Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Marche-en-Famenne

KARMELITESSEN

Van alle slotzusters genieten zij de grootste belangstelling, ongetwijfeld vanwege het schemerachtige licht waarin ze zijn komen te staan door l'Histoire d'une âme van Theresia de Lisieux en films als Dialogue des Carmélites. Hun naam danken ze aan de eremieten die op de berg Karmel, ten noorden van Jeruzalem, leven. Deze berg is door de profeet Elia geheiligd.


Oorspronkelijk was er enkel de mannelijke orde, de Karmelieten. In 1452 vragen de begijnen van Gelre toestemming in de orde te worden opgenomen. Paus Nicolaas V geeft hen die op 7 oktober 1452. Niet veel later duiken er ook karmelitessenkloosters op in Bretagne door toedoen van hertogin Françoise d’Amboise, die zelf intreedt in de Karmel – zoals karmelitessenkloosters worden genoemd – van Nantes.


De karmelieten hebben in 1247 hun definitieve orderegel gekregen van paus Innocentius IV, waarbij het accent dat oorspronkelijk op eenzame contemplatie (beschouwing) lag, wordt verruimd tot een meer gemeenschappelijk beleven en de orde volgens het principe van de bedelordes gaat functioneren. In de 14de eeuw komt er meer aandacht voor intellectuele vorming van de ordeleden en zien we een afstand opduiken tussen gewone monniken en zij die een universitaire titel hebben behaald en zich daarom minder met alledaagse zaken wensen bezig te houden. Zij verkrijgen zelfs officieel toestemming om een gedeelte van het getijdengebed niet langer te moeten bijwonen.


De Grote Pestepidemie van 1347-1354 wordt aanleiding om ook de vastenregels te verzachten, waarbij ook het eten van vlees vaker mogelijk wordt om zo de lichamelijke verzwakking van de monniken door deze ziekte op te vangen. Deze wijzigingen worden in 1432 bekrachtigd in de ‘bulle Romani pontifices’.


In 1535 treedt de dan 20-jarige Teresa in de Catalaanse Karmel la Encarnación (Menswording) in onder de naam Teresa van Jezus. Al spoedig vindt zij dat de regels hier teveel verzacht zijn voor haar geloofsideaal. Door contemplatieve en apostolische ijver gedreven, sticht Teresa een zusterklooster van San José te Avila, waar ze zich op 24 augustus 1562 met enkele zusters terugtrekt en de regel van 1247 opnieuw onverkort invoert: armoede, afzondering, gebed. Zij zal als Teresa van Avila bekend worden als de grote hervormster van de karmelitessenorde. Later zal ze ook de mannelijke tak, de karmelieten, samen met Johannes van het Kruis hervormen. Dit wordt de Teresiaanse hervorming genoemd.


Hun optreden zal uiteindelijk na de dood van Teresa in 1582 leiden tot de opsplitsing van de karmelieten en karmelitessen in twee afzonderlijke ordes vanaf 20 december 1593: de geschoeide karmelitessen en de ongeschoeide karmelitessen, waarvan de laatste orde de hervormde – strengste – is.


Een karmelitessengemeenschap bestaat uit maximum 21 leden. Weduwen worden op elke leeftijd aangenomen. De overste wordt voor drie jaar gekozen en is één keer herkiesbaar.


In de Nederlanden worden de kloosters verdeeld over twee karmelitessenprovincies, de Nederduitse en de Franse. Deze laatste wordt thans provincie Belgica genoemd.


Naast de mannelijke karmelieten (de Eerste Orde) en de karmelitessen (de Tweede Orde) is er vanaf de 15de eeuw ook een Derde Orde toegestaan, nu Lekenorde van de Karmel genoemd. Dat is een orde waarvan niet-geestelijken lid kunnen worden, waarbij ze hun gewone dagelijkse werk kunnen behouden.


In Vlaanderen zijn er karmelitessenkloosters in Antwerpen en Brugge, in Wallonië vind je karmels in Argenteuil-Ohain, Bütgenbach, Floreffe, Luik, Marche-en-Famenne, Matagne-la-Petite, Mehagne-Chaudfontaine, Mons, Mont-sur-Marchienne, Rochefort, Soignies.


In Brussel is de Monastière de Sainte-Anne et de Saint-Joseph de oudste Belgische karmel, gesticht op 25 januari 1607 op verzoek van de aartshertogen Albrecht en Isabella door de eerbiedwaardige moeder Anna van Jezus, een medewerkster van Teresa de Avilla. Onder hun bescherming heeft deze koninklijke karmel opmerkelijke schatten verzameld, waaronder relikwieën van de Teresa. Verjaagd tijdens de Franse periode op 10 juni 1783, hebben de zusters hun toevlucht gezocht in de karmel van Saint-Denis, bij Louise de France. Pas op 12 februari 1815 kan het kloosterleven in Brussel worden hervat. Een nieuwe karmel wordt betrokken op 19 september 1834. De koninklijke karmel blijft gedurende drie-en-een-halve-eeuw zonder onderbreking bestaan en is het enige klooster dat teruggaat tot het Ancien Régime.