Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

LOUIS GALLAIT (1810-1887)

Tournai / Doornik

De op 10 mei 1810 in Doornik geboren Louis Gallait volgt een middelbare opleiding aan het Koninklijk Atheneum van zijn geboortestad, om dan klerk te worden op het kantoor van een advocaat-procureur. Maar blijkbaar wil Louis iets heel anders doen in zijn leven, want hij volgt aan de plaatselijke tekenacademie schilderlessen bij Philippe-Auguste Hennequin. Daarvoor kent het Doornikse stadsbestuur hem een toelage van 300 frank toe. Hij wil nu zijn opleiding aan een academie van een grotere stad voortzetten, maar burgemeester José de Hulste wil zijn toelage dan niet verlengen. Toch vertrekt Gallait naar Antwerpen, waar hij met nu schaarse middelen weet te overleven en les gaat volgen bij Mathijs-Ignaas Van Brée, op dat moment directeur van de Antwerpse academie.


In 1832 levert zijn schilderij « Le denier de César – De ontkenning van Cesar » hem de Historieprijs op bij een door de Maatschappij van Schone Kunsten en Literatuur van de Stad Gent georganiseerde wedstrijd. Wanneer in 1833 zijn schilderij « Christ guérissant les aveugles – Christus geneest de blinden » in Brussel wordt tentoongesteld breekt Louis Gallait door bij een ruimer publiek. Het werk wordt zelfs zo gewaardeerd, dat het via een publieke inschrijving wordt aangekocht voor de Doornikse kathedraal. Met het geld van die aankoop gaat Louis naar Parijs om daar in het Louvre grote meesters als Rubens, Ribera en Murillo te bestuderen en les te volgen bij Ary Scheffer – een schilder uit Dordrecht – en Paul Delaroche. Hij zal zich voortaan toeleggen op het schilderen van historiestukken waarin hij grote aandacht zal schenken aan de weergave van de omgeving, zoals die er in de tijd van het tafereel uit kon zien en ervoor zorgen dat de geschilderde scène boeiend wordt door een dramatisch aspect in de weergave. Louis Gallait wordt samen met Nicaise de Keyser, Gustaaf Wappers, Henri Leys en Antoine Wiertz een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de romantiek in de Belgische schilderkunst


Wanneer Louis in 1835 het schilderij « Le serment de Vargas – De eed van Vargas » op het Parijse salon voorstelt, volgen er meteen opdrachten voor het Musée historique de Versailles. Die komen in feite van koning Louis-Philippe zelf, die een belangrijk deel van de gelden van zijn civiele lijst aan kunstaankopen besteedt. Tot die opdrachten behoren bijvoorbeeld « Portrait du duc de Biron – Portret van de hertog van Biron » dat nog steeds in Versailles hangt en « Job sur son fumier, entouré de ses trois amis et de sa femme – Job op zijn mesthoop, omringd door zijn drie vrienden en zijn vrouw », dat vandaag in het Musée des Beaux-Arts in Lille te zien valt. Meteen zie je dat bij dergelijke historiestukken lange titels horen, die de uitgebeelde scène voor de toeschouwer beschrijven en duiden. « Le serment de Vargas » bevindt zich in de Wallace Collection in Londen.


In dezelfde periode stuurt Gallait twee werken naar de driejaarlijkse salon van Brussel : « Le Repentir – Het Berouw » en « Montaigne visitant Tasse à Ferrare – Montaigne bezoekt Tasse in Ferrare ». Met het tussen 1838 en 1841 in opdracht van de Belgische regering gerealiseerde « L’Abdication de Charles-Quint – De troonsafstand van Karel V » verwerft Louis Gallait echt Europese faam. Drie jaar documentatie opzoeken en iconografische details bestuderen waren nodig om tot deze compositie van 5 op 7 meter te komen, die zich vandaag in het Musée des Beaux-Arts van Doornik bevindt, als bruikleen van het Brusselse Museum voor Schone Kunsten van België. Het enorme werkstuk wordt samen met zijn tegenhanger « Het eedverbond der edelen » van Eduard De Biefve  in diverse grote Europese steden geëxposeerd en de triomftocht langs Duitse steden draagt bij tot het ontstaan van een Duitse school van historieschilders als Karl von Piloty. Daarnaast leidt dit succes tot een regen van eervolle onderscheidingen, waaronder het Franse Légion d’honneur, het Legioen van eer. Doornik viert dit succes van zijn beroemde zoon uitbundig op zondag 29 augustus 1841 met een banket ter ere van de schilder op het stadhuis.


Op 19 maart 1844 trouwt Louis met Hippolyte-Simone Picke en het echtpaar gaat in Schaarbeek wonen, een voorstad van Brussel. Naast die historische taferelen is Gallait ook bekend als uitstekend schilder van zwierige maar voorname portretten, wat hem opdrachten van heel wat bekende persoonlijkheden oplevert en ervoor zorgt dat Louis een aanzienlijk fortuin vergaart.


Het hoogtepunt van zijn roem bereikt Louis Gallait in 1851 met het schilderij « Derniers Honneurs rendus aux comtes d’Egmont et de Horn – Laatste eerbewijzen aan de graven Egmont en Hoorne», beroemd geworden onder de naam « Les têtes coupées – De onthoofden », waarop de twee hoofden van beide graven op een bed liggen, nadat de nieuwe Spaanse landvoogd Alva hen heeft laten terechtstellen op de Brusselse Grote Markt als afschrikwekkend voorbeeld voor eenieder die zich niet wenst te plooien naar de wensen van koning Filips II. De eer wordt bewezen door de Brusselse kruisboogschutters, terwijl een soldaat en een spion van Alva toekijken.

In 1882 beëindigt Gallait zijn schilderij « La Peste à Tournai en 1092 – De Pest te Doornik in 1092 » dat nu ook in bruikleen in het Musée des Beaux-Arts aldaar te zien is. Hoewel dus pas voltooid in 1882, is het een werkstuk waaraan Louis sinds 1853 heeft gewerkt, zoals hij zelf zegt, uit liefde voor zijn geboortestad. Die liefde is uitgesmeerd over bijna 5 bij 8 meter.


Zijn algemene bekendheid bezorgt Louis Gallait talrijke benoemingen in wetenschappelijke kringen, zoals het lidmaatschap van de Keizerlijke academies van Schone Kunsten in Wenen en in Berlijn, verder de functie van directeur en later voorzitter van de Koninklijke academie van België. In oktober 1862 biedt koning Leopold I hem de adellijke titel van baron aan, maar die weigert Gallait.


Zijn dood in Schaarbeek op 20 november 1887 wordt voor de stad Doornik een gelegenheid om zijn held een grandioze begrafenis te bezorgen. In 1891 maakt Guillaume Charlier een ter ere van Gallait opgericht monument, dat een centrale plaats krijgt op een pleintje van het Doornikse stadspark. En zowel Doornik als Schaarbeek hebben een straat naar Louis Gallait genoemd.