Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

LOMBARDEN

Bankinstellingen waar particulieren geld kunnen lenen - of uitzetten - tegen een rentevergoeding, zijn in de middeleeuwen hier onbekend. Zowel de katholieke Kerk als de islam verbieden namelijk het behalen van winst uit de handel in geld. Daarom zijn het vooral de joden, die zich met dit noodzakelijk onderdeel van het dagelijks leven gaan bezighouden. Bij vorstelijk octrooi wordt aan deze particuliere banken van lening toegestaan, tegen hoge rentetarieven krediet te verstrekken op onderpand. De legaliteit is afhankelijk van de toestemming van de landsheer en intrest wordt in feite geduld onder deze strikte controle.


Omdat veel van deze pandhuishouders - en ook geldwisselaars - uit de Noord-Italiaanse landstreek Lombardije afkomstig zijn, worden ze algemeen met de naam lombarden aangeduid. Daarvan afgeleid is het woord 'lommerd' voor hun pandjeshuizen. In Antwerpen gaat het echter vooral om Italianen uit Piëmonte, met name uit Asti en Chieri, terwijl in Brugge aan de Lange Rei de Cahorsijnen - uit Cahors in het zuidwesten van Frankrijk - actief zijn. Ze beoefenen hun praktijken van de 13de tot de 16de eeuw.


Naast het terugbetalen van de geleende som, wordt ook een hoge vergoeding voor het lenen gevraagd. Zo betalen inwoners van Antwerpen een jaarrente van 431/2% (2 penningen per pond groten per week) en voor niet-inwoners loopt dat zelfs op tot 65% (3 penningen per pond groten per week).


Vaak maken vorsten die grote leningen hebben lopen daar handig misbruik van, door op tijd en stond ware progroms uit te lokken, waarbij hun joodse schuldeisers worden verjaagd door de bevolking.


Gezien dit risico, is het niet zo merkwaardig dat die lombarden een hoge rente op hun leningen vragen. Goederen en kleding dienen vaak als onderpand, dat wordt verkocht bij wanbetaling van de ontlener.