Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PHILIPPE II AUGUSTE (1165-1223)

Tournai / Doornik

De op 21 augustus 1165 in Parijs geboren Philippe is een zoon van de Franse koning Lodewijk VII. Echt lang kan Philippe niet van zijn jeugd genieten, amper 15 jaar oud wordt hij al door zijn zieke vader op 1 november 1179 tot medekoning aangesteld en gekroond in Reims door zijn oom, aartsbisschop Guillaume aux Blanches Mains. De Vlaamse graaf Filips van de Elzas draagt daarbij het rijkszwaard en mag optreden als dapifer ofwel seneschalk, de man die het alleenrecht bezit om de koning aan tafel te bedienen. Normaal zou Lodewijk die taak op zich nemen, maar die is te ziek daarvoor. Bovendien wordt Filips aangesteld als een soort voogd over de nog zeer jonge medekoning, die zich de steun van de Vlaamse graaf maar al te graag laat welgevallen om zo te ontsnappen aan de invloed van zijn moeder en zijn ooms van moederszijde. Om zijn positie aan het Franse hof te bestendigen, weet Filips zijn nicht Isabella, dochter van Boudewijn V van Henegouwen, aan Philippe uit te huwelijken. Bisschop Roger van Laon zegent dat huwelijk in op 28 april 1180 in de abdij van Arrouaise nabij Baume. Zij krijgt van oom Filips als bruidsschat heel Artesië (Artois) mee, dat een flink deel van diens eigen gebied is en waardoor de Franse koning dus een greep krijgt op een stuk van het Vlaamse graafschap. Op Hemelvaartsdag 29 mei 1180 wordt Isabella in Saint-Denis tot koningin gekroond en wordt Philippe nogmaals tot koning gezalfd.


Al op 28 juni 1180 stelt Philippe een eerste belangrijke daad als medekoning. Hij tekent het verdrag van Gisors met de Engelse koning Henry II. Daarmee versterkt Philippe zijn positie tegenover Vlaanderen en Champagne. Wanneer vader Louis VII op 19 september 1180 overlijdt, wordt zijn zoon als Philippe II effectief koning en hij eigent zich meteen een gezag toe dat hem onttrekt aan de inmenging in het landsbestuur van de grote feodale heren, waartoe ook Filips van de Elzas behoort. Die begrijpt nu, dat hij met het uithuwelijken van zijn nicht geen slimme zet heeft gedaan, integendeel. Hij verbindt zich daarom met opstandige baronnen en moedigt hen aan, waarop Philippe hem gaat tegenwerken door de banden die de Vlaamse graaf heeft gesmeed met de Brabantse landsheer Godfried van Leuven en de Keulse aartsbisschop Filips van Heinsberg weer te ontkrachten. Wanneer dan op 26 maart 1182 Filips’ echtgenote Elisabeth van Vermandois kinderloos overlijdt, waardoor onder andere Vermandois aan haar zuster Eleonora toekomt, eist Philippe die gebieden op voor de Franse troon. Filips van de Elzas weigert ze af te staan en na lang onderhandelen met tussenkomst van de Engelse koning Henry II, wordt op 4 april 1182 overeengekomen dat Filips afstand doet van de betwiste gebieden, maar ze toch mag behouden als pand voor de terugbetaling van geldsommen die hij voor de Franse koning heeft uitgegeven. In juli 1185 bevestigt het verdrag van Boves het bezit van Vermandois, Artesië en het land van Amiens aan de Franse koning.  Een zekere Rigord, een monnik, geeft hem bij die gelegenheid zijn bijnaam ‘Auguste’, waarmee hij bedoelt dat de koning een uitgestrekt domein heeft verkregen en waarbij hij tevens alludeert op de geboortemaand van Philippe. Zo blijkt al snel dat Philippe een realistisch en doordacht beleid voert.


Zonder dralen neemt hij daarna de strijd op tegen de Plantagenets, wier Frans leengebieden, die bijna heel zuidwest Frankrijk omvatten, een ernstige bedreiging vormen voor de Capetingen, de familie waartoe Philippe II Auguste zelf behoort. Familieruzies aanwakkeren tussen de jonge Plantagenet-prinsen zijn een van de methodes om zijn doel te bereiken. Om zijn plannen te bekostigen, confisqueert hij de bezittingen van rijke joden.


Omdat Doornik voor de Capetingen een belangrijke stad is, omdat daar de Merovingische koningen vandaan komen waar zij hun afstamming graag op terugvoeren om zo hun aanspraken op de Franse troon te rechtvaardigen, bezoekt Philippe II Auguste in 1187 zijn leenman bisschop Evrard. Die doet afstand van zijn macht tegenover de koning, waarna Philippe de burgers van Doornik een oorkonde geeft en het recht om een eigen klok te installeren, een soort stadsrecht dus. Door Doornik aan zich te binden krijgt de Franse vorst een strategische enclave binnen het graafschap Vlaanderen en aan de grens tussen het Franse Rijk en het Duitse keizerrijk, die hier door de Schelde wordt gevormd.


In Philippe’s politiek ten aanzien van Engeland past ook de steun aan Richard Leeuwenhart tegen Henry II, een strijd die zich tussen 1187 en 1189 afspeelt. Samen met Richard als nieuwe Engelse koning en de Duitse keizer Frederik Barbarossa neemt Philippe daarna vanaf 4 juli 1190 deel aan de Derde Kruistocht, waarbij hij en Richard vertrekken van Vezelay om via Sicilië naar het oosten te varen. Ook Filips van de Elzas is vanuit Gent meegegaan en heeft het bestuur over zijn graafschap toevertrouwd aan zijn nieuwe echtgenote Theresia, een dochter van koning Alfons I van Portugal, waarmee hij in 1182 is hertrouwd. Samen met Philippe Auguste vertrekt hij op 20 maart 1191 uit het Siciliaanse Messina.


Philippe Auguste en Filips van de Elzas arriveren op 20 april 1191 bij Akko. Richard Leeuwenhart loopt vertraging op door een hevige storm en komt eerst op 8 juni van dat jaar aan. Enkele dagen eerder, op 1 juni, is Filips van de Elzas overleden, waarschijnlijk aan cholera. Hij wordt op het Sint-Nicolaaskerkhof nabij Akko begraven. Later zal zijn weduwe Theresia zijn stoffelijk overschot laten overbrengen naar Clairvaux, waar het wordt bijgezet in een door haar opgerichte kapel.


Al op 11 juni volgt de aanval op de door de troepen van Saladin verdedigde stad Akko, die wordt veroverd. Ze nemen 3000 gijzelaars en daarmee beschouwt Philippe Auguste zijn taak als volbracht, hij heeft voldaan aan de vraag van paus Gregorius VIII, die tot deze kruistocht heeft opgeroepen. Dus keert de Franse koning op 2 augustus 1191 terug naar zijn land, met achterlating van zijn leger. Dat komt nu onder commando van Richard, die eerst op 22 augustus de gijzelaars laat ombrengen, omdat hij daar enkel maar last van heeft, en dan vertrekt uit Akko om Jeruzalem te veroveren, toch het eigenlijke doel van deze kruistocht. Maar Richard onderbreekt zijn tocht naar die stad in Jaffa, waar hij zichzelf en het leger een rustperiode gunt, die behoorlijk uitloopt tot juni 1192. Daarna trekt Leeuwenhart verder naar Jeruzalem, maar gaat niet tot de aanval over. Integendeel, in oktober 1192 scheept hij in voor Engeland, nadat hij met Saladin een vredesverdrag voor vijf jaar heeft afgesloten. Maar Richard leidt door een hevige winterstorm schipbreuk op Corfu, waar hij gevangen wordt genomen door hertog Leopold V van Oostenrijk. Die draagt hem over aan Richards vijand, de Duitse keizer Heinrich VI. Deze keizer vraagt een losgeld van honderdduizend zilvermark voor Richard Leeuwenhart, plus nog eens vijftigduizend zilvermark om hem te helpen Sicilië te veroveren.


Philippe Auguste bereidt zich intussen voor om zich de Franse bezittingen van de Plantagenets toe te eigenen en daarom doet hij moeite om de gevangenschap waarin Richard Leeuwenhart is beland zoveel mogelijk te verlengen. Met hulp van de zwakke Engelse prins John Lackland (Jan zonder Land) weet Philippe tijdelijk van 1192 tot  1193 Normandië bij zijn bezittingen te voegen.


Als Richard echter toch vrijkomt,  brengt die hem een aantal nederlagen toe, met name bij Courcelles in 1198. Bij de dood van Richard in 1199 komt de Engelse troon vrij en steunt Philippe Auguste de aanspraken daarop van Arthur I van Bretagne, een neef van Jan zonder Land. Maar de zwakke Jan zonder Land wordt uiteindelijk toch de nieuwe Engelse koning. Wanneer hij weigert om leenhulde te brengen aan Philippe, roept die zijn rechten in als soeverein bij een geschil tussen Jan zonder Land en Hugues de Lusignan. Hij daagt de Engelse vorst voor zijn hof en veroordeelt hem in 1202 tot afstand van zijn Franse lenen. Zonder dralen gaat Philippe nu Anjou, Maine, Normandië en de streek rond Tours bezetten in 1204 en 1205.


De huwelijksperikelen van Philippe II Auguste zorgen net als bij zijn voorouder Philippe I voor banbliksems van de Kerk. Na het overlijden van de nog geen 20-jarige koningin Isabella van Henegouwen op 15 maart 1190 in Parijs, weet Philippe Auguste dat hij zo snel mogelijk moet hertrouwen, omdat zijn enige zoon Louis toen hij drie jaar was maar net een ernstige ziekte heeft overleefd en door die zwakke gezondheid wellicht niet voldoende lang zal leven om troonopovolger te kunnen worden. De keuze valt op Ingeborg van Denemarken, 18 jaar jong en zus van koning Knut VI. Philippe wil met deze keuze een halt toeroepen aan de ambities van de Engelse vorsten, een politiek die al een eeuw lang is gevoerd door zijn voorgangers. Ingeborg stamt namelijk via de vrouwelijke lijn af van koning Harold II, de vorst die bij Hastings is verslagen door Willem van Normandië, die zich daardoor koning van Engeland kan noemen en de stichter wordt van de Anglo-Normandische dynastie. Via de oude rechten van zijn toekomstige echtgenote denkt Philippe Auguste een drukkingsmiddel te hebben gevonden om de Deense prinsen bij zijn strijd tegen de Engelsen te betrekken. Begeleid door een Deens gezantschap komt Ingeborg naar Frankrijk en brengt een bruidsschat van tienduizend zilvermarken mee, die betaald wordt door de Deense hoogwaardigheidsbekleders die haar vergezellen. Wanneer Ingeborg en Philippe Auguste elkaar op 14 augustus 1193 in Amiens ontmoeten, wordt er nog diezelfde dag in het huwelijksbootje gestapt. De volgende dag vindt de plechtige kroning van Ingeborg tot koningin van Frankrijk plaats. Maar vrijwel meteen daarop gebeurt er iets merkwaardigs. Philippe Auguste laat zijn jonge bruid overbrengen naar het klooster van Saint-Maur-des-Fossés en kondigt dan aan dat hij zijn huwelijk wil annuleren. Iedereen is met verstomming geslagen en het is altijd onduidelijk gebleven wat die plotse ommekeer heeft veroorzaakt. Sommigen menen dat de Franse vorst al meteen een afkeer van zijn nieuwe vrouw heeft gekregen, maar het lijkt waarschijnlijker dat de Denen hem direct duidelijk hebben gemaakt, dat van een deelname aan een invasie in Engeland wat hen betreft geen sprake kan zijn. En daarmee vervalt voor Philippe elke reden voor een huwelijk met een Deense prinses.


Ingeborg spreekt geen woord Frans, alleen rudimentair Latijn, waardoor ze geen steun kan verwachten van het Franse volk. Een vergadering van bisschoppen en baronnen geeft de koning gelijk en daarop hertrouwt in juni 1196 Philippe Auguste met Agnès de Méranie, een jonge adellijke Beierse.


Dat is een brug te ver voor de in 1198 verkozen paus Innocentius III, die om zijn gezag te bevestigen de Franse koning sommeert zich zo snel mogelijk van Agnès te ontdoen en Ingeborg de plaats te geven die haar toekomt. Bij het uitblijven van een koninklijke reactie wordt vanaf 13 januari 1200 het interdict uitgesproken over zijn Franse rijk. Philippe Auguste laat de zaak echter op zijn beloop en Ingeborg blijft opgesloten in een toren in Étampes. Uiteindelijk gaat de koning overstag en organiseert een ceremonie van terugneming, waarna het interdict tijdens het concilie van Nesle in Vermandois op 7 september 1200 wordt opgeheven door Octaviaan, de pauselijke gezant. Weldra blijkt echter dat Ingeborg helemaal niet in ere is hersteld en dat Philippe August gewoon de procedure om dat huwelijk te ontbinden voortzet, dus nu in feite bigamist is. Het concilie van Soissons komt in maart 2001 dan ook tot het besluit dat Philippe Auguste gefaald heeft in het nakomen van zijn verplichtingen. Doch de koning mengt zich in de debatten en kondigt aan dat hij zijn huwelijk met Agnès de Méranie opgeeft. Dat wordt hem gemakkelijker gemaakt wanneer Agnès in juli van datzelfde jaar overlijdt in Poissy. Maar intussen heeft ze Philippe Auguste wel een tweede mannelijke erfgenaam gegeven, Philippe, nadat er al in 1198 een dochter Marie uit hun relatie is geboren. De paus erkent in november 1201 Philippe als wettig kind van de Franse koning en daarmee lijkt de crisis bedwongen en de erfopvolging van Philippe Auguste verzekerd.


Maar nee, Philippe herneemt in 1205 de procedure van annulatie van zijn huwelijk, deze keer met als motief dat het nooit tot een consummatie is gekomen. Maar daar trapt de Kerk niet in. Ingeborg kan namelijk aantonen dat haar echtgenoot haar tijdens haar gevangenschap is komen bezoeken en wel op de verschillende plaatsen waar ze vastgehouden is. En dan moet je als middeleeuwse koning niet aankomen met de bewering dat je zo’n vrouw niet hebt aangeraakt! Maar vanwaar eigenlijk dat volgehouden verzet tegen dat eerste huwelijk? Dat lijkt alles te maken te hebben met de geboorte in datzelfde jaar 2005 van een derde zoon, Pierre Charlot, die ook aanspraak zou kunnen maken op de Franse troon. Omdat hij echter nooit wettig wordt verklaard, zal zijn opvoeding vanaf 1212 worden toevertrouwd aan de Kerk, waarbij zijn moeder wordt aangeduid als ‘de Dame van Arras’.


Nu Philippe Auguste moet vaststellen dat zijn plannen enkel in een voor hem beschamende impasse dreigen uit te lopen, gaat hij in 1212 net zoals in 2001, fel in debat met de kerkelijke leiders en onderhandelt hij met hen over de terugkeer van de koningin. Ten slotte laat hij de ongelukkige Ingeborg na vele jaren gevangenschap in 1213 haar koninklijke titel en waardigheid eindelijk opnemen, hoewel ze wellicht niet door Philippe Auguste als echtgenote zal worden beschouwd.


Daarmee vervalt de pauselijke straf die hem al in 1200 was opgelegd, namelijk een kruistocht ondernemen tegen Engeland. De voorbereidingen van die expeditie zijn al in ver gevorderde staat, als de straf vervalt. Daarom wordt die expeditie maar geheroriënteerd naar Vlaanderen. Maar de Franse vloot loopt op 30 mei 1213 een nederlaag op bij Damme en zo eindigt dit project in mineur. Philippe Auguste zal als wraak vanaf dan elke inmenging van de pausen in de Franse politiek categoriek afwijzen.


Om de Franse expansie tot staan te brengen, stuurt de Engelse koning Jan zonder Land aan op een internationale coalitie tegen Philippe Auguste en slaagt erin die op de been te brengen met de graven van Vlaanderen, Holland en Boulogne en zijn neef, de Duitse keizer Otto IV van Brunswijk. Doch Philippe Auguste en zijn zoon – de latere Lodewijk VIII – gaan die tegenstanders afzonderlijk te lijf bij La  Roche-aux-Moines op 2 juli 1214 en bij Bouvines op 27 juli 1214, bij welke laatste veldslag het Franse leger wordt versterkt met troepen van keizer Frederik II van Hohenstaufen. Vlaanderen komt na deze overwinning onder Franse controle en de Engelsen behouden enkel Guyenne, een kuststrook van Aquitanië, als Engels bezit op het Europese vasteland.


Dankzij een opstand van de Britse baronnen slaagt Philippe er zelfs in om de oorlog uit te breiden naar Engeland zelf. Maar het overlijden van Jan zonder Land in 1216 redt de dynastie van de Plantagenets van de definitieve ondergang.


Al die succesrijke campagnes vinden een enorme weerklank in Frankrijk, hetgeen resulteert in een grote populariteit van de monarchie bij de leenheren. Bij de in bezit genomen gebieden van de Plantagenets worden nog andere streken toegevoegd, het land van Auvergne, de graafschappen van Évreux en Meulan en zo meer, die het koninklijk domein uitbreiden. Als eenmaker van Frankrijk werkt Philippe II Auguste aan de versterking van de koninklijke macht. Tegenover de leenheren plaatst hij een nieuw korps van betaalde functionarissen, de baljuws en de seneschalken, die direct onder het gezag van de Franse kroon vallen en die toezien op de rechtspraak en belastinginning.


Philippe Auguste maakt een begin met de verfraaiing van Parijs als hoofdstad van Frankrijk. De stad krijgt stapelrechten, er worden openbare markten georganiseerd en geplaveide straten aangelegd en nieuwe wijken op de linkeroever van de Seine, waar nog de ruïnes van de Romeinse aanwezigheid lagen. Voor zichzelf laat de koning het Louvre bouwen – nu in veel latere vorm het bekende Franse museum – en er wordt een nieuwe omwalling rond de stad gebouwd, waarvan hier en daar nog resten aanwezig zijn. In 1215 krijgt de Sorbonne-universiteit haar statuut. Ook aan de havenstad Rouen wordt een stapelrecht verleend.


Philippe II Auguste overlijdt op 14 juli 1223 in Mantes-la-Jolie en wordt opgevolgd door zijn zoon Louis (Lodewijk) VIII, bijgenaamd ‘le Lion’ uit zijn huwelijk met Isabella van Henegouwen, die dus toch een overlever is gebleken. Hoewel … Louis zal reeds in 1226 het bijltje erbij neerleggen. Maar hij heeft zijn bijnaam dan reeds verdient in het bijstaan van zijn vader bij diens strijd tegen de Engelse koningen.