Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PLANTENTUIN

Leopoldstraat 24

2000 Antwerpen

Quartier Latin

Eertijds diende deze groenzone voor de voedselvoorziening van de zusters die het ziekenhuis draaiende hielden. Er was een moestuin, een boomgaard en een kruidentuintje. Dat blijft zo tot de komst Claude Louis Sommé.


Sommé wordt in 1772 in Parijs geboren. Na een artsenopleiding doet hij enige jaren dienst als legerarts in het Franse leger en komt in het kielzog van de revolutionaire Franse troepen in België terecht. De Fransen richten overal een École Central op, waaraan tot 1802 ook een medische opleiding wordt gegeven. Via zijn binding met de Antwerpse versie van zo’n school, wordt Claude Louis vanaf 1806 dokter-chirurg in het Sint-Elisabethziekenhuis en de daaraan verbonden medische opleiding. Als fervent amateur-botanist begint hij nog datzelfde jaar een plantenverzameling aan te leggen op wetenschappelijke basis volgens het classificatiestelsel van Carl von Linné (Linnaeus).


Bij de verbouwingen aan het ziekenhuis in 1825 wordt de oude moes- en fruittuin opgeruimd om plaats te maken voor een Hortus Botanicus, een Plantentuin, die meteen begrensd wordt door de in die tijd nieuw aangelegde Leopoldstraat. Op 16 augustus 1825 wordt Sommé tot directeur van deze Plantentuin benoemd. Hij laat stadsarchitect Pierre Bourla het jaar daarop een poort en een afsluitende muur optrekken langs de Leopoldstraat. In 1828 trekt Bourla ook een eerste, inmiddels gesloopte, orangerie op, die als een paviljoen midden in de tuin oprijst en als plantenserre dienst doet.


Sommé wil ook een grote vijver in de tuin aanleggen, maar dat project raakt niet verder dan de graafwerken, waarvan de heuvel in de tuin het restant is. In 1891 is alsnog een bescheiden waterpartij gerealiseerd. Als griezelverhaal wordt dan graag verteld, dat hierin de bloedzuigers werden gekweekt voor aderlatingen, in vroeger eeuwen een gangbare praktijk om bepaalde ziekten te genezen. De bloedzuigers moesten dan het besmette bloed uit je lichaam zuigen, waar ze zich op vastkleefden totdat ze er boordevol vanaf vielen. En dan te bedenken dat sommige mensen al bang zijn van een prik met een injectienaald ... Maar de bloedzuigers die in het Sint-Elisabethziekenhuis werden gebruikt, kwamen uit een Franse kwekerij, dus niet uit een echelpoel in deze plantentuin.


Claude Louis Sommé wisselt al zaden uit met diverse andere botanische tuinen, zoals de Parijse Jardin des Plantes, en laat zaden meebrengen door kooplui en scheepskapiteins, waardoor de tuin wordt verrijkt met kruiden en planten uit Batavia, Suriname, Brazilië, de Verenigde Staten en zo meer. Uit een Haarlemse collectie komen vetplanten over.

Sommés opvolger François Joseph Rigouts voert vanaf 8 februari 1855 een vernieuwend beleid en gaat zadenlijsten toezenden naar allerlei Belgische en buitenlandse tuinen, om tot uitwisseling te komen.


Toch wordt de plantentuin enkele decennia behoorlijk verwaarloosd, maar als nieuwe directeur kan Henri Van Heurck de tuin vanaf 1877 weer wat opkalefateren. In hetzelfde jaar wordt Bourla's muur vervangen door een fraaiere stenen balustrade met koperen gaslantaarns van Van Aerschot, dit alles ter gelegenheid van de Rubensfeesten dat jaar. Nu werken die lampen natuurlijk op elektriciteit.


Bourla's orangerie-serre wordt in 1884 vervangen door een nieuwe kas naar ontwerp van Ernest Dieltiens. De huidige plantenserre vervangt op haar beurt sinds 1971 Dieltiens constructie en is ontworpen door E. Dick, goeddeels met behoud van Dieltiens vorm, maar nu in aluminium uitgevoerd.


In 1885 is achteraan de nieuwe orangerie gebouwd, ook door Dieltiens, die vandaag nog te zien valt, met de borstbeelden van Linnaeus en Antoine de Jussieu, plus de namen van vijf andere plantkundigen: Charles de l'Escluse (Clusius), Mathias de Lobel - gespeld als l'Obel – (Lobelius), Frans Van Sterbeeck, Rembert Dodoens (Dodonaeus) en Barthélémy Du Mortier.


Heel recent, in 2008, is op een binnenplaats van een gebouw aan de Lange Gasthuisstraat een Prairietuin aangelegd door plantenkweker Jan Spruyt-Van der Jeugd uit Buggenhout. Dat gebeurde nadat de Vlaamse overheid in 2004 aan groendiensten had opgelegd om geen pesticiden meer te gebruiken. Doordat in deze 335 m² grote prairietuin diep wortelende planten staan, hebben deze niet veel water, noch extra mest nodig. De grond is niet bewerkt en onkruidbestrijding gebeurt manueel. Als bodembedekker is er wel voor lavakorrels gekozen. De bedoeling is om te tonen dat een onderhoudsvriendelijke tuin ook doorheen de vier seizoenen boeiend kan zijn, precies omdat in zo’n tuin die jaargetijden sterk zichtbaar zijn.


Openingsuren Plantentuin: ma-zo. tijdens zomertijd 8-20u., tijdens wintertijd 8-17.30u.

Openingsuren Prairietuin: ma.-zo. 10-15.45u.