Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

ORDE VAN HET GULDEN VLIES

Tournai / Doornik

De Bourgondische hertog Filips de Goede trouwt voor de derde keer op 7 januari 1430 in het - nu Zeeuws-Vlaamse – Sluis met Isabella van Portugal. Drie dagen later op 10 januari 1430, na afloop van het huwelijksfeest in het Prinsenhof te Brugge, maakt hij in de Onze-Lieve-Vrouwekerk bekend dat hij een nieuwe ridderorde instelt, de Orde van het Gulden Vlies. Volgens de op 27 november 1431 goedgekeurde statuten kunnen er 31 personen als ‘Vliesridder’ deel van uitmaken en Filips zelf kan hen als Grootmeester van deze orde benoemen. Daarnaast telt de orde vier officieren, die elk een functie hebben: schatbewaarder, wapenmeester, kanselier en griffier.

Het idee achter deze orde is een nauwere band van trouw te smeden tussen de vorst en de machtigste van zijn leenmannen. Juist door de beperking van het aantal leden kunnen zij zich immers bevoorrecht voelen ten opzichte van de overige adellijke heren. Zo’n groep trouwe medestanders heeft Filips nodig, omdat het gebied waarover hij regeert bestaat uit een groot aantal voordien zelfstandige hertogdommen en graafschappen, die hij tot één gebied moet zien te verenigen.

De naam van de orde verwijst naar de Griekse oudheid, waar Jason met de Argonauten het Gulden Vlies moet bemachtigen, een gouden ramsvacht. Het symbool van Filips’ orde is dan ook een kleine gouden ramsvacht met kop en poten, die met een ring aan een gouden keten hangt. De 52 schakels van die keten zijn opgebouwd uit vuurslagen, een onderdeel van het Bourgondische wapen. Een vuurslag is een metalen staaf die werd gebruikt om vonken te slaan, waarmee een stukje tondel – een soort zwam – in brand kon worden gestoken, waarmee dan vuur gemaakt kon worden. In het Bourgondische wapen wordt die vuurslag weergegeven als een staaf met een verstuivende vonkenregen aan de top. Op het oude Nederlandse muntstuk ‘stuiver’ stonden die Bourgondische vuurslagen afgebeeld, vandaar dus de naam Wie vandaag voor het Antwerpse stadhuis staat, kan daar rond het wapen van koning Filips II deze keten van de Orde van het Gulden Vlies zien hangen.

Er zijn ook nog andere verklaringen voor de naam, waarvan de ondeugendste is dat Filips bij de naamkeuze aan het vlies van zijn toenmalige minnares gedacht zou hebben. Maar de eerste kanselier van de orde, bisschop Jean Germain van Chalons, wijst op een Bijbelpassage in het boek Richteren, waar ene Gideon een ramshuid op de grond moet leggen waarbij de daarop verzamelde dauw voor God het teken van zijn uitverkiezing betekent. Het moet gezegd dat de Orde van het Gulden Vlies van meetaf aan veel weg heeft van een geestelijke ridderorde. De paus erkent hem namelijk en geeft de vliesridders bepaalde privileges. Zo mag de mis in hun slaapkamer worden opgedragen, welk voorrecht de ridders delen met hoge geestelijken en katholieke vorsten. Ook zijn de Vliesridders niet onderworpen aan een wereldlijke rechtsmacht, maar is er binnen de orde een eigen rechtspraak.

Een gevolg van die godsdienstige band is dat de bijeenkomsten – kapittels – van de Orde van het Gulden Vlies steeds in kerken plaatsvinden, waar de ridders plaatsnemen op het koorgestoelte van de kanunniken. In de kathedralen van Gent, Brugge, Mechelen en Barcelona vind je de wapenschilden van de vliesridders nog bij hun zitplaats aangebracht. In Den Haag is de Orde van het Gulden Vlies op 2 mei 1456 in de Ridderzaal samengekomen, na een misviering in de Grote Kerk.


Met de geboorte van Filips de Schone gaat de Orde van het Gulden Vlies over op de Habsburgers. Karel V breidt het aantal leden in 1516 – het jaar waarin hij koning van Spanje wordt – uit tot vijftig, hetgeen door een pauselijke bul van paus Leo X wordt bevestigd, waarmee meteen de pauselijke goedkeuring van deze orde nog eens wordt bevestigd. Die bul wordt nu bewaard in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv te Wenen. Karel V roept de ridders tijdens zijn bewind vier maal in kapittel bijeen: 1516 te Brussel, 1519 in Barcelona, 1531 in Doornik en in januari 1546 in Utrecht. Voordat zijn zoon Filips II definitief naar Spanje vertrekt roept hij de ridders nog tweemaal samen, in maart 1556 in Antwerpen en in 1559 – het jaar van zijn definitieve vertrek uit de Nederlanden - te Gent.   


Met het vertrek van Filips II komt ook het zwaartepunt van de Orde van het Gulden Vlies in Spanje te liggen. Tijdens de Spaanse Successieoorlog in de 18de eeuw splitst de Orde zich in een Spaanse en een Oostenrijkse tak. Terwijl je katholiek moet zijn om in de Oostenrijkse Orde opgenomen te worden, laat de Spaanse Orde sinds het bewind van koning Joseph Bonaparte, oudere broer van Napoleon, ook protestanten als lid toe, hetgeen na de restauratie van 1813 in Spanje gehandhaafd blijft. Daardoor zijn thans leden van het Nederlandse koningshuis benoemd tot lid van de Spaanse Orde van het Gulden Vlies, terwijl de Belgische koninklijke dynastie leden in zowel de Spaanse als de Oostenrijkse Orde telt. De huidige koning Albert II is zelfs Vliesridder van beide takken.

Omdat Joseph Bonaparte de orde openstelt voor protestanten is de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies geen geestelijke orde meer, maar een orde van verdienste. Voor beide takken geldt vandaag dat het doel nu verlegd is naar het uitdragen van het Europese culturele erfgoed.