Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

MODERNISME

Een nieuwe manier van bouwen, die aarzelend begint rond 1860 en omstreeks 1970 over haar hoogtepunt heen lijkt, al is er een blijvende invloed op onze hedendaagse architectuur.


Het voornaamste idee is om niet langer voort te bouwen op stijlen uit het verleden om die dan te imiteren en te verbeteren, maar om te vertrekken van de behoeften van een geïndustrialiseerde samenleving, waar religie niet langer centraal staat. Het is een zoeken naar en gebruiken van nieuwe technieken en eigentijdse materialen, zoals glas, metaal en beton. De gebouwen hebben niet langer met allerlei ornamenten versierde gevels, maar zijn functioneel-zakelijk van vorm, waarbij de functie mede die vormgeving bepaalt. De opdrachtgevers van de architecten zijn ook niet langer de kerkelijke autoriteiten of de aristocratie, maar commerciële bedrijven en particulieren uit de zakenwereld.


Er worden voortaan transparante constructies neergezet, die eenvoudig van vormgeving zijn en aangepast aan datgene wat binnen in het gebouw gaat gebeuren.


Daarnaast vertrekken de architecten van een zeer idealistisch wereldbeeld, waarin zij met hun creaties tot een betere leefwereld denken te kunnen komen. De Zwitserse architect Le Corbusier ontwerpt grote appartementsgebouwen waar de bewoners in optimale omstandigheden als een soort woongemeenschap samen kunnen leven. De Duitse Bauhaus-hogeschool tracht kunstenaars uit diverse disciplines samen te laten werken om tot een totaalresultaat te komen en wil ook dat iedere student op zichzelf veelzijdig is en dus méér kan dan enkel de buitenkant architecturaal vorm geven. Hij of zij moet ook op decoratief vlak zijn mannetje/vrouwtje kunnen staan: schilderen, beeldhouwen, tapijtweven, siersmeden en zo meer.


Uiteindelijk blijken de idealen van het Moderne Bouwen wat hoog gegrepen en ervaren de mensen die niet als een zegen om prettig samen te leven, maar juist als een dwang om allemaal in eenzelfde soort structuur tot een kunstmatig eenvormig leven te worden verplicht. Men ziet de grote appartementsgebouwen als blokkendozen, die juist ontmenselijkend werken in plaats van dat ze het samenleven bevorderen. Mensen blijken juist hun idividualiteit hoger in te schatten, dan hun gedeelde samenleven.


Daardoor gaan architecten vanaf de jaren ’70 toch weer elementen uit vroegere perioden in hun ontwerpen opnemen, om zo aan te sluiten bij waarden die kennelijk niet zomaar los te laten zijn. Daar wordt dan de term post-modernisme voor gebruikt.