Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

NICOLAS LECREUX (1733-1798)

In Valenciennes, een stad in Frans-Henegouwen, herinnert een plein aan het feit dat daar op 8 september 1733 Nicolas Adrien Joseph Lecreux is geboren. Maar zijn carrière heeft Nicolas vooral in Doornik gemaakt, waar hij al heel jong met zijn ouders arriveert. Zijn vader Antoine Gillis is een meester-beeldhouwer uit Valenciennes die op 28 september 1756 van het Doornikse stadsbestuur een vergunning krijgt om een tekenacademie op te zetten. Nicolas zal dan ook zijn eerste leerling worden.


Enkele jaren eerder, in 1751, heeft François Joseph Péterinck in Doornik zijn porseleinfabriek geopend, die zal uitgroeien tot de Manufacture Royale et Impériale. Om zijn porselein te decoreren laat Péterinck zich omringen door talentrijke kunstenaars, die veelal uit het buitenland komen, zoals Robert en Gilles Dubois uit Chantilly, Claude Borne die in Nevers en Rouen heeft gewerkt of Caridon de Bertauvillet uit Soissons. Antoine’s tekenacademie kan nu ook lokale jongeren opleiden tot het vak van porseleinschilder.

Nadat Nicolas Lecreux tussen 1757 en 1760 als assistent voor een meester-beeldhouwer heeft gewerkt wordt hij in 1765 benoemd tot leraar tekenen en modelleren aan de academie. Hij zal dan zelf ook voor Péterinck kleine rustieke beeldengroepen ontwerpen in wit en soms gekleurd porselein, waarvan er vandaag enkele in de collectie van het Londense Victoria & Albertmuseum te bewonderen zijn.

Naast de porseleinfabriek is in Doornik in dezelfde periode ook het tapijtatelier van Piat-Lefebvre actief en met de aanwezigheid van de academie leidt dat samengaan van opleiding en werk tot een vernieuwing van de kunsten in Doornik, met name in de beeldhouwsector.


Nicolas is intussen twee keer getrouwd en heeft daar niet minder dan zeventien kinderen aan overgehouden, maar elf daarvan zijn al op jonge leeftijd overleden, zoals destijds vaak gebeurde. Hij heeft ook een eigen atelier in het noordwesten van Doornik, waarmee hij actief deelneemt aan de opbloei van de kunstambachten, want hij wordt weldra ingeschakeld bij de hernieuwing van heel wat kerkmeubilair en mag ook de decoratie van grote gebouwen voor zijn rekening nemen.


Zo wordt in Doornik in 1755 een tehuis voor oude priesters gebouwd door de Doornikse architecten Playez en van Dael vlakbij de kathedraal. In het gebeeldhouwde fronton met een allegorie van Wetenschappen en Kunsten verwerkt Nicolas Lecreux zowel hout, als steen en marmer. Drie jaar later, in 1758, beeldhouwt hij een schitterende Heilige Maagd voor het tympaan van het Onze-Lieve-Vrouweziekenhuis aan de Rue de l’Hôpital, dat thans de Doornikse Academie voor Schone Kunsten huisvest, wat wel een gepast eerbetoon aan Lecreux is.


Nog in zijn eigen stad hangt sinds 24 maart 2006 Lecreux’ beeld van Maria ten Hemelopneming in de vroegere Jezuïetenkerk ten zuidoosten van de Grand-Place. Oorspronkelijk maakte Nicolas dat beeld rond 1760 voor de Saint-Médard abdijkerk (nu Sainte-Margueritekerk) ten noordwesten van die Grote Markt. Er hing toen een ander beeld van hem in de Jezuïetenkerk. Nadat dit beeld was verkocht aan het Doornikse stadsbestuur, werd het ondergebracht in de Lakenhal. Maar die kreeg in 1940 een Duits bombardement te verduren, waarbij dat beeld verloren ging. Vandaar die naar boven opstijgende Maria als vervanging voor de jezuïeten.


Rond zijn 27ste begint de naam Nicolas Lecreux ook bekend te raken buiten de eigen stadsgrenzen en bovendien heeft hij zich dan als zelfstandig meester gevestigd. Wanneer de Doornikse kunstenaar Marc Lefebvre gevraagd wordt om twee altaren te ontwerpen voor de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouwekerk, zal het weliswaar de Dinantees H.J. Boreux zijn die tussen 1762 en 1772 het Sint-Rochusaltaar en in 1772-1774 het Maria Magdalena-altaar vervaardigd naar Lefebvre’s ontwerpen, maar er is ook aan Lecreux gedacht, die beeldhouwwerk levert voor deze altaren, die nog steeds respectievelijk aan de noord- en zuidzijde van de kooromgang staan.


Nicolas Lecreux krijgt in 1763 ook een mooie opdracht voor de Doornikse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Daarvoor maakt hij uit essenhout de aartsengel Michael, die vernietigend uithaalt naar de duivel himself. Er zullen nog bestellingen voor de kathedraal volgen, zoals in 1791 twee apostelbeelden voor in het beroemde doksaal van Cornelis Floris de Vriendt. Maar die zijn nooit gerealiseerd omdat de Franse revolutionairen kort daarop de Oostenrijkse Nederlanden onder de voet liepen.


Uit Kortrijk komen ook nieuwe opdrachten, eerst van de Sint-Maartenskerk, zeg maar de hoofdkerk van Kortrijk. Daar gaat het in 1766 om nieuwe pilaarbeelden van de twaalf apostelen wanneer die kerk hersteld wordt. En ook de beelden van de heilige Colomba en Stefanus in die kerk zijn het werk van Nicolas Lecreux.


Ook de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk blijft Nicolas van werk voorzien. Daar is in 1771 een nieuw doksaalorgel geplaatst door Pieter van Peteghem, een telg uit een bekend orgelbouwersgeslacht. Nicolas mag het houtsnijwerk voor de orgelkast maken. Hij creëert daarbij onder meer atlanten, dat zijn mannen die de orgelkast als het ware dragen. Hun naam komt van Atlas, de drager van de wereldbol. Hun vrouwelijke varianten zijn meer bekend, dat zijn de kariatiden.


Wanneer het welgestelde uit Doornik afkomstige echtpaar Alexius Delport en Joanna Gillon in hun huis aan de Wijngaardstraat 41 een kapel oprichten, waarin zij een beeld willen plaatsen van Onze-Lieve-Vrouw te Ruste, doen ze daarvoor een beroep op Lecreux. Zijn Maria-met-Kind uit 1778 komt daardoor in een nis op de binnenplaats van Delports woning De Dry Ringen te staan. Wanneer na zijn dood zijn woning en een aantal kleine huisjes zo’n eeuw later als Rustoord Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand gaan functioneren, wordt dat zandstenen beeld een tijdlang in de vestibule geplaats, waar de oude bewoners het goed kunnen zien. Uiteindelijk komt het terecht als Maria koningin der Hemelen in de Kortrijkse Sint-Maartenkerk.


In Harelbeke zet de ook in Doornik actieve classicistische architect Laurent-Benoît Dewez tussen 1769 en 1773 een nieuwe Sint-Salvatorkerk neer. Nicolas Lecreux levert daarvoor in 1779 een bijzondere preekstoel. De kuip van dat meubel heeft de vorm van een aardbol met daarrond de symbolen van de vier evangelisten. Bovendien is de trap zodanig ingewerkt, dat die van buitenaf niet zomaar zichtbaar is.

 

Nog zo’n twintig jaar na laatstgenoemd werk kan Nicolas Lecreux van het leven genieten, hij is in 1798 of 1799 gestorven, waarschijnlijk in Doornik.


Oeuvre (onvolledig):


Tournai / Doornik

1755

Allegorie van Wetenschappen en Kunsten, steen, marmer, hout.

Fronton L’Hôtel des Ancien Prètres, Place de l’Evèche, Doornik.

1758

Heilige Maagd met Kind.

Boven ingangspoort Académie des Beaux-Arts de Tournai,

Rue de l’Hôpital Notre-Dame 14, Doornik.

1760

Beeld Maria ten Hemelopneming .

Ancienne église des jesuites, Rue des Jésuites 30, Doornik.

1772

H. Rochusaltaar.

Onze-Lieve-Vrouwekerk kooromgang-noord, Deken Zegerplein z/n, Kortrijk.

1774

H. Maria-Magdalena-altaar.

Onze-Lieve-Vrouwekerk, kooromgang-zuid, Deken Zegerplein z/n, Kortrijk.

1763

Aartsengel Michaël, essenhout.

Onze-Lieve-Vrouwekathedaal, Doornik.

1766

Twaalf apostelbeelden tegen pilaren.

Sint-Maartenskerk, Jozef Vandaleplein z/n, Kortrijk.

1771

Orgelkast Van Peteghemorgel, decoratie met atlanten.

Onze-Lieve-Vrouwekerk doksaal, Deker Zegerplein z/n, Kortrijk.

1778

Beeld Maria Koningin der Hemelen v/h Onze-Lieve-Vrouw te Ruste, zandsteen.

Sint-Maartenskerk, Jozef Vandaleplein z/n, Kortrijk.

1779

Preekstoel met Triomf van de Waarheid over de Leugen, eikenhout.

Sint-Salvatorkerk, Gentsestraat z/n, Harelbeke.