Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

RIDDER VIC GENTILS (1919-1997)

Victor Albert Gentils wordt op 18 april 1919 geboren in het Engelse Infracombe, waar zijn Franse vader en Belgische moeder heen zijn gevlucht voor de Eerste Wereldoorlog. Na zijn geboorte keren zijn ouders terug naar Antwerpen. Vic volgt tussen 1934 en 1938 een schildersopleiding aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, die hij in 1940-'42 voortzet aan het Hoger Instituut van dezelfde academie, waar hij les krijgt van Lierenaar Isidoor Opsomer. Intussen is hij na de dood van zijn moeder in 1936 gaan samenwonen met zijn broer in de Albert Grisarstraat te Antwerpen, de wijk rond het Militair Hospitaal (nu Groen Kwartier).

In 1943 debuteert Gentils als schilder met landschappen die een kubistisch-expressionistische inslag tonen, met daarnaast tekeningen en studies, waarbij onder andere Picasso als voorbeeld dient. Zijn eerste individuele tentoonstelling met dit soort werk krijgt Vic in 1946 in de Koninklijke Kunstkring van Antwerpen. Het jaar daarop neemt hij deel aan de tentoonstelling "Jonge Antwerpse Schilderkunst" in zaal Artes.


Op 16 december 1947 wordt de Antwerpse Yvonne De Maere zijn muze voor altijd en het jonge paar gaat op de Kielse Vest in Hoboken wonen. Maar niet voor lang, op 9 mei 1949 wordt er naar Turnhout verhuisd, waar ze samen café-restaurant 'Hof van Turnhout' gaan uitbaten op de Kastelein, een wijk buiten het centrum nabij het kanaal Turnhout-Schoten. Daar blijkt het wel vruchtbaar te zijn: op 20 september 1949 wordt dochter Anna (Annie) Catharina Raymond Gentils geboren, die later de voetstappen van haar vader zal drukken, niet zozeer als uitvoerend kunstenares, maar als organisator van spraakmakende kunstmanifestaties in de Montevideo-pakhuizen naast het Kattendijkdok in Antwerpen anno de late jaren 1970, waaruit galerie Montevideo in de Peter Benoitstraat zal groeien. Wanneer op 6 oktober 1951 de tweeling François Albert en Paul Raymond het gezin Gentils komt uitbreiden, wordt er alras verhuisd op 6 oktober naar de Turnhoutsebaan in Schilde. Dat is slechts een tussenstop, in 1952 duikt het echtpaar Gentils-De Maere op in de Schrijnwerkersstraat in Antwerpen, om daar met een eigen kunstgalerie te starten. Kennelijk niet zo'n goed idee, al in 1953 vertrekken ze opnieuw, nu naar Schoten.


Ondertussen is Vic Gentils druk doende zijn eigen stijl te zoeken, wat betekent schilderen van neo-surrealistische voorstellingen, die steeds abstracter worden. Als hij in 1956 op een tentoonstelling in het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten met Afrikaanse kunst wordt geconfronteerd, geeft dat aanleiding tot een ommezwaai naar het experimenteren met allerhande gevonden of toevallig gekregen materialen, zoals oude grammofoonplaten, plexiglas, gekneed papier of reliëfs in koper, die dan op doek worden aangebracht. Een abstract werk uit die tijd, uit 1958, is ‘Construction noir-blanc’ dat vandaag tot de collectie van Bank Delen behoort.

Wanneer Gentils in 1958 een tweede prijs behaalt met een religieus schilderij in een wedstrijd van Pro Arte Christiana is dat meteen het signaal om de kwast voor lange tijd neer te leggen en meer sculpturaal te gaan werken.


Wanneer in 1958 in Antwerpen progressieve kunstenaars zich verenigen in G.58, behoort Gentils tot de oprichters. Samen met Rita Crombecq, Wybrand Ganzevoort en fotograaf Filip Tas - allen lid van G.58 - exposeert hij in Kasteel Middelheim, een plek waar hij vaker zal terugkeren. Wanneer de hele G.58-groep op 29 november 1958 een grote expo op de ruime zolderverdieping van het Antwerpse Hessenhuis organiseert en daar meteen een statement maakt tegenover de kunstwereld, is Gentils uiteraard van de partij. In hetzelfde jaar is het gezin weer eens verhuisd, van Schoten naar een woning aan Zand 17 in hartje Antwerpen. Vandaag huist daar boutique-hotel ’T Sandt, met een Ridder Vic Gentilszaal als eerbetoon aan de vroegere bewoner.

Het jaar daarop reist hij naar Milaan, waar hij Lucio Fontana en Piero Manzoni ontmoet. Fontana is dan juist bezig met experimenten om in zijn werk de beperking van het vlakke schilderdoek te doorbreken, door er perforaties en insnijdingen in te maken. Gentils zal in die periode ook meer met reliëf gaan werken, bijvoorbeeld met spijkers die naast elkaar geslagen het beeld vormen. Ook begint hij nu met gebrand hout te werken, een techniek die later in veel van zijn assemblages een rol zal spelen.

Uit ongenoegen over G.58 sticht Gentils samen met o.a. Jan Dries, Guy Vandenbranden, Guy Mees en Jef Verheyen 'De Nieuwe Vlaamse School' in 1960. Ze houden exposities in de Antwerpse Vecu, een artistiek centrum, verborgen in de smalle Moriaanstraat nabij het Hendrik Conscienceplein, maar een echt trefpunt van kunstenaars. In Brussel is hun werk te zien in galerie Le Zodiaque.


Wanneer René Guiette hem in 1960 een vrachtwagen vol oude lijsten bezorgt, zal Gentils die gaan assembleren tot kunstwerken met veel verticale of horizontale lijnen van verschillende dikte en lengte. Een voorbeeld van zo’n assemblagewerk met gebrande en vergulde kaderlijsten is ‘Grand'Place de Bruxelles’, dat in het Brussels Hilton (nu The Hotel) aan de Waterloolaan te bewonderden valt.

Een jaar later begint Vic piano-onderdelen in zijn assemblages te verwerken en nog een jaar later komt daar vilt in rood en groen bij. Hij heeft volop van dat materiaal, na de overname van de voorraden van een gesloten hoedenfabriek. Een van de bekendste pianowerken uit die periode is het reliëf ‘Toccata en Fuga’. De eerste overzichtstentoonstelling vindt in 1962 niet in België, maar in het Nederlandse stadje Schiedam tussen Rotterdam en Delft plaats: “De piano’s van Vic Gentils”.

Vanaf 1963 wordt dit repertoire aangevuld met meubelfragmenten en scheepsonderdelen en ontstaan de eerste ‘Tombes’. In datzelfde jaar neemt Gentils deel aan de VIIde Biënnale van Tokio, het jaar daarop mag Vic Gentils de Belgische inzending leveren voor de XXXIIste Biënnale van Venetië. Daar koppelt het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozar) een overzichtstentoonstelling onder de titel “Venice by Night” aan vast, waar Gentils zijn ‘Hommage aan Permeke’ toont.

En nog steeds in datzelfde jaar 1964 is hij aanwezig op Documenta III, de immer spraakmakende tentoonstelling te Kassel, waar eigentijdse ontwikkelingen worden getoond. 1964 is ook het jaar van de volgende verhuizing, ditmaal naar een speciaal door architect Georges Baines voor Gentils gebouwde atelierwoning in Wijnegem, waarvoor Baines in 1965 de Belgische Houtprijs zal krijgen.


Deelname aan de Vde Biënnale van San Marino levert in 1965 een Eerste Prijs op voor Vic Gentils, Il Premio Marzotto Roma, plus een contract voor vijf jaar met galerie Krugier in Genève. Die galerie zal met een verzoek voor een werk rond het thema 'stoel' de aanzet geven voor het beroemde Gentils-werk ‘Het Grote Schaakspel’, een assemblage van 32 figuren en thans te zien in de Orangerie van Middelheim. Ook het ‘Portrait de Betty Barman’ dateert uit deze periode. Samen met Wilfredo Lam gaat Gentils exposeren in de Kunsthalle van het Zwitserse Basel in 1966. Bij zijn deelname aan de IXde Biënnale van São Paulo (Brazilië) in 1967 toont hij voor het eerst ‘Het Grote Schaakspel’, dat hem veel inspanning heeft gekost en waarbij er een duidelijk onderscheid bestaat tussen de eerst gemaakte zwarte figuren en de iets later tot stand gekomen witte schaakstukken, die zich agressiever tonen. Anders dan bij een echt schaakspel gaat het hierbij ook om twee tegenpartijen, die niet elkaars spiegelbeeld zijn qua vormgeving. São Paolo krijgt een vervolg in een reis samen met Jef Verheyen en Dan Van Severen door Brazilië met een bezoek aan New York als toemaatje. Uit die ervaring zullen een reeks ‘Brazil’-werken voortkomen, die bestaan uit olieverf op doek en houten sculpturen. In 1969 komt het werk ‘Le roi s’amuse’ gereed.


Het volgende decennium zet Gentils op een wel zeer aparte wijze in; hij verhuist in de Nieuwjaarsnacht van 1970 naar Hingene, waar hij zijn intrek neemt in 'De Notelaar', een jachtpaviljoen van de vroegere kasteelheren van het geslacht d'Ursel. De eerste werken die in Hingene ontstaan op een rijnaak, die als atelier in de Schelde voor het paviljoen ligt, zijn ‘De Madonna van Hingene’, ‘De Koppelaars’, ‘Il Papa’ en ‘Samothrace Hero’.

In 1970 krijgt Gentils de Prijs Robert Giron, waar overzichtsexposities bij horen in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozar), het Rotterdamse Museum Boymans-van Beuningen en het Musée de Tel Aviv. Aan Vic Gentils wordt in dat jaar ook de onderscheiding Ridder in de Kroonorde verleend. Ook in 1970 komt de bibliofiele uitgave De Acht Hoofdzonden tot stand met 8 zeefdrukken van Gentils naast 8 gedichten van Hugues Pernath, op dat moment bekend als 'ambassadeur' van de Pink Poets, een Antwerpse dichtersgroep, ontstaan in 1955. Van dat werk wordt tevens een monumentale beeldengroep afgeleid met dezelfde titel.

Eveneens in Hingene maakt Vic Gentils een van zijn bekendste werken, het ‘Monument Huysmans-Lenin’, een groep van 32 houten beelden met centraal Camille Huysmans die staande op een kar het volk toespreekt, terwijl Lenin naast hem zit en notities neemt. Het ensemble staat momenteel permanent opgesteld in een aula van de UIA-universiteit in Edegem. In 1972 volgt ‘Portret van Lode Craeybeckx’, spontaan gemaakt door Gentils naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de Antwerpse burgemeester die het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim heeft gesticht, waar Vic Gentils sinds 1970 lid van het werkcomité is. Voor het beeld van Craeybeckx gebruikt hij gebronzeerd ijzer, waarbij er een wisselwerking tussen materiaal en leegte is om de figuur vorm te geven. Het beeld staat uiteraard in het Middelheimpark opgesteld.

Een hartinfarct later in 1972 dwingt de kunstenaar enkele jaren tot kalmpjes aan doen en tijdens deze herstelperiode beperkt hij zich wijselijk tot kleiner werk. Daaronder bevindt zich het voorontwerp van een beeldengroep ‘Dürer en zijn tijd’, een opdracht van het Albrecht-Dürer-Gesellschaft uit het Duitse Nürnberg, waarvan de monumentale versie nooit is uitgevoerd.


Brussel laat vanaf de jaren 1970 zijn metrostations door kunstenaars decoreren en zo is er sinds 1976 in station Thieffry een wand uit gekleurde spiegelpanelen te zien van Gentils, met als titel ‘Aequus Nox’. Twee jaar tevoren komt het werk ‘The Great Ray Charles’ gereed, waarin de kleurrijke blinde artiest aan een complete vleugelpiano plaats heeft genomen. Het is het eerste grote werk van Vic na zijn infarct.

Gentils gaat nu experimenteren met linnen collages en gestapelde hoedenvormen en dat leidt in 1977 tot een retrospectieve in cultureel centrum De Warande in Turnhout en het Musée d’art et d’histoire in de grote Franse stad Lille. Voor Vic hangt er een tweede onderscheiding aan vast, hij wordt Ridder in de Leopoldsorde.  


Wanneer Vic Gentils in 1978 tot professor aan het Nationaal Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen wordt benoemd, is het tijd om Hingene te verruilen voor een Antwerps stadshuis en dat wordt gevonden in de Jacob Jordaensstraat in de wijk die vandaag Klein Antwerpen heet. Tussen 1981 en 1983 werkt de kunstenaar aan een nieuw groot werk, dat 100 beelden uit hoedenvormen omzwachteld met wit linnen omvat, met daartussen bruine telefoonpalen. Het is bestemd voor het Stedelijk Museum van Aktuele Kunst (SMAK) in Gent, dat Jan Hoet uit de grond heeft gestampt. Wat als een van de topwerken van Vic Gentils wordt beschouwd, komt in 1984 tot stand: ‘Ensor et ses squelettes veulent se chauffer’. Het is tegelijk een hommage en een parodie op de grote James Ensor, die in 1889 een schilderij en een ets heeft gemaakt met vrijwel dezelfde titel ‘Squelettes veulent se chauffer’. Een jaar later ontstaan enkele kleinere werken, maar ook ‘Poolse Landverhuizers’, dat negen groepen van figuren omvat. Na de expositie “An aspect of Contemporary Art in Belgium” in het Museum of Art van de Japanse stad Himeji in 1993, wordt dat werk door dit museum aangekocht, samen met het reliëf ‘España’ uit 1960.  

De jaren 1980 worden afgesloten met de onthullingen in oktober 1985 van de buste van ‘Jan Frans Willems’ tegen de zijgevel van de Sint-Bavokerk in Boechout en in 1989 in Leuven van het beeld ‘Rector Pieter De Somer’ dat naast de ingang van de naar deze bekende KU Leuven-bestuurder genoemde aula wordt opgesteld.


Koning Boudewijn verheft in 1992 Vic Gentils als ridder in de adelstand. Als devies kiest Gentils: “Per Artem Gentilem Victoria”. En daar hoort ook een retrospectieve in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen bij. Wat volgt zijn nog enkele jaren die Vic Gentils omwille van zijn gezondheid aan kleiner werk moet wijden. Uiteindelijk zal de kunstenaar op 27 februari 1997 overlijden in de beroemde hartkliniek in de Oost-Vlaamse stad Aalst.

Oeuvre (onvolledig):


1958

Construction noir-blanc.

Collectie Bank Delen, Jan Van Rijswijcklaan 184, Antwerpen.

1959

IJzeren Kathedraal.

M HKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen

1964

Hommage aan Permeke.

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplaats 2, Antwerpen.werpen.

1964

Venice by Night, piano-onderdelen.

Mu.ZEE, Romestraat 11, Oostende.

1967

Het Grote Schaakspel, assemblage.

Orangerie Middelheimmuseum, Middelheimlaan 61, Antwerpen.

1969

Le roi s’amuse

Mu.ZEE, Romestraat 11, Oostende.

1969

Rua de amor, houtcollage.

Galerie Veranneman, Ravenstein 35, Brussel.

1970

De 8 Hoofdzonden, assemblage.

Belfius, Pachécolaan 44, Brussel.

1970

De Madonna van Hingene

Verblijfplaats ?

1970

De Koppelaars

Verblijfplaats ?

1970

Il Papa

Verblijfplaats ?

1970

Samothrace Hero

Verblijfplaats ?

1971

Monument Huysmans-Lenin, assemblage.

Aula UIA, Fort VI-straat, Edegem.

1972

Burgemeester Lode Craeybeckx, gebronzeerd ijzer.

Middelheimmuseum, Middelheimlaan 61, Antwerpen.

1974

The Great Ray Charles

Verblijfplaats ?

1975

De Kruisweg, linnen collage.

Verblijfplaats ?

197

Just a few Seconds after Rube


1976

Compositie Aequus Nox

Metrostation Thieffry, 4 Augustusplein, Brussel-Etterbeek.

1978

Les misérables

Verblijfplaats ?

1978

Coming from planet Urs

Verblijfplaats ?

1982

Surmundane Egregious Eirenicon, 130 onderdelen.

Verblijfplaats ?

1984

Ensor et ses squelettes veulent se chauffer

Mu.ZEE, Romestraat 11,Oostende.

1985

De Zandvreter

Verblijfplaats ?

1985

De Poolse Landverhuizers

Verblijfplaats ?

1985

Jan Frans Willems, gebronzeerd ijzer.

Sint-Bavoplein, Boechout.

1989

Pieter De Somer

Aula De Somer, Deberiotstraat 24, Leuven.

Boechout

Quartier Latin

Burgemeester Lode Craeybeckx

© foto: Danielle Janssens