Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PETIT GRANIT

Marche-en-Famenne

De Nederlandse naam blauwe hardsteen laat niets heel van de essentie van de oorspronkelijke Waalse benaming, vandaar dat we die hier niet kunnen gebruiken. Het gaat om een steensoort die in Wallonië wordt gevonden in de provincie Henegouwen, met groeven in Soignies (Zinnik), Ecaussines en Feluy, ruwweg het gebied tussen Soignies, Nivelles (Nijvel) en La Louvière.


Daar wordt petit granit aangetroffen in lagen – banken – die bestaan uit fossiele resten van zeedieren, die worden samengeklit door zeer fijne kalk. Dat geeft een diepgrijze, bijna zwarte steen, die door talrijke insluitsels van koraal, schelpjes en beenachtige restanten een gevlekt uitzicht krijgt met een heel scala aan grijstinten. Dat geeft het valse beeld van graniet als het oppervlak gaat glinsteren aan breukranden en wanneer zo’n steen gepolijst wordt. Dan gaat het lijken op de glinstering van kwarts en veldspaat uit echt graniet, dat evenwel van vulkanische oorsprong is.


In 1808 duikt de naam petit granit voor het eerst op, hoewel de steensoort al sinds de 15de eeuw is ontgonnen, maar tot die tijd niet gepolijst wordt. Begin 19de eeuw wordt deze steensoort aangeprezen als een alternatief voor Saint-Anna-marmer, dat gebruikt wordt als dekblad bij meubels.


Elke groeve en elke bank daarin heeft zijn eigen kenmerkende schakeringen, waarvan echter de intensiteit afneemt wanneer zich door de jaren een patina vormt.


Voor beelden en grafzerken worden doorgaans heldere stenen gebruikt, terwijl als vervanging voor marmer donker petit granit wordt gekozen.


Inmiddels is petit granit gedeponeerd als handelsnaam en wordt er soms een steeknaam aan toegevoegd om de diverse types te onderscheiden.