Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PASQUIER GRENIER ( ca.1425-1493)

Tournai / Doornik

Rond 1425 wordt Pasquier Grenier geboren, maar we zien hem pas opduiken in de Doornikse geschiedenis in 1449. Hij is dan zowel tapijtfabrikant als handelaar in de tapijten, die hij naar zijn eigen ontwerp laat maken in zijn Doornikse atelier. Eerst nog een van de vele tapijtmakers in die stad, klimt Grenier al snel op tot hofleverancier van de Bourgondische hertogen. Dat maakt hem tot echte ondernemer, die andere tapijtmakers voor zich laat werken naar door hem aangeleverde kartons, zoals tapijtontwerpen worden genoemd. Het maken van die kartons wordt door Pasquier Grenier uitbesteed aan schilders. Dankzij een zeer welstellende klantenkring draait zijn bedrijf voor een middeleeuwse onderneming buitengewoon goed. Toch is het aantal aan hem toegeschreven tapijten wel bijzonder hoog, zelfs wanneer in aanmerking wordt genomen dat vanaf 1460 veel van zijn ontwerpen door anderen worden geweven.


In 1459 realiseert Pasquier Grenier voor hertog Filips de Goede een reeks tapijten met daarop de geschiedenis van Alexander de Grote. Daarvan zijn twee tapijten bewaard gebleven, die nu eigendom zijn van prins Doria in Rome. Twee jaar later krijgt hij van een kennelijk tevreden hertog opdracht voor de tapijtenreeks ‘Passion de Notre-Seigneur’ (De passie van Onze-Lieve-Heer) en tapijten met boeren en houthakkers als wandbekleding voor twee kamers.

En in 1462 komen de reeksen ‘Histoire d’Esther et Assuérus’ en ‘Chevalier au cygne’ (De Zwaanridder) tot stand, waarvoor de kartons zijn ontworpen door de Doornikse schilder Jaques Daret.


Grenier laat op zijn kosten in 1464 de kooromgang optrekken van de Saint-Quentin, zijn parochiekerk, plus drie kapellen achter het koor. Daar is vandaag zijn grafkapel nog te zien.


Voor de hertogin van Bourbon vervaardigt Grenier in 1466 het tapijt ‘Orangers’ (Oranjebloesem of Sinaasappelbomen) en in hetzelfde jaar ‘Bûcherons’ (Houthakkers) voor de hertogin van Gelre. De magistraat van het Brugse Vrije bestelt in 1472 bij Pasquier Grenier de reeks ‘De Oorlog van Troje’, om aan Karel de Stoute aan te bieden als herinnering aan zijn huwelijk met Margaretha van York.


In 1475 schenkt Pasquier Grenier aan de Sint-Kwintenskerk een tapijt met de ‘Zeven Sacramenten’. De studie van enkele onderdelen van dit werk, dat in Engeland is teruggevonden, laat specialisten toe om vast te stellen dat de maker zichzelf met enkele van zijn familieleden heeft afgebeeld.


Van Pasquier Grenier en zijn zoon Jean koopt koning Hendrik VIII van Engeland in 1488 elf wandtapijten met de Geschiedenis van Troje. Die vorst zou 25 jaar later zelf even in Doornik komen kijken, van 25 september tot 13 oktober 1513. Hij verovert in één moeite de stad en zal er tot 1519 een garnizoen achterlaten op de rechter Schelde-oever, waar nu nog de Tour Henri VIII een stevige herinnering aan dat bezoek vormt.


Pasquier Grenier is de vijftig al gepasseerd als het Doornikse stadsbestuur gebruikmaakt van de faam en achting die hij internationaal heeft opgebouwd om hem met enkele diplomatieke opdrachten te belasten. Zo gaat hij in 1479 besprekingen voeren met Olivier le Daim, een man uit het West-Vlaamse Tielt, die de vertrouweling van de Franse koning Lodewijk XI is geworden. En in 1481 wordt Pasquier als gezant naar de Franse koning zelf gezonden.  


Wanneer Pasquier Grenier in 1493 in Doornik overlijdt, laat hij bij testament de kartons van zijn tapijten, waarover de diverse tapijmakers nog beschikken, na aan zijn zonen Jean, Imbert, Colinet en Antoine. Jean en Antoine zullen als echte ondernemers met de fabrikage van en handel in tapijten verdergaan.

Antoine levert in 1495 en 1508 tapijten aan kardinaal Georges d’Amboise voor zijn kasteel in Gaillon. Jean Grenier heeft Filips de Schone in zijn klantenbestand en in 1513 bestelt het stadsbestuur van Doornik bij hem de reeks ‘Cité des Dames’ als geschenk voor landvoogdes Margaretha van Oostenrijk.


Vandaag kun je Pasquier Greniers tapijten en die van zijn zoons onder meer bewonderen in het Metropolitan Museum of Art in New York en het Historischen Museum in het Zwitserse Bern.