Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

MAURICE GILLIAMS (1900-1982)

Quartier Latin

Literatuur maakt al deel uit van de familietraditie, wanneer Maurice op 20 juli 1900 aan de Antwerpse Ossenmarkt wordt geboren. Vader Frans Gilliams is namelijk een 32-jarige boekdrukker. Moeder Louise Lambrechts is met haar 36 lentes ook niet meer piepjong. Voeg daar nog Carolina en Mathilde bij, twee ongehuwde tantes die de Maurice tot zijn twaalfde jaar huisonderwijs geven en je hebt het milieu van een jongetje dat opgroeit tussen oudere familieleden. Gilliams' oeuvre is dus niet toevallig doortrokken van een permanent wegdromen naar een verleden, waarin amper spetterende actie te bespeuren valt, maar een wat stil jongetje - een typische Kreeft - vooral het gebeuren analyseert.


Op zijn twaalfde raakt hij wel thuis weg, maar komt meteen terecht op het internaat van Sint-Victor in Turnhout, een kostschool pal naast het oude kasteel van de Brabantse hertogen aldaar. Maar Maurice zal niet lang in Turnhout vertoeven, de Eerste Wereldoorlog wordt voor hem een soort bevrijding, want de familie wijkt uit naar Amsterdam. Daar is jeugdvriend Paulus Hols secretaris van de Algemene Nederlandse Typografenbond en die heeft een dochtertje Margaretha-Elisabeth, dat in 1917 plots overlijdt. Gilliams zal er een novelle aan wijden. In datzelfde jaar 1917 debuteert de knaap onder het pseudoniem Floris van Merckem met Dichtoefeningen.


Als de wereldbrand geblust is, zal hij niet terug naar de middelbare school gaan, maar naar Parijs om er typografie te leren. Als enige zoon zal hij immers later pa moeten opvolgen in de drukkerij. Dankzij die opleiding kan Gilliams later typografie en 'kunstschrift' onderwijzen aan de Vakschool voor Kunstambachten in Antwerpen.

 

Verbeelding heeft Maurice Gilliams genoeg, hij krijgt er zelfs een premie voor in 1935 voor zijn Oefentocht in het luchtledige.


Helaas speelt die verbeelding hem ook parten in de dagelijkse realiteit, zoals bij zijn ontmoeting met Gabriëlle Baelemans, een meisje uit Schilde bij Antwerpen, waar de familie Gilliams een buitenhuisje bezit. Maurice ziet in de afstandelijke Gabriëlle de ideale vrouw, waarin de lichamelijke begeerte zich vooral via de geest manifesteert. Haar ongenaakbaarheid tijdens de verlovingstijd ziet hij dan ook als een bewust niet toegeven aan voortijdige liefdesspelletjes. Na hun huwelijk op 27 augustus 1935 blijkt dat die onaanraakbaarheid letterlijk blijft voortduren in en na de huwelijksnacht. Al in februari 1936 gaan ze uiteen, zonder officiële scheiding, dat wil haar voortdurend aanwezige moeder niet. Over deze frustrerende ervaring gaat de roman Gregoria of een huwelijk op Elseneur, postuum uitgegeven in 1991, hoewel Gilliams eraan gewerkt heeft vanaf 1938. Elseneur staat voor Elsinore, het kasteel van Hamlet en Orphelia. Zij is daar de vrouw die braafjes aan haar vader gehoorzaamt - zoals Gregoria aan haar moeder -, terwijl Hamlet zich telkens overgeeft aan zelfanalyse in plaats van tot actie over te gaan - precies wat Elias (lees: Maurice) continu blijft doen.

 

In 1936 verschijnt zijn bekendste roman, Elias of het gevecht met de nachtegalen. Deze speelt zich grotendeels af tussen het buitenhuis en de drukkerij van zijn vader in de stad. Elias is het alter-ego van Maurice en geeft een terugblikt op zijn jeugdjaren. Hij krijgt er prijzen voor: de Premie van de Provincie Antwerpen in 1937, de August Beernaertprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie het jaar daarop.


Toch eindigt 1938 in mineur: op 1 december wordt Gilliams opgenomen in het Antwerpse Stuivenbergziekenhuis in verband met een terugkerend gevoel van benauwdheid. Tot medio 1943 zal hij daar zes keer voor langere tijd moeten doorbrengen. Een groot lichtpunt daarbij wordt zijn ontmoeting met verpleegster Maria de Raeymaekers, die op 26 april 1976 zijn tweede vrouw wordt - ze heeft dus flink wat geduld moeten hebben. Zijn novelle Winter te Antwerpen (1953) gaat over die periode, maar is ook een observeren van de stad Antwerpen, waar hij zijn hele leven blijft wonen. Aanvankelijk in het ouderlijk huis, tot 15 jaar na de dood van zijn vader, terwijl moeder al eerder is gestorven. In 1960 verhuist hij naar Lange Gasthuisstraat 13, waar hij de rest van zijn leven blijft wonen.


Intussen wordt Gilliams in oktober 1946 redacteur voor Vlaanderen van het Amsterdamse literaire maandblad Criterium en in 1955 komt hij in dienst van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen als wetenschappelijk bibliothecaris. Niet zo vreemd, want Maurice schildert zelf ook en houdt er een aardige kunstcollectie op na als verzamelaar. In 1960 stapt hij over naar de Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent als vast secretaris. Vanaf dan beginnen er belangrijkere prijzen binnen te rollen: 1967 - Premie voor Letterkunde van de Provincie Antwerpen voor zijn gezamenlijke literaire werk; 1969 - Constantijn Huygens-prijs van de Nederlandse Jan Campert Stichting; 1970 - Emile Bernheimprijs voor zijn gezamenlijke werk; 1972 - Staatsprijs als bekroning voor een schrijverscarrière.

 

In juni 1976 treedt de pas hertrouwde Maurice op bij Poetry International, het grote Rotterdamse literaire festival. Enkele jaren later komen de titels: 21 mei 1980 - Doctor honoris causa aan de Gentse Rijksuniversiteit (niet slecht voor iemand die de middelbare school nooit heeft afgemaakt); 29 juli 1980 - verheffing door koning Boudewijn tot baron. En als klap op de vuurpijl op 4 oktober 1980 de uitreiking door de Nederlandse koningin Beatrix van de Prijs der Nederlandse Letteren in het Koninklijk Paleis op de Dam. Kan je dan nog anders dan doodgaan?

 

Blijkbaar denkt Maurice er net zo over, op 17 juli 1982 redigeert hij zijn laatste wil rond zijn uitvaart in de Sint-Joriskerk. En of het zo afgesproken is, bij een bezoek aan zijn wegens ziekte in het Sint-Elisabethgasthuis opgenomen vrouw Maria, krijgt hij op 18 oktober een fatale hartaanval. Na de uitvaart volgens zijn eigen laatste wil, wordt de as bijgezet op het Erepark van het Antwerpse Schoonselhof. Een eigenzinnig, introvert schrijver, weggedreven op de vleugels van de verbeelding.


Maurice Gilliams

© foto: André Bongers