Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

LUCAS II FRANCHOYS DE JONGERE (1616-1681)

Wanneer Lucas Franchoys op 28 juni 1616 in Mechelen wordt gedoopt, komt hij meteen in een kunstenaarsmilieu terecht. Zijn gelijknamige vader Lucas I Franchoys de Oudere is portret- en figurenschilder en is al enkele malen deken van de Mechelse Sint-Lucasgilde geweest, waarin schilders, beeldhouwers en edelsmeden zijn verenigd. Vader heeft ook nogal wat jong volk in huis, dat hij opleidt in de schilderkunst: Nicolas Smeyers, Antoon Imbrechts, Eloy Bonnejonne. En dus krijgen ook zijn eigen zonen Lucas en Pieter hun eerste lessen in de schilderkunst van pa. Er zijn ook nog dochters in huis, waar leerling Eloy zijn keuze uit maakt en met een van hen huwt. Bovendien is er Cornelia Franchoys, een zus van vader Lucas, die met Hendrik Fayd’herbe is getrouwd, waardoor hun zoon Lucas Fayd’herbe een volle neef is van Lucas en Pieter.  

Om beide zonen nog een betere basis te geven, stuurt vader Lucas hen allebei naar Antwerpen. Waarschijnlijk is Lucas II Franchoys net als neef Lucas Fayd’herbe in de leer geweest bij niemand minder dan Pieter Paul Rubens.

Voor een eerste vermelding van Lucas II als schilder moeten we een heel eind buiten Mechelen zijn en wel in Doornik, waar hij in 1649 geld krijgt voor werk in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Vanaf 1650 hangt in die kerk Lucas’ “Aanbidding der Herders”, maar dat is door de Franse revolutionairen meegenomen. Nog wel aanwezig in de kapel van de Heilige Lodewijk in die kathedraal is het doek “De heilige Nicasius, bisschop van Reims en patroon van Doornik door de Vandalen gemarteld.”

Blijkbaar voelt de jongere Franchoys zich in die stad thuis, hij blijft er toch een paar jaar wonen. Maar in 1654 is hij in elk geval weer terug in zijn geboortestad. In het volgende jaar, 1655,  wordt Lucas als meester opgenomen in de Mechelse Sint-Lucasgilde. Zijn vader zal hij er niet meer tegen het lijf lopen, die is al overleden in 1643. Zoon Lucas II Franchoys zal in Mechelen diverse kerken verrijken met altaarstukken en andere religieuze composities.


Rond 1660 is heel Europa in de ban van een pestepidemie. Lucas krijgt opdracht om voor het Sint-Antoniusaltaar in de Mechelse Sint-Janskerk een drieluik te maken rond dat thema en daar werkt hij aan van 1669 tot 1671. Er staan vijf pestheiligen op die in Mechelen worden vereerd. In het middengedeelte prijkt de bekendste van hen, Rochus. Naar hem wordt het hele drieluik dan ook het Sint-Rochustriptiek genoemd. Links van hem wordt Antonius door de duivel bekoord, een gegeven dat later Salvator Dali zal inspireren tot een fascinerend doek. Rechts zien we hoe Sebastiaan met pijlen wordt doorschoten, wat hem later tot patroon van de boogschutters zal maken. Op de achterkant van het linkerzijluik figureert Adrianus, terwijl op de rugzijde van Sebastiaan de heilige Christoffel prijkt. Die zijluiken zijn later zo doorgezaagd, dat beide afbeeldingen naast elkaar getoond kunnen worden. Een ingreep die wel vaker is gebeurd, ook het Gentse Lam Gods heeft die moeten ondergaan toen dat werk tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Duitsland is overgebracht.   


Terwijl Lucas Franchoys nog aan dat triptiek bezig is, werkt hij ook aan bestellingen voor de Mechelse Sint-Pieter en Sint-Pauluskerk en voor de Begijnhofkerk. Omdat de eerste kerk tot een jezuïetenklooster behoort, maakt hij daar een schilderij met hun stichter Ignatius voor. Blijkbaar neemt Lucas er zijn tijd voor, de bestelling gebeurt in 1670, de aflevering in 1680 en het hangt nu in de kapel van Apollonia. Pastoor ’t Servranxs van het begijnhof wenst in 1672 een mooi altaarstuk, de Hemelvaart van Maria. Dat past bij de contrareformatie, het terugwinnen van protestantse zieltjes. Luther, Calvijn en consorten kennen Maria niet zo’n bevoorrechte plaats toe in hun versie van de christelijke leer, dus schuift de katholieke Kerk haar dan extra naar voren als symbool van het ware geloof.   


Blijkbaar is men in de Sint-Janskerk zeer tevreden over het door Lucas Franchoys geleverde werk voor de Sint-Rochustriptiek en in 1673 vraagt men hem om het Heilige Geesttriptiek in die kerk te voltooien. Daar was zijn vader Lucas de Oudere rond 1640 aan begonnen en hij heeft het middenpaneel met de Nederdaling van de Heilige Geest kunnen voltooien. Maar we weten dat de man in 1643 overleden is en nu zal zoon Lucas de Jongere het linkerluik met de prediking van Petrus en het rechterluik met de prediking van Paulus realiseren en daarmee het drieluik afwerken.

Om in de Mechelse kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal aan winkelas de Bruul Lucas’ schilderij “Het aannemen van de kloosterpij door de heilige Norbertus” te bewonderen, zou je even het orgel moeten wegnemen dat ervoor is geplaatst. Het werkstuk dateert uit 1674 en is een tweemans onderneming geweest: Willem Schubert von Ehrenberg heeft voor het tempeldecor gezorgd, Lucas voor de figuranten daarin.


In 1680 volgt een tweede bestelling van de Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk. Nu wil men de bekendste jezuïetenmissionaris vereeuwigen. Dat wordt het schilderij “Franciscus Xaverius beschaamt de boeddhistische wijsgeren in tegenwoordigheid van een Japans vorst” en het raakt in 1681 af.

Nog twee andere Mechelse kerken mogen zich verheugen in een werk van Lucas II Franchoys. In de Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijkkerk hangt zijn schilderij “Heilige Augustinus van Hippo”, de man die zowat het kloosterleven heeft uitgevonden. En in de veel bescheidener Sint-Katelijnekerk is het altaarstuk “De marteling van de heilige Laurentius en de heilige Johannes” te zien. Twee heiligen die elkaar zelden ontmoeten in één kunstwerk. Hier gebeurt dat wel omdat Johannes de patroonheilige van de wevers was en zij met dit doek het Sint-Laurentiusaltaar wilden versieren, waaraan de weversgilde zijn diensten hield. Vreemd aan dit doek is, dat het er flink gehavend uitziet. Dat vandalisme danken we aan een collega van Lucas Franchoys, namelijk Jan Erasmus Quellin, die kort na de voltooiing van het doek blijkbaar vond dat hij er iets beters van kon maken en kwistig ging overschilderen. Maar dat namen de parochianen niet en hij moest er dus ijlings mee stoppen.   

In het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen hangen ook nog twee ‘Mechelse’ doeken van Lucas II Franchoys. Die komen allebei uit de vroegere kerk van de ongeschoeide karmelieten, waar thans een chic hotel zijn intrek heeft genomen. Het ene schilderij draagt als titel “Maria verschijnt met het Kindje Jezus aan de heilige Simon Stock”. Simon was een kluizenaar die in 1237 dat eenzame bestaan opgaf door toe te treden tot de karmelietenorde en het daar wat later tot eerste algemeen prior schopte. Hij vraagt in 1244 een aanpassing van de orderegel aan de paus.

Het andere doek wordt thans aangeduid als “De Heilige Lodewijk ontscheept op de berg Karmel”, maar heette feitelijk “Heilige Lodewijk IX, koning van Frankrijk, ontvangt bij zijn ontscheping op de Franse kust Pierre de Corbie”. Vanwaar dat stevige snoeien in de titel? Wat in Antwerpen te zien is, is slechts het linker fragment van een veel groter origineel, dat in de 19de eeuw in stukken is versneden. De karmelieten zijn ontstaan in het zog van de kruistochten in het Heilig Land. Koningen uit het Westen komen kijken hoe zij hun geestelijk leven lijden en nodigen hen uit om zich in hun landen te vestigen. Pierre de Corbie sticht in 1235 de eerste karmel in de Nederlanden te Valenciennes in het graafschap Henegouwen. Het grote werkstuk omvatte daarnaast nog een middendeel dat “De Madonna die het schapulier aan een karmeliet overhandigt” en een rechterdeel “Verlossing van de zielen uit het vagevuur”. Er moet gezegd dat Lucas II Franchoys zich voor dit reusachtige werk heeft laten bijstaan door diverse medewerkers, waaronder met name de Brusselse landschapsschilder Lucas Achterschellinck.

Naast deze Brusselaar werkt Franchoys ook regelmatig samen met Jacques d’Arthois, Grégoire Beerings, Egide Smeyers en Frans Snyders, de laatste bekend als schilder van poelierstaferelen met dieren op de werken van Pieter Paul Rubens. Ook heeft Lucas eigen leerlingen, waaronder de Mechelaar Sebastien van Aken een van de bekendste namen is.


Waar Lucas II Franchoys vooral bekend is door zijn altaarstukken en schilderijen voor kerken, moet ook gezegd worden dat hij evenzeer befaamd was als portretschilder. Zo maakt hij reeds als 14-jarige beginneling een portret van de dan ook nog jonge Lucas Fayd’herbe, dat nu in het Mechelse museum Hof van Buysleyden hangt. Later maakt Lucas nog een portret van een van zijn opdrachtgevers, de Mechelse aartsbisschop Alphonse de Bergues, een Brusselaar die het hoogste kerkelijke ambt in de Zuidelijke Nederlanden bekleedt van 1671 tot 1690.


Op 3 april 1681 overlijdt Lucas II Franchoys in zijn geboortestad Mechelen, waar hij tot de leidende schilders heeft behoord.


Oeuvre:

1630

Lucas Fayd’herbe, portret.

Hof van Buysleyden, Mechelen.

????

De heilige Nicasius, bisschop van Reims en patroon van Doornik door de Vandalen gemarteld.

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Doornik.

1669-1671

Sint-Rochustriptiek, drieluik.

Sint-Janskerk, Sint-Jansstraat, Mechelen.

1670-1680

Heilige Ignatius.

Sint-Pieter en Sint-Pauluskerk, Keizerstraat, Mechelen.

1672

De hemelvaart van Maria, altaarstuk.

Begijnhofkerk, Mechelen.

1673

Heilige Geesttriptiek, zijpanelen drieluik.

Sint-Janskerk, Sint-Jansstraat, Mechelen.

1674

Het aannemen van de kloosterpij door de heilige Norbertus.

Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal, Bruul, Mechelen.

1680-1681

Franciscus Xaverius beschaamt de boeddhistische wijsgeren in tegenwoordigheid van een Japans vorst.

Sint-Pieter en Sint-Pauluskerk, Keizerstraat, Mechelen.

????

Heilige Augustinus van Hippo.

Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijkkerk, Hanswijkstraat, Mechelen.

????

De marteling van de heilige Laurentius en de heilige Johannes.

Sint-Katelijnekerk, Sint-Katelijnestraat, Mechelen.

????

Maria verschijnt met het Kindje Jezus aan de heilige Simon Stock.

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplein, Antwerpen.

????

Heilige Lodewijk IX, koning van Frankrijk, ontvangt bij zijn ontscheping op de Franse kust Pierre de Corbie (fragment van groter werk).

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplein, Antwerpen.