Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

PRALINES

Quartier Latin

Net als Coca-Cola werd het chocoladesnoepje uitgevonden door een apotheker en wel in 1912 door de Brusselse Zwitser Jean Neuhaus. Zijn grootvader Jean sr. opent samen met een schoonbroer in 1857 een winkel in geneeskrachtige snoepjes in de Brusselse Koninginnegalerij, waarbij een laagje chocolade ze aantrekkelijker maakt om in te nemen. In die jaren is België een toevluchtsoord voor economische vluchtelingen uit Zwitserland - niet altijd een land van banken en dure horloges geweest. Na de dood van de schoonbroer vraagt Jean aan zijn zoon Fréderic om mee in de zaak te komen en een opleiding te gaan volgen als meester-confiseur. Met die kennis kan het assortiment snoepjes worden uitgebreid naar caramel en vanille met chocolade. In 1895 richten Jean en Fréderic samen de confisserie en chocolaterie Neuhaus-Perrin op. Als Fréderic in 1912 overlijdt, neemt diens zoon Jean jr. de winkel over en komt nog datzelfde jaar op het idee van chocolade omhullingen met daarin een verrukkelijke vulling. Hij noemt zijn vinding geen 'bonbon', want daar kan in het Frans elk soort snoepje achter schuilgaan. Nee, hij draagt de chocoladelekkernij op aan maarschalk De Plessis-Praslin, vandaar praline. Diens kok bakt amandelen in restjes gesmolten suiker en vindt daardoor het basisidee: een zoet omhulsel met een vulling erin. Hieronder in alfabetische volgorde de bekendste pralineurs-chocolademakers van vandaag.


BURIE

Een typisch Antwerps instituut, vooral bekend om de speciale etalages waarin met chocoladecreaties wordt ingehaakt op actuele gebeurtenissen uit de wereld van de politiek, de sport of folklore. De oorsprong ligt evenwel in West-Vlaanderen, waar in Pervijze op 17 november 1940 Hans Burie wordt geboren als een van de acht kinderen van schoolhoofd Louis Burie. Terwijl de andere zeven gaan studeren in Leuven en Gent, kiest Hans voor een vakopleiding als bakker, die hij tussen 1957 en 1960 volgt. Daar raakt hij vooral gefascineerd door chocolade, waar hij zich de rest van zijn leven dan ook in zal specialiseren.


Na een kort eerste dienstverband opent Hans Burie in 1962 een eigen zaak aan de Belgische kust, maar al in 1964 verhuist hij met zijn winkel en atelier naar Antwerpen. Daar kent hij snel veel succes met zijn spraakmakende etalages, waar elk gebeuren op een ludieke en parodiërende wijze wordt uitgebeeld.

Ook buitenlanders weten Burie te vinden, de sjeik van Dubai nodigt Hans uit om in zijn rijke oliestaatje een filiaal te openen. In Antwerpen lanceert Hans de chocolade diamant als aanvulling op het reeds bestaande Antwerpse Handje om daarmee een belangrijk aspect van de metropool binnen te brengen in de citymarketing. Na Hans’ overlijden op 22 maart 2000 – hij is bijgezet op het Schoonselhof, het ‘Père Lachaisse’ van Antwerpen – volgt zoon Lieven hem op.


Na een aantal jaren op het vertrouwde adres in de Wilde Zee, noopt de verkoop van het gebouw om een andere stek te zoeken. De op 22 januari 2016 geopende tweede zaak in de Nationalestraat bleek een uitstekend alternatief om voortaan drie ideeën te combineren: een chocoladezaak, een confisserie die voorheen in een klein winkeltje aan het andere eind van de Korte Gasthuisstraat was gehuisvest, waar Hans’ broer Steven de productie verzorgde, plus nu ook een degustatieruimte en terras, waar naast koffie ook acht soorten chocolademelk geserveerd worden.


DOMINIQUE PERSOONE


Een buitenbeentje in pralineland, de man die zich dan ook shock-o-latier noemt. Toch begint deze op 24 september 1968 geboren Bruggeling eerst aan een koksopleiding aan de hotelschool Ter Groene Poorte in zijn geboortestad. Dat verschaft hem alvast de nodige gastronomische kennis en wanneer hij later samenwerkt met enkele chocolatiers, ontluikt zijn passie voor chocolade. Als hij en zijn vrouw Fabienne – Fabby - Destaercke in 1992 in Brugge hun eigen winkel The Chocolate Line openen op het Simon Stevinplein, blijkt al snel dat het ondanks het nostalgische typisch Brugse uitzicht geen gewone zaak zal worden. Vooral het experimenteren met ongebruikelijke smaken in zijn pralines bezorgt Persoone als snel bijzondere faam en persaandacht. Naast de traditionele combinaties met hazelnoot, pakt hij uit met ongeziene ingrediënten als zwarte olijven, basilicum en … bloemkool. Maar alles heeft een uitgelezen kwaliteit, waardoor The Chocolate Line niet zomeer een vreemde eend in de bijt wordt, maar mag rekenen op waardering van echte gastronomen en in 2004 wordt opgenomen in de Michelingids.


Net zoals die andere autodidact, Pierre Marcolini, gaat Dominique zelf op zoek naar de beste cacaobonen door in 2007 met een terreinwagen door de Mexicaanse jungle te trekken, hetgeen zijn ogen opent voor de enorme variëteit aan bonen. Hij schrijft er zelfs een boek over, ‘De Chocoladeroute’, dat in 2009 tot beste chocoladeboek wordt verkozen. Intussen heeft hij van The Rolling Stones in 2007 een telefoontje gekregen met de vraag of hij geen origineel cadeautje kan bedenken voor de verjaardag van Ron Wood en Charlie Watts. Nu wordt Dominique pas echt een shock-o-latier, want hij verzint de chocolate shooter, een toestel om een mix van kruiden en cacaopoeder als snuif in je neus te schieten, gebaseerd op een 19de-eeuwse snuifmachine. Daar blijft het niet bij, want als kunstenaar Spencer Tunick zijn modellen met verf wil beschilderen, ontwikkelt Persoone daar een cacaoverf voor en dan is er nog de chocolade lipstick, gemaakt van cacaoboter en originechocolade. Allemaal heel rock-‘n’-roll en goed voor een massa nieuwsgierigen in zijn winkel.


Wanneer in Antwerpen aan de Meir een 16de-eeuw stadspaleis wordt gerenoveerd met de bedoeling er een aantal publiek toegankelijke bedrijvigheden in onder te brengen, ziet Dominique Persoone zijn kans. Wanneer het gebouw in 2010 onder de naam ‘Paleis op de Meir’ zijn deuren opent, is The Chocolate Line met zijn tweede vestiging aanwezig in een ruimte vol oude wandschilderingen en grisailles, waarmee enkele chocolade creaties van Persoone een bijzonder contrast vormen. Het jaar daarop creëert Dominique drie pralines ter gelegenheid van de 125ste verjaardag van Coca-Cola, uiteraard eentje met colasmaak.

Werden de pralines van The Chocolate Line aanvankelijk in Zedelgem geproduceerd, dan wordt wegens toename van de vraag in 2012 een leegstaande chocoladefabriek aan de Vaartstraat in Brugge aangekocht en verbouwd tot nieuwe productievestiging, zeker ook tot vreugde van het stadsbestuur, want zo wordt het imago van Brugge als ‘chocoladehoofdstad van de wereld’ bevestigd, nadat er al The Chocolate Museum / Choco-Story, een Gilde van de Brugse Chocolatiers en een Brugs Swaentje als stadspraline de kop op hebben gestoken in de Gulden Sporenstad.


In 2012 gaat Persoone nog in stap verder in de zoektocht naar het beste cacaoproduct. In dat jaar huurt hij nabij het Mexicaanse Yucatan van Belcolade zo’n 3,4 hectare grond om daarop zijn eigen cacaoplantage aan te leggen door het planten van 3000 bomen. Het zal nog minstens drie jaar duren voordat daar de eerste oogst van binnengehaald kan worden, maar intussen zit Dominique niet stil. In 2015 brengt hij een praline uit met echte kaviaar – voor een daarbij passende prijs – en in 2016 wint hij goud voor zijn Yuzu-praline op de International Chocolate Awards.


Van Brugge naar het land van de Maya’s, dat is een reis naar de oorsprong van xocatl, het woord van de oude Mexicaanse volkeren voor een cacaodrank en naar de bron van ons woord chocola.


GALLER


Jean Galler groeit op in de banketbakkerij van zijn ouders en krijgt dus de liefde voor zoete desserts met de paplepel ingegeven. Grootvader heeft al in 1930 als banketbakker zijn eigen achternaam als merknaam gebruikt. Op zijn 16de heeft Jean geen zin meer om nog verder te leren op school interesse en gaat werken bij bakker Penoit in Seraing voor 300 Belgische frank in de week. In de kelder thuis experimenteert hij intussen met patisserie en suikersnoepjes. Wanneer hij van zijn moeder een boek krijgt met allerlei lekkere recepten, ontwikkelt zich een passie voor chocolade. Om daar nog meer van te weten te komen, gaat Jean in het Zwitserse Basel studeren, om daarna nog in de leer te gaan bij Gaston Lenôtre in Parijs.


Als Jean in juni 1976 in de krant een advertentie ziet om een chocoladefabriek over te nemen, die een half jaar eerder door een jongeman in de Vaux-sous-Chèvremont is opgericht, weet hij zijn ouders te overtuigen hem de 120.000 Belgische frank te lenen, nodig voor de overname. En zo begint hij als 21-jarige zijn eigen bedrijf in de Rue de la Station van een dorp bij Luik met het maken pralines en repen, die hij eerst in de winkel van zijn ouders verkoopt, maar al snel via de betere traiteurs en kruideniers. Vader helpt hem met de vulling van de chocolade, moeder bij het verpakken.


Hoewel de klandizie snel uitbreidt en de omzet groeit, wordt het voor Jean en zijn ouders moeilijk om die grotere productie met de hand te blijven produceren. Maar de opbrengst is nog te weinig om personeel in dienst te nemen, zodat Jean besluit zijn pralines te verkopen aan een andere producent en met dat geld zelf machines te kopen voor zijn repen, een product dat tot 1993 het enige van Galler zal blijven. Dat kan in die dagen, omdat studenten en arbeiders voor bij de boterham een chocoladereep meeneemt. Maar veranderende eetgewoonten en concentraties in de distributiesector nopen tot maatregelen. Als Jean op zoek gaat naar een nieuwe ruimte voor zijn chocolaterie ontdekt hij een huis waar een mooie jonge vrouw woont. Hij koopt het huis en trouwt daarna met die vrouw. Als schilderes zal ze vanaf 1979 tot april 2007 de verpakkingen voor de Galler pralines en repen ontwerpen. Hun dochter neemt later de marketing voor haar rekening. Kortom, Galler is altijd een echt familiebedrijf gebleven.


Aan de Grote Markt van Brussel opent in april 1995 de eerste eigen winkel, hetzelfde jaar waarin Jean door het Franstalige magazine Trends Tendances wordt gekozen tot Manager van het Jaar. En nog in dat jaar worden de speciale kattenchocolaatjes rond stripfiguur De Kat van Philip Geluck gelanceerd, waarover zeven jaar lang met de auteur is gebrainstormd.


Sinds augustus 2014 met de opening van een zaak in Namen is dat winkelconcept geheel vernieuwd, waarbij passie en ontdekking de steekwoorden zijn geworden. Dat ontdekkingsparkoers liep onder meer via het aanbieden van een trio kopjes chocolademelk, die dan gemaakt werd volgens vroegere en huidige methoden. Eén kopje 14de-eeuwse chocolademelk, één kopje volgens 16de-eeuws recept met anijssmaak en één 18de-eeuwse drank met veel kaneelaroma. Vroeger was het scheiden van cacaoboter van de cacaopoeder uit de cacaonoten nog niet mogelijk, wat de drank veel vettiger maakte. Pas in 1828 lukte dat aan Conrad van Houten, zoon van een Amsterdamse chocoladefabrikant, met behulp van een draaipers.


Intussen wordt Galler verkocht in eigen buitenlandse winkels in Abu Dhabi, Bahrein, Frankrijk, Japan, Libanon, Luxemburg en Saoedi-Arabië.  


GODIVA


In 1929 begint Pierre Draps in zijn huisatelier in Brussel met de vervaardiging van merkloze pralines voor verkoop in warenhuizen. Zijn zoon Joseph stapt op zijn 14de in het familiebedrijf en samen met zijn zus Yvonne maakt hij van het kleine atelier in 1948 te Brussel een echt bedrijf onder de naam Godiva. Joseph zal ook de eerste eigen winkel openen aan de Leopoldlaan in de Belgische hoofdstad. In 1958 strijkt Godaiva neer in de Rue Saint Honoré in Parijs en in 1972 opent de shop op Fifth Avenue in New York. Tot aan zijn dood in 2012 blijft stichter Pierre Draps mee in de zaak. Maar al in1967 is Godiva gekocht door de Amerikaanse Campbell Soup Company, waar men echter in 2007 tot de conclusie komt dat luxe chocolade niet echt past bij de eenvoudige maaltijdproducten waar het bedrijf zich vooral op toelegt. Vandaar de overname in maart 2008 door de Yildiz Holding uit Istanboel, de grootste consumptiegoederenproducent van Turkije.


Het verhaal achter die naam speelt zich af in het Engelse Coventry, anno 1057. Daar heeft Leofric, graaf van Mercia, zware belastingen opgelegd aan zijn toch reeds verarmde onderdanen. Zijn vrouw, Lady Godiva, smeekt hem die lasten te verlichten, maar de graaf wil van geen toegeven weten. Om van het gezeur af te zijn, stelt hij zijn verlegen en preutse echtgenote voor om in ruil voor haar verzoek de stad naakt te paard te doorkruisen. Zij accepteert. De bewoners, wetend dat de Lady voor hen opkomt, wensen haar niet in verlegenheid te brengen en besluiten op de bewuste dag allemaal binnen te blijven en de luiken gesloten te houden. Zo rijdt Godiva enkel bedekt door haar lange blonde haren door de stad. Eén enkele bewoner, Tom de kleermaker, boort een gat in zijn luik en werpt zo toch een blik op haar. Achteraf excuseert hij zich bij zijn stadsgenoten: "Ik had al zolang geen wit paard meer gezien." In een andere versie wordt hij met blindheid geslagen als hij haar ziet – liefde maakt blind?

In Coventry staat een standbeeld dat de legende weergeeft. Joseph Draps is uitgeroepen tot ere-burger van de stad, waar jaarlijks in september een stoet door de straten trekt op Dame Goodyver’s Daye.


LEONIDAS


In 1876 wordt in het dorpje Nigde in Turks Capadocië uit Griekse ouders Leonidas Kestekides geboren. Die zoon zou beginnen aan een zwervend bestaan door via Constantinopel – thans Istanboel – via Griekenland naar Italië te trekken, waar hij het als wijnhandelaar probeert. Dat loopt op een financieel debacle uit en hij besluit om naar Amerika te emigreren, met name New York, waar Leonidas tussen 1893 en 1898 als banketbakker annex snoepfabrikant aan de kost komt. Daarna verhuist hij opnieuw naar Europa, om van 1898 tot 1908 in Parijs neer te strijken.


Wanneer hij in 1910 voor de Brusselse Wereldtentoonstelling naar België komt als lid van de Griekse delegatie van de Verenigde Staten en er zijn producten voorstelt, behaalt hij daar een bronzen medaille voor zijn chocolade snoepgoed. Hij ontmoet er de Brusselse schone Jeanne Teerlinck en het is liefde op het eerste gezicht, zodat de Griek besluit zich in België te vestigen na hun huwelijk in 1912.

Als drie jaar later België opnieuw gastland is voor zo'n Expo, ditmaal te Gent, is Leonidas opnieuw van de partij en behaalt weer medaille, ditmaal een gouden. Hij start meteen in 1913 met de productie van pralines en opent achtereenvolgens tea-rooms in Gent, Brussel en de badstad Blankenberge.

Wanneer er in Griekenland in 1922 politieke troebelen de kop opsteken, komt Leonidas familie ook naar Gent. Bij hen de 19-jarige neef Basilio, die van Leonidas het vak leert. Er ontstaat een soort vader-zoon relatie tussen beide, die erg bevorderlijk blijkt voor de ontwikkeling van de zaak. Een steeds ruimer assortiment pralines wordt aangeboden aan een toenemend aantal klanten.


Wanneer Basilio de lekkernijen in Brussel ook op straat gaat uitventen met een tweewielig rijtuigje, krijgt hij weldra last met de politie omwille van zijn ambulante handeldrijven. Hij besluit daarop om zijn bescheiden werkplaats aan de chique Anspachlaan in winkel te veranderen, alleen is daar geen deur aan de straatzijde in. Dan gebruikt hij maar een geopend raam als toonbank en zo vindt hij de raamwinkel uit, wat lange tijd het kenmerk van veel Leonidaszaken zal blijven en ook nu nog deels in gebruik is. Bovendien heeft dat bij Basikio het voordeel dat zijn pralines regelrecht vers uit het atelier komen en dat er geen verdere kosten zijn, zodat ook de prijs lager kan zijn dan die van de concurrentie.


In 1937 deponeert Basilio officieel de naam Leonidas om zijn producten te beschermen tegen namaak en als eerbetoon aan zijn oom, die hem nu meer en meer de leiding van het bedrijf toevertrouwt. Het logo verwijst naar de Spartaanse koning van dezelfde naam en ook het lettertype is op die periode uit de Griekse geschiedenis gebaseerd. Na het overlijden van Leonidas in 1948 wordt Basilio de erfgenaam van het bedrijf.


Basilio verhuist de Brusselse winkel naar een veel groter pand op Anspachlaan 46, waar nog steeds een Leonidaswinkel is. Er volgt nu een snelle uitbreiding en in 1950 opent de nieuwe bedrijfsleider een Laboratorium van de Praline aan de Oude Graanmarkt in de Belgische hoofdstad. En in Blankenberge wordt voor het betere cliënteel de tea-room Au Lion d’Or geopend op het gelijkvloers van een prestigieus hotel een de zeedijk. Ook in Brussel wordt het aantal verkooppunten uitgebreid. Dan start Basilio in 1966 met de eerste franchisezaak in Aalst, gevolgd door een franchisewinkel in het Franse Lille in 1969. Van Basilio komt in 1969 ook het concept van de Manon, een witte praline met een gegrillde hazelnoot, nog steeds een topproduct uit het assortiment.


Als Basilio op 2 april 1970 overlijdt, nemen zijn broers en zussen de Confiserie Leonidas SPRL over: Yanni (Jean) Kesdekoglu-Kestekides leidt het bedrijf van 1970 tot 1985, een tijdspanne waarin het merk naar het buitenland gaat: Luxemburg, Duitsland, Nederland en naar Harrods in Londen en zelfs naar Athene. Op 29 maart 1979 wordt de SPRL omgezet in een NV en het decennium daarna is een gouden tijd voor Leonidas. Om de productie bij te kunnen houden wordt de oude Crown-Baele fabriek in Anderlecht gekocht, nu nog steeds het hoofdkantoor van Leonidas. Om de dagelijkse leiding mee op zich te nemen komt Maria Kesdekoglu-Kestekides vader Jean bijstaan, om na diens overlijden in 1985 de leiding op zich te nemen. Zij wordt daarin bijgestaan door haar broer Dimistros Kestedekoglu en hun volle neef Vassiliki Kestekidou. Om aan de grote vraag te beantwoorden wordt de fabriek uitgebreid met het oude gebouw van de kaasmakerij Bel, eveneens in Anderlecht. Leonidas gaat nu ook de Verenigde Staten veroveren en in de jaren 1990 Azië. In 1993 opent aan de Brusselse Boterstraat de grootste Leonidaszaak met een personeelsbestand van twintig personen, die elke dag, ook op zondag, open is van 10 uur ‘s morgens tot 11 uur ‘s avonds.


Leonidas is vandaag goed voor tweederde van alle Belgische pralines – dat betekent zo’n 1 miljoen chocolaatjes van Leonidas per dag -, die wereldwijd via zo'n 750 verkooppunten aan de man - maar vooral aan de vrouw - worden gebracht.


NEUHAUS


Jean Neuhaus jr., de bedenker van de praline, verkoopt zijn chocolade snoepgoed aanvankelijk in puntzakjes, die echter de lekkernij samendrukken. Jeans vrouw Louise Agostini heeft van haar overgrootvader, een beeldhouwer, een groot artistiek talent geërfd. Zij laat de winkel verbouwen volgens haar ideeën, waarbij ze zelf de decoratie voor haar rekening neemt en daarbij de Napoleontische 'N' ontwerpt, nog altijd het logo van Neuhaus, met de huiskleuren goud en groen. Dat interieur is vandaag bijna onveranderd nog steeds te bewonderen in de Brusselse Koninginnegalerij. Ook vindt Louise, dat zulke chocolade juweeltjes een passend kistje verdienen. Zij bedenkt in 1915 de ballotin, het nu alom gebruikte doosje, waarin de pralines in laagjes gestapeld worden, met telkens een papiertje ertussen.


Door het succes van de pralines moet de productie wat later verhuizen naar de Van Lintstraat 23-27 in de Brusselse randgemeente Anderlecht. In 1923 wordt de leiding van het bedrijf overgedragen aan schoonzoon Adelson De Grave, wiens zoon Pierre samen met zijn vader het franchising-idee opzet, om het aantal verkooppunten met de naam Neuhaus snel uit te breiden. In 1958 neemt het bedrijf deel aan de wereldtentoonstelling Expo 58.


In 1974 wordt Neuhaus overgenomen door koekjesfabrikant De Beukelaer, maar in 1978 zijn het Jean-Jacques en Claude Poncelet van chocolaterie Mondose en Verhaeren, die het bedrijf opnieuw overnemen en tegelijk ook het merk Corné Port-Royal verwerven. Daarmee start de wereldwijde verspreiding van Neuhaus naar onder meer de Verenigde Staten, Canada en Japan. Maar het verhaal is nog niet ten einde, want in 1987 zijn het de Tiense Suikerfabrieken die Neuhaus voor 300 miljoen Belgische frank overkopen. Maar als de suikerraffinaderij in 1989 wordt overgenomen door het Duitse Südzucker, kopen de Belgische families Wittouck en Ullens de Schooten via holding Artal de tandem Neuhaus-Mondose terug en wordt wat later 66 procent van de aandelen naar de Brusselse beurs gebracht.

Een jaar later krijgt Neuhaus het merk Jeff de Bruges in handen, een jaar eerder opgericht door de heer Jambon en vooral in Frankrijk populair, waar het via franchisezaken wordt aangeboden. Weer twee jaar later koopt Neuhaus ook het merk Corné Port-Royal over van Chocolatier Vanparys en in dat decennium komt er een samenwerking met Hergé’s Kuifje, waarbij plaatjes uit de stripalbums gaan verschijnen op de verpakkingen van de chocolade.


In 1997 wordt de Brusselse beursgenoteerde Compagnie du Bois Sauvage de belangrijkste aandeelhouder van de drie merken. Koning Albert II verleent in 2000 Neuhaus het brevet van Hofleverancier. Vanaf 2006 is de beursgenoteerde Compagnie du Bois Sauvage volledig in het bezit van Neuhaus, Jeff de Bruges en Corné Port-Royal en verenigt de drie merken in de Chocoladegroep. Opnieuw is er een samenwerking met een stripfiguur in 2012, ditmaal de Smurfen van Peyo, wier beeltenis ook in chocolade wordt gegoten.

Neuhaus is nog altijd een topmerk, waar nog heel wat handenarbeid aan het productieproces te pas komt in de fabriek in Vlezenbeek, een deelgemeente van Sint-Pieters-Leeuw.


PIERRE MARCOLINI


Een nieuwere ster onder de Belgische pralineurs is die van de in 1964 uit een Italiaanse familie geboren Pïerre Marcolini. Al op zijn 14de weet hij dat hij met chocolade wil gaan werken. Zijn opvoeding heeft hem leergierig gemaakt, met veel zin om zijn grootste droom te realiseren. Na zijn opleiding wordt hij in 1983 chef pâtissier bij de beste vaklui in België. Spoedig haalt hij prijzen: in 1991 de 1ste prijs bij de Internationale Mandarine Napoléon wedstrijd, in 1992 eindigt hij als tweede in het Wereldkampioenschap in Tokio, wat hij nog eens overdoet het jaar daarop in Lyon, om in 1995 helemaal de top te bereiken. In dat laatste jaar richt hij zijn eigen Maison Pierre Marcolini op in Brussel, waar dan ook de eerste winkel aan de chique Zavel wordt geopend.


Vanaf begin 2000 besluit Pierre om voortaan zijn eigen chocolade te gaan maken, in plaats van die te kopen bij wereldbekende producenten als Callebaut of Côte d’Or. Hij gaat dus zelf onafhankelijke cacaoplantages bezoeken in Brazilië, Cuba, Ecuador, Ghana, Madagascar en zelfs Vietnam om daar de diverse bonen uit te kiezen, die vervolgens in het eigen bedrijf worden geroosterd. De cacaoboon is dan ook verwerkt in het logo.

Om de snelle groei van zijn bedrijf te financieren, haalt Pierre Macolini aanvankelijk enkele financiers in huis als partners. Maar in 2008 maakt hij zich daar weer van los, om een associatie aan te gaan met de Zwitserse gigant Nestlé, zodat geld niet langer een probleem vormt bij het uitwerken van nieuwe ideeën.


In 2010 heeft Marcolini het boek ‘Duimen en vingers vol chocola’ gepubliceerd, met recepten speciaal voor kinderen en hun ouders. Het gaat daarbij om eenvoudige basistechnieken en simpele dingen waaraan plezier wordt beleefd. Want dat laatste is voor elke chocolatier een topprioriteit: zorg dat de mensen een heerlijk moment beleven met jouw chocolade.


SWEERTVAGHER


Voor de oorsprong van deze chocolatier moeten we naar West-Vlaanderen, waar Robert Sweertvagher zich in 1929 in het na WO I heropgebouwde Ieper vestigt. Hij heeft er dan al een carrière opzitten als banketbakker op cruiseschepen en een opleiding bij Brusselse banketbakkerijen, waarbij hij in de Louizalaan van een Zwitserse chocolatier de geheimen van het werken met chocolade leert. Zelf begint hij daarmee te experimenteren in zijn Ieperse zaak en dat blijkt een groot succes te worden. In die dagen is chocolade vooral een product uit grote steden als Brussel, Antwerpen of Gent, dus in Ieper is Sweertvagher sowieso een bijzondere verschijning. Vanaf 1933 zet Robert alles in op chocolade en stopt met banket. Na de Tweede Wereldoorlog opent hij in 1946 een filiaal in Kortrijk, waarvan het interieur tot op vandaag bewaard bleef. Nadien volgt Brugge, waar Robert Sweertvagher de gangmaker wordt voor liefst zestig navolgers met zo’n pralineshop in deze toeristische hotspot. Daar is in 2014 door het Brugse chocoladegilde zelfs een kerststal uit chocolade vervaardigd.


In 1976 neemt Jan Verougstraete een aantal taken van Robert over, die vier jaar later zelf stopt en ook de drie vestigingen overdraagt aan Jan. Die opent in 1990 een vierde vestiging in Antwerpen. Je zal dit bedrijf echter niet in het buitenland vinden, evenmin als hun pralines. De reden? Om te exporteren moeten er bewaarmiddelen aan de pralines worden toegevoegd en dat brengt de kwaliteit in gevaar, wat Sweertvagher onder geen beding wenst.