwonnen. Het moment van zijn aankomst kon echter niet ongelukkiger gekozen zijn. De dag nadien trekken onderbetaalde Spaanse soldaten plunderend en moordend door Antwerpen. Deze Spaanse Furie van 4 november 1576 drijft de meeste Nederlandse gewesten in handen van de opstandelingen en leidt rechtstreeks tot het sluiten van de Pacificatie van Gent op 8 november 1576 op het stadhuis aldaar, waarbij op instigatie van Willem van Oranje een overeenkomst wordt gesloten tussen de calvinistische gewesten Holland en Zeeland, bondgenoten uit de katholieke overige gewesten en Willem zelf. Hij maakt gebruik van de anti-Spaanse stemming om via deze overeenkomst de gewesten samen te houden in een gezamenlijke houding tegenover koning Filips II. De eisen die in deze Pacificatie naar voren worden gebracht zijn: alle Spaanse troepen weg uit de Nederlanden, de Staten-Generaal kan voortaan op eigen initiatief samenkomen, er moet amnestie komen voor de opstandelingen, de Spaanse koning wordt als vorst erkend, maar Nederlandse edelen zullen voor het lokale bestuur instaan, Willem van Oranje wordt naast de Spaanse landvoogd belast met de leiding van de Nederlanden. Een regeling over de godsdienstkwestie wordt uitgesteld door de onderlinge verdeeldheid van de gewesten.


Op 7 januari 1577 wordt bij de Unie van Brussel deze Pacificatie bekrachtigd door de Staten-Generaal der Nederlanden, waarbij wordt bepaald dat in Holland en Zeeland het calvinisme de enige toegelaten godsdienst blijft, in de andere gewesten blijven de katholieken het bestuur uitoefenen, maar de calvinisten mogen er niet vervolgd worden.


Op 12 februari 1577 wordt met landvoogd Don Juan in Marche-en-Famenne het Eeuwig Edict gesloten, dat een wapenstilstand in de opstand tegen Spanje zou moeten inluiden. Naast de acceptering van de Pacificatie van Gent wordt bepaald dat alle troepen van Filips II de gewesten zullen verlaten, met uitzondering van het hertogdom Luxemburg, dat steeds trouw is gebleven aan de vorst. De reden ook dat Don Juan zich daar als landvoogd heeft gevestigd en dat in Marche, nabij de grens met het graafschap Namen en het prinsbisdom Luik, het verdrag wordt ondertekend. Er is afgesproken dat de Staten-Generaal – dus de gewesten – een afkoopsom van 600.000 pond zullen betalen voor het geregelde leger van Spaanse en Italiaanse soldaten, terwijl Filips II zelf een regeling zal treffen voor de huursoldaten. De staten erkennen Filips II als koning en handhaven of herstellen eigenhandig het katholicisme in hun gebied. De gewesten Holland en Zeeland tekenen onder protest, met name omwille van deze laatste bepaling. Ook Filips II onderschrijft het edict onder protest, want voor hem lijkt het terugtrekken van alle troepen en het afstaan van het lokale bestuur aan de edelen bijna een nederlaag.


Inderdaad trekken de Spaanse troepen zich terug en verzamelen ze zich in Luxemburg rond de landvoogd. Don Juan maakt echter zelf al snel een einde aan deze ‘eeuwige’ afspraak, door op 24 juli 1577 met zijn soldaten de citadel van Namen in te nemen, een flagrante schending van het edict. De opstand zet zich dan onverminderd voort, waarbij Don Juan bij Gembloux op 31 januari 1578 nog een eclatante overwinning weet te behalen op het leger van de Staten-Generaal, dat eerder een samenraapsel van kleine eenheden blijkt te zijn en weinig slagkracht bezit. Desondanks lijdt Don Juan later nog een nederlaag bij Rijmenam, niet ver van Mechelen.


In de herfst van datzelfde jaar komt er plots een eind aan zijn optreden, als hij in zijn legerkamp te Bouge, op 3 km van Namen, bezwijkt aan tyfus op 1 oktober 1578. Zijn lichaam wordt overgebracht naar Spanje, zijn hart blijft in Namen en bevindt zich in een 15de-eeuwse reliekhouder in een muurnis achter het hoofdaltaar van de Saint-Aubainkathedraal.


Don Juan wordt opgevolgd door de zoon van Margaretha van Parma, Alexander Farnese. Die zal snel een wig drijven tussen de zeventien gewesten door het sluiten van de Unie van Atrecht (Arras) op 6 januari 1579 tussen Artois, het graafschap Henegouwen en het Franssprekende deel van Vlaanderen rond Lille (Rijsel) en Cambrai (Kamerijk). Daarom sluiten zeven opstandige gewesten op 23 januari 1579 de Unie van Utrecht en de daarop volgende episode van de Tachtigjarige Oorlog met de Val van Antwerpen op 15 augustus 1585 als orgelpunt zal in feite de grenzen tussen het huidige Nederland en België goeddeels vastleggen.