Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

ELZENVELD

Lange Gasthuisstraat 45

2000 Antwerpen

Quartier Latin

Vanaf de 12de eeuw verhuizen steeds meer kleine boeren uit armoede van het platteland naar de stad. Rijkere burgers vinden het tot die tijd een vanzelfsprekende plicht om armen bij te staan en zo hun eigen plaats in de hemel veilig te stellen. Maar deze enorme toevloed van paupers wijzigt hun houding. Armen worden voortaan gezien als een gevaar voor de sociale rust en de gezondheid. Daarom worden instellingen opgezet, die voor berooide medemensen moeten zorgen: gasthuizen voor zieken en arme bedevaarders, leprozerieën voor melaatsen, later ook pesthuizen om mensen met een besmettelijke ziekte te isoleren en aalmoezeniershuizen voor werkloze arme stedelingen.


Begin 13de eeuw wordt op particulier initiatief een verpleeginstelling voor arme zieken opgericht nabij de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een Mariagasthuis. Om in eigen onderhoud te voorzien, bezit het op de plaats waar je nu staat een boerderij Ter Elst, dan nog buiten de stadswallen.


Wanneer er steeds meer zieken verpleegd worden in het kleine gasthuis, wordt het gevaar voor besmetting alsmaar groter. Schout, schepenen en rijke burgers schenken daarom op 6 januari 1238 een flink stuk grond nabij hoeve Ter Elst aan het gasthuis, dat nu in een uitgebreidere nieuwbouw wordt ondergebracht. Precies dertig jaar later nemen de lekenzusters de regel van Sint-Augustinus aan en worden daarmee kloosternonnen. De Kamerijkse bisschop Guiardus van Laon komt hun kapel inwijden.    

Rondom het hospitaal op de gasthuisbeemden komen een kerkhof, weilanden voor het vee, een boomgaard, een moestuin en een graanakker. En ook een brouwerij behoort erbij, want bier wordt gebrouwen met gekookt water, dus is het gezonder dan het gewone water uit de stadsgrachten of uit de grond. Maar stel je geen dagelijks dronkemansgelag voor, het was zeer slap bier.


In 1235 wordt Elisabeth van Thüringen heilig verklaard en aangezien haar dochter Sofia de vrouw is van onze hertog Hendrik I van Brabant, veranderen veel instellingen voor zieken hun naam in Sint-Elisabethgasthuis.


Vandaag rest van ons middeleeuwse gasthuis nog het oude klooster, de kapel en enkele ziekenzalen. Samen wordt dat nu als hotel- en seminariecentrum Elzenveld geëxploiteerd. Dat omvat twee gedeelten: het seminariecentrum Oud Gasthuis in de oude ziekenzalen en het Klooster, waartoe de kapel, het hotel en enkele feest- en seminariezalen behoren.


ONZE-LIEVE-VROUWEKAPEL


Aan de bouw van deze kapel hebben tussen 1400 en 1450 grote bouwmeesters als Peter Appelmans en Herman de Waghemakere een handje toegestoken. Ze beginnen rond 1400 met het schip, gaan vanaf 1442 verder met het koor en voltooien deze kapel in 1460. Het torentje moet wachten tot 1565, maar sneuvelt al snel in een storm en wordt opnieuw gebouwd in 1606 door Jan van Meersen.

Aan de kant van de verderop liggende Aalmoezenierstuin wordt in 1622-’29 nog een zusterkoor toegevoegd. In 1941 wordt de buitenzijde gerestaureerd, tussen 1959-’61 volgt de binnenkant onder leiding van Frits Van Averbeke en daarbij worden 16de-eeuwse muurschilderingen ontdekt van heiligen die met de geneeskunde te maken hebben. Boven de ingang zit O.-L.-Vrouw sinds 1630.


Binnen houden stevige natuurstenen zuilen met koolbladkapiteel de kapel met bepleisterd gewelf overeind en wordt je blik geleid naar het barokke hoofdaltaar van Artus Quellin de Jonge en de preekstoel van een ouder familielid, Erasmus Quellin de Oude. Wat niet direct opvalt, is dat er achter dit hoge altaar nog een ruimte is, waar een tweede hoger gelegen eenvoudiger altaar aanwezig is. Via de opening in de achterwand konden de zieken vanuit hun bedden in de middeleeuwse ziekenzaal zo ook een misdienst bijwonen.


AALMOEZENIERSTUIN EN KLOOSTERPAND


Verstopt achter de achtergevels van de Lange Gasthuisstraat en van de straat die Sint-Jorispoort heet, ligt hier een groene oase met naast een trompetboom de twee spoken van Albert Szukalski, samen De Kreupele en de blinde en verwijzend naar de moeizame communicatie in onze tijd.

Links de gevel van het oude kloosterpand. Je ziet hier maar één van de vier vleugels van dat klooster, die samen rond een besloten groene binnenkoer liggen. Beneden is er de Zuster Agnes Volckerickxzaal, die nu als ontvangstruimte wordt gebruikt, plus de Zuster Lysbeth Van Wijnzaal, gebruikt voor kleinere samenkomsten. Boven zijn er hotelkamers. Meer naar rechts is er eerst de kloosterkeuken, de Hollandse keuken, wat dieper gelegen en met Delftsblauwe tegelmuren. Meer achteraan zie je de trapgevels van de 17de-eeuwse pastorie, want zo’n gasthuis had natuurlijk ook een eigen pastoor.

Achter je staat Rik Poots beeld van Maurice Gilliams, de Antwerpse auteur die tijdens langdurige opnames in het Stuivenberggasthuis (elders in Antwerpen) een relatie begint met verpleegster Maria de Raeymaeckers, die na zo’n 35 jaar wachten dan toch zijn tweede vrouw wordt in 1976. Als zijzelf in 1982 in dit ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt Gilliams tijdens een bezoek aan haar op 18 oktober van datzelfde jaar een hartaanval, waaraan hij ter plekke overlijdt.


OUD GASTHUIS  


Achter de kapel ligt haaks een gotische ziekenzaal uit 1464, nu als Kanunnik Van Gesselzaal voor recepties en banketten gebruikt. Hoge zandstenen zuilen die onderling door een spitsboogarcade worden verbonden delen de ruimte in twee beuken in, overdekt met een balkenplafond. Hier stonden vroeger de grote ziekenhuisbedden, waarin soms meer dan één patiënt tegelijk lagen. Rond de bedden hingen lange gordijnen, waardoor de patiënten elkaar niet konden zien tijdens de soms bloederige behandelingen. Gordijnen en lakens waren dikwijls van rode of blauwe stof gemaakt, waarop bloedvlekken niet opvielen.

Een marmeren portaal moet herinneren aan de 17de-eeuwse kanunnik I.G. Van Gessel, stichter van een Convalescentenfondatie, een stichting voor zieken die herstellende zijn. Vaak was het immers in de middeleeuwse ziekenhuizen zo, dat er geen aparte ruimte voorzien was voor wie na een ernstige ziekte aan de beterhand was, maar nog niet goed genoeg om het gasthuis te verlaten. Daardoor lagen er ernstig zieken samen met herstellenden in één ruimte, wat niet bevorderlijk was voor beiden, want er werden natuurlijk voortdurend allerlei ziektekiemen doorgegeven omdat herstellende patiënten wat rond wandelden. Mensen als Van Gessel ijverden daarom voor aparte ruimten voor wie herstellend was.


Er hangt in deze zaal een origineel schilderij van Jacob Jordaens, ‘De Gasthuiszusters’, waarop die zusters de Zeven Werken van Barmhartigheid beoefenen: dorstigen laven, hongeringen spijzen, naakten kleden, daklozen herbergen, gevangenen bevrijden, doden begraven en uiteraard het niet afgebeelde zevende werk: zieken verzorgen. Dat gebeurde immers in deze zaal.


Boven de Van Gesselzaal en bereikbaar via trap en lift aan de kant van de verbindingsstraat die dwars langs Elzenveld en Sint-Elisabethgasthuis loopt ligt de Professor Sommézaal, genoemd naar de geneesheer-directeur, die op het terrein van de vroegere moestuin en boomgaard van het ziekenhuis een plantentuin aanlegde langs de Leopoldstraat. Vanuit deze zaal bereik je een haaks daarop staande veel mooiere ruimte, het Dokter Lazarus Marquisauditorium, de zolder van een ziekenzaal uit 1509. Met name het dakgebinte is bezienswaardig. Lazarus Marquis was de lijfarts van onze beroemdste schilder Peter Paul Rubens en een autoriteit op zijn gebied in de 17de eeuw.