Het onvoltooide einde van de verbeelding door Marc Bruynseraede (19 feb, 2024) Wat mij frappeerde, toen ik de aankondiging van deze bundel van Uitgeverij P las, waren de verzen van Lucienne Stassaert, uit een gedicht op pagina 25: Ik hoor een dodendans als een thema met variaties met als orkestleider een buikspreker: “Uw dagen zijn geteld” beweert hij alsmaar in de maat van een trage wals (…) “Het is de hoogste tijd om naar de hemel te zweven.” Ze komen uit een gedicht van de cyclus – eigenlijk een bundel – van 49 gedichten onder de titel ‘De overkant van de tijd’, die, samen met de cyclus ‘Op de valreep’ (34 gedichten), de laatste dubbelbundel van 92 pagina’s uitmaken van Lucienne Stassaert. Als ik teruggrijp naar haar bundeltje Vergeten grens uit 1974 – exact 50 jaar geleden – lees ik: ‘Een huid zoeken voor de woorden, de verwondering onthullend en de afstand: een gestamel in de ruimte dat zich in stilte bevestigt, men de onmacht slikt, de dood proeft op de tong.’ En vier jaar later, in de bundel De sprekende gelijkenis (1978) de verzen: Weer, het vuur op de tong, de dood aan de horizon En de tijd als een dolk in het woord. (…) Nu, de dood op de tong het vuur aan de horizon. In de bundel Keertijd lezen we: ‘Hoe een blad neerzijgt, / zo bereid ik me voor op de dood.’ Om maar te zeggen – en dit is geen nieuws – dat de dood voortdurend en alomtegenwoordig is in het werk van Lucienne Stassaert, naast angst, eenzaamheid, tijd, muziek en aftakeling. Als u hier aan het zuchten slaakt en graag iets luchthartigers onder de tand krijgt, kan ik u Asterix of Robbedoes aanbevelen. Hier gaat het over de serieuze dingen van het leven. Maar … ik heb u slechts de helft verteld van de uitnodiging van de uitgever tot de introductie van deze bundel, want na het citaat over de dood lezen we: maar ook (…) Ik kom even in de wolken voel me meteen genezen een piepjong vogeltje op de tak van een levensboom dat opvliegt zodra de muziek zwijgt in alle talen. De vitaliserende kracht van muziek en de karaktersterkte van de dichteres maken dat we in deze bundel zeer sereen geschreven en intens doorleefde gedichten aantreffen, die door hun eenvoud onmiddellijk aanspreken. Zoals haar gesloten ogen de dood zien haar gesloten mond het uitschreeuwt zo tastbaar is zijn afwezigheid in zwart en grijze tinten die een voormalig wit bedekken de kleur van zijn lijk – ze slikt haar tranen in haar weduwenverdriet treedt in de eenzaamheid als in een klooster voor ontroostbaren. Lucienne Stassaert (1936) is zich, meer dan ooit bewust van het feit dat ze zich in het voorportaal van de dood bevindt. Maar de dood – als zovele onaangename en opdringerige nevenverschijnselen of als einddoel van het bestaan – is van kwelling tot sublimatie geëvolueerd. Bovendien is de suggestieve en symbolische zegging zo krachtig dat ze de teksten tot het niveau van de metafysica verheft. Volgens sommige waarnemers behoort Stassaerts poëzie tot het onvervalste domein van de mystiek. Dit wil niet zeggen dat zij berust in de dood. Wél kijkt ze er met grote luciditeit en met een zekere onbedwingbare vrees naar uit. Dit belet haar echter niet de schoonheid te zien van het bestaan; al is haar zicht vaak gekleurd met melancholie. De zee is mijn geheugen. Hoe zij bij hoge en lage tij de kuren voorstelt van de liefde in al haar wisselingen: de polsslag van golven die aanspoelen op een strand, uitzinnige extase wanneer ze haar stormloop viert herinneren me aan al de gebaren en kreten in het wilde weg tijdens het spel van minnaars die zuchten van genot meewarig het einde voorvoelen het tere punt waar eenzaamheid begint op een zanderige ochtend met nog een glimp maneschijn om de nacht uit te leiden. Wie dacht dat de romantiek dood was moet Lucienne Stassaert lezen. Deel twee van haar bundel, ‘Op de valreep’, is grotendeels geschreven en geïnspireerd door de muziek, al is ook hier de dood een vaste gast. De muziek biedt haar gezelschap, vertroosting en soms ook een opwekkend schouderklopje. Prachtig hoe zij Glenn Gould beschrijft die (de Goldberg variaties ?) J.S. Bach speelt: ‘naar een oord van louter licht / in meer dan een variatie. / De hemel komt in zicht / met het geneurie van een man / als bewaarder van de engelen.’ Roerend is het laatste gedicht dat de titel ‘Afscheid’ draagt en geschreven is alsof het over haar zelf gaat. De laatste strofe gaat als volgt : Bij mijn binnenkomst in haar ziekenkamer slaakt ze een zucht van opluchting. Ze stierf in mijn armen zo gelaten als een kat die zich niet had kunnen verbergen met in haar wijdopen ogen de schaduw van een kind. Stilte is hier het enige gepaste antwoord op deze verzen van Lucienne Stassaert. Lucienne Stassaert (2023). De overkant van de tijd / Op de valreep. Uitgeverij P, 92 blz. € 19,50. ISBN 9789464757309 https://meandermagazine.nl/
Lucienne Stassaert de overkant van de tijd / op de valreep
© Het Stille Pand (2006-2025) 
 © Het Stille Pand (2006-2026) 