Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

NESTOR OUTER (1865-1930)

Virton

Op 2 april 1865 wordt Charles Martel Nestor Outer geboren in Virton, hoofdstad van Belgisch Lotharingen. Zijn moeder Marie Delphine Calin is afkomstig uit de Vogezen en houdt in de Grand-rue van Virton een garen- en bandwinkeltje open, terwijl zijn 39-jarige vader Joseph Outer een handelaar in stoffen is, die zich in de lokale bossen en beken ook bezighoudt met jagen en vissen. Grootvader heeft nog in het leger van Napoléon Bonaparte dienst gedaan en de familie is blijkbaar van een betere middenklasse.


Al vroeg blijkt Nestor talent voor tekenen te hebben en in tekenaar Albert Watrin vindt hij iemand die hem aanmoedigt in die richting verder te gaan. Op andere gebieden is Outer geen uitzonderlijk student en wanneer hij zijn middelbare opleiding aan het Collège Communal achter de rug heeft blijkt ook zijn vader in te zien dat zoonlief het beter in de kunstrichting zoekt, op voorwaarde dat hij wel een diploma haalt waarmee hij later werk kan vinden in de openbare sector.


Na even aan de Leuvense academie wat lessen te hebben gevolgd, schrijft Nestor zich in 1884 in aan de Brusselse academie voor Schone Kunsten en trekt in bij zijn broer Lubin, die ook in de Belgische hoofdstad woont. Voordat Nestor in 1889 afstudeert is hij er al een jaar tussenuit getrokken in 1887 om het artiestenleven in Parijs te verkennen, op dat moment the place to be voor wie kennis wil opdoen van de nieuwste ontwikkelingen in de schilderkunst. Verblijvend in Montmartre ontmoet hij er Utrillo, Toulouse-Lautrec, Gauguin, Aristide Bruant en andere bekende namen uit die periode.


Na zijn afstuderen aan de Brusselse academie gaat Nestor nog wat privéles nemen in de hoofdstad bij Jean-François Portaels. Die geeft zijn voorliefde voor het mediterrane leefklimaat door aan zijn leerling en nog in 1889 gaat Nestor een eerste keer op reis naar Algerije, waar hij zich laat inspireren door lokale aquarellen en olieverfschilderijen.


Bij zijn terugkeer kan Nestor Outer in oktober 1890 meteen beginnen als leraar tekenen aan het Collège Communal (nu Athénée Royal - Koninklijk Atheneum) van Virton. Tijdens schoolvakanties kan hij zo studiereizen ondernemen naar Bazel, Venetië, Firenze, Rome en maakt hij enkele verre reizen naar Libanon, Egypte, Marokko en Palestina. Hij zal daar in 1901 verslag van uitbrengen in “Au pays de la soif”, uitgegeven bij Weissenbruck in Brussel en later nog in “Une croisière en Méditerranée”, in 1910 verschenen bij Brück in Arlon.


Als lid van de Vereniging van Belgische aquarellisten en pastelschilders experimenteert Outer met diverse artistieke stijlen, maar zal zich blijven concentreren op impressionistische landschappen, soms neigend naar pointillisme. Outer gaat ook tentoonstellen, de eerste keer in Luik in de zaal van dagblad La Meuse. Daarna volgen Arlon, Charleroi, Spa, Nancy, Longwy en het Groot-Hertogdom Luxemburg en uiteraard ook Virton zelf. In 1911 neemt hij deel aan een grote tentoonstelling in Charleroi, georganiseerd door Jules Destrée.


Naast dit plastische werk is Outer ook creatief als schrijver van en acteur in toneelstukken in het Gaumse dialect. Die worden opgevoerd in de theaterzaal van Le Franklin in Virton en Nestor maakt er zelf de decors voor. En in 1903 richt hij zelfs een krant op: Le Gaumais. De getalenteerde kunstenaar heeft dan in de Rue des Glycines een huis betrokken nabij de rivier de Ton, de villa Medina, een naam die zijn fascinatie voor de Arabische wereld verraadt en het huis vertoont dan ook Moorse elementen in de gevels.


Dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Voor de streek van Virton wordt dat een traumatische ervaring, want even buiten de stad in de dorpen Ethe en Latour stuiten tussen 22 en 24 augustus 1914 de Franse en Duitse troepen op elkaar. De Duitsers kunnen de Fransen terugslaan, maar zijn van mening dat heel wat burgers met de Fransen hebben meegevochten en hun troepen hebben beschoten. Als vergelding steken de Duitsers in augustus 1914 een groot aantal woningen van Ethe in brand en komen 282 inwoners van beide dorpen om in die branden door het vuur of door verstikking, of ze worden bruutweg terechtgesteld. Dit gebeuren is voor Nestor een reden om een oorlogsdagboek te gaan bijhouden en schilderijen te maken die dit bloedbad weergeven. Gevechtsscènes, maar vooral ook dorpsbeelden met de vele slachtoffers die verspreid op de grond liggen.


Begin december 1916 begint de deportatie van mannen als arbeiders naar Duitsland, wat Outer sterk aangrijpt, maar waar hij verder machteloos tegenover staat. Zelf ontkomt hij als vijftigplusser aan deze maatregelen. Bij het einde van de oorlog zijn beide ouders van Nestor dood evenals twee broers, wat hem tot een verbitterd man maakt. Hij onderneemt opnieuw reizen naar Frankrijk, onder meer naar de plek waar de familie vandaan komt, de Vogezen. Zijn gezondheid is in die jaren aan het verslechteren en in 1920 kan hij niet langer zijn lessen aan het atheneum geven.


Intussen is er een 30-jarige vrouw uit het dorp Meix-devant-Virton in zijn leven gekomen. Zij bewondert hem sinds lang en heeft hem geholpen met het opzetten van diverse tentoonstellingen. Nadat deze Marie Constantine Michel in 1921 getrouwd is met Outer, gaat zij hem aanmoedigen om opnieuw aan tentoonstellingen te gaan deelnemen, vooral in Charleroi. Nestor Outer gaat nu het thema van een reeks vroegere aquarellen opnieuw uitwerken in olieverf. Toch kan dat niet verhelen dat zijn gezondheid achteruit blijft gaan, hij lijdt aan verlamming. In 1930 is het zover, Nestor Outer sterft op 30 april van dat jaar.


Tijdens zijn lessen aan het Collège Communal doseert Outer niet zozeer volgens een lesmethode, maar tracht hij in zijn leerlingen talent te laten ontluiken en bij hen een creatieve geest te stimuleren. Zo heeft Nestor een aantal talentvolle leerlingen kunnen aanmoedigen: René de Moureau de Gerbehaye, Paul Burtombois, Lucien Fuss, ze hebben allemaal een carrière in de kunstsector kunnen uitbouwen. Maar de bekendste van hen is Camille Barthélemy geworden, die in 1903 bij Outer in de klas zit.


Naast het Musée Gaumais in Virton is Outers werk ook opgenomen in de collecties van musea in Arlon, Huy, Doornik en het Brusselse Prentenkabinet. Er zijn zo’n 350 werken van Nestor Outer bekend, het merendeel draagt naast zijn signatuur ‘N. Outer’ ook een datum en een titel in Oost-Indische/Chinese inkt.


Later zal deze nestor van de Virtonse schilders geëerd worden doordat de Grand-Place herdoopt wordt in Place Nestor Outer en ook het Koninklijk Atheneum draagt vandaag de naam Nestor Outer.