Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

ELEUTHERIUS ( 455-532)

Tournai / Doornik

Eleutherius wordt als Lehire geboren rond 455 in Doornik. Als dat in 486 de hoofdstad wordt van een nieuw bisdom, wordt Eleutherius tot eerste bisschop gewijd door bisschop Remigius van Reims, die de kerkelijke hiërarchie in het noorden van Gallië reorganiseert.

Mede op instigatie van paus Hormidas houdt Eleutherius in 520 een diocesane synode tegen het arianisme. De arianen waren aanhangers van een godsdienst die destijds in felle concurentiestrijd was gewikkeld met het christendom. Veel Romeinse soldaten waren arianen. Maar zijn strijd tegen die voor hem ketterse sekte zou Eleutherius zuur opbreken: in 532 wordt hij bij het verlaten van de kerk door enkele arianen aangevallen en zo zwaar toegetakeld dat hij enkele weken later aan zijn verwondingen bezwijkt. Toch wordt getwijfeld aan deze gebeurtenis, want die duikt op in een heiligenleven van Eleutherius, dat de Doornikse kanunnik Henri heeft geschreven in 1141. Op dat moment probeert de Doornikse kerk onafhankelijk te worden van het diocees Noyon en dus heeft Henri een motief om de ouderdom van de Doornikse kerk te bewijzen. Volgens zijn verslag was Eleutherius een inwoner van Doornik, geboren tijdens de regering van Childeric I, de Merovingische vorst die in 482 bij de Doornikse Sint-Brixiuskerk op de rechter Schelde-oever begraven is. Eleutherius’ ouders zouden Terenus en Blanda zijn geweest, waarbij zijn vader uit de familie van Irenaeus uit Lyon kwam. De vervolging van de christenen in die dagen zouden hen naar het dorp Blandinium hebben doen vluchten, het huidige Blandain.

Nadat Childerics opvolger Clovis zich in 496 tot christen had laten dopen volgden veel van zijn onderdanen dat voorbeeld, waardoor volgens de overlevering Eleutherius liefst elfduizend bekeerlingen zou hebben gemaakt. Nadien zou zijn familie in Blandain een kerk hebben laten bouwen. Er is vandaag inderdaad een Sint-Eleutheriuskerk in dat dorp.


Eleutherius wordt aangeroepen tegen koorts, bij grote droogte én bij aanhoudende regen. Men verwacht van hem dus in alle gevallen matiging. Traditioneel wordt Eleutherius als goed bevriend met de heilige Medardus beschouwd. Beiden zijn missiebisschoppen geweest en Medardus heeft ook iets met het weer, hij is de beschermheilige van de paraplumakers, dus dan weet je het wel.


In 897 of 898 zouden tijdens het episcopaat van bisschop Helido van Doornik de relieken van Eleutherius gevonden zijn. Bisschop Boudewijn zou die dan in 1064 of 1065 overgebracht hebben naar de Doornikse kathedraal. Daar zijn ze in 1247 opgenomen in het grote zilveren reliekschrijn dat door bisschop Walter de Marvis is besteld en dat zich nu in de schatkamer van de kathedraal bevindt. Aan het voorste uiteinde zie je Eleutherius met zijn kruisstaf als bisschop afgebeeld, terwijl hij een model van de Doornikse kathedraal vasthoudt.

De Sint-Maartensabdij van Doornik en de Sint-Salvatorkathedraal in Brugge zouden ook enkele relieken van Eleutherius bezitten of bezeten hebben.


De feestdag van deze heilige valt op 20 februari, de translatie van de relieken in augustus.