Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

HYPPOLYTE JENNEVAL (1801-1830)

Op 18 oktober 1830 sneuvelt in Boechout nabij het huidige park van de Broeders Alexianen in een van de dreven van het Boechoutse kasteel Hippolyte Louis Alexandre Dechet, bekend onder zijn artiestennaam Jenneval. Dat gebeurt tijdens een gevecht tussen de Belgische opstandelingen en de Hollandse soldaten, die een uitval hebben gedaan uit Lier.


De Fransman Jenneval, geboren op 20 januari 1801 te Lyon, is dichter en acteur, maar vooral bekend als tekstschrijver van de Brabançonne, het nationale volkslied, waarvan de muziek door Frans Van Campenhout is gecomponeerd. Alexandre Jenneval werkt als acteur in diverse Franse theaters, speelt in 1826 in het Parijse Odéon en belandt dan via Rijsel in de Brusselse Muntschouwburg. Na daar enige tijd verbonden te zijn geweest aan het gezelschap, keert hij in 1828 terug naar Parijs, waar hij werk vindt bij de Comédie-Française, het staatstheater.


Maar als in 1830 de Julirevolutie uitbreekt in de Franse hoofdstad, keert Alexandre spoorslags terug naar Brussel. Hij wordt daar stadswacht en moet dan mee voor de orde instaan. Op 25 augustus is hij getuige van de rellen na opvoering van de opera La Muette de Portici van Daniel Auber met de aria Amour sacré de la patrie in de Muntschouwburg, die uitlopen op een ware volksopstand, nota bene op de verjaardag van koning Willem I der Verenigde Nederlanden. In die dagen schrijft hij zijn beroemde Brabantse strijdlied. De Brabançonne schijnt voor het eerst door Jenneval gedeclameerd te zijn in het Brusselse café L'Aigle d'Or in de Greepstraat, nadat een groep jongeren zich na gevechten in september 1830 daar 's avonds op de eerste verdieping is komen amuseren. Naargelang de gebeurtenissen heeft Jenneval zijn tekst de dagen daarna nog aangepast, zodat er uiteindelijk drie versies bestonden.


In september sluit Jenneval zich als vrijwilliger aan bij het revolutionaire korps van Charles Niellon, ook een Fransman. Daarmee komt hij in Boechout terecht, met de voor hem noodlottige gevolgen. Zijn lichaam wordt overgebracht naar Brussel, waar de revolutionairen niet direct weten wat met alle slachtoffers aan te vangen. Ze worden dan maar voorlopig begraven op het Sint-Michielsplein. In 1831 besluit het Voorlopig Bewind van dat plein een officiële begraafplaats voor de gevallenen van de Belgische Opstand te maken. Er wordt een crypte aangelegd en het monument Pro Patria opgericht. Voor Jenneval komt daar nog een aparte gedenkzuil bij, in 1897 gemaakt door beeldhouwer Alfred Crick. De naam van het plein is intussen gewijzigd in Martelarenplein. En zijn Brabançonne wordt het Belgische volkslied.


Wanneer de Nederlandse koning Willem I in 1840 na de erkenning van het onafhankelijke België afstand doet van de troon, willen we stilaan de betrekkingen met onze noorderburen normaliseren. Eerste Minister Charles Rogier - zelf in september 1830 als leider van een groep Luikenaren naar Brussel getrokken om de opstand te leiden en lid geworden van het Voorlopig Bewind – wijzigt daarom in 1860 enkele zinsneden van de Brabançonne. Met name de regels Het artillerievuur heeft de oranjekleur op de vrijheidsboom vernietigd en Slaap in vrede, ver van de oranjekleur, onder de vrijheidsboom worden geschrapt. Die zijn al te onvriendelijk tegenover het Huis van Oranje, waaruit de Nederlandse vorsten komen. Charles Rogier wil met name van Nederland de vrije vaart op de Schelde verkrijgen, wat hem in 1863 inderdaad lukt.


Op 8 augustus 1921 wordt in een ministeriële rondzendbrief van Binnenlandse Zaken bepaalt, dat enkel de vierde strofe van Rogiers tekst voortaan als het officiële Belgische volkslied wordt aangemerkt. Dat geldt zowel voor de Franse als de Nederlandse versie. Duitstalig België moet het stellen met een vertaling van beide versies in het Duits, wat twee verschillende Duitse teksten oplevert. Daardoor kan het gebeuren in Eupen, dat je buurman een andere tekst zingt dan jij, terwijl je allebei de Brabançonne vertolkt.


Officiële Nederlandse versie:


O dierbaar België

O heilig land der Vaad'ren

onze ziel en ons hart zijn u gewijd.

Aanvaard ons hart en het bloed van onze ad'ren,

wees ons doel in arbeid en in strijd.

Bloei, o land, in eendracht niet te breken;

wees immer u zelf en ongeknecht,

het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.


Officiële Franse versie:


O Belgique, ô mère chérie,

à toi nos coeurs, à toi nos bras,

à toi notre sang, ô Patrie!

Nous le jurons tous, tu vivras!

Tu vivras toujours grande et belle

et ton invincible unité

aura por devise immortelle:

le Roi, la Loi, la Liberté!

le Roi, la Loi, la Liberté!

le Roi, la Loi, la Liberté!


Boechout