Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Marche-en-Famenne

PRIJS VAN ROME  -  PRIX DE ROME

Het initiatief voor deze aanmoedigingsprijs voor jonge beeldende kunstenaars en architecten komt oorspronkelijk in 1663 van de Franse koning Lodewijk XIV. In die dagen wordt Rome beschouwd als bakermat van de West-Europese kunst, die teruggaat tot de klassieke oudheid. Daarom wordt het nuttig geacht dat talentrijke jongeren die kunst ter plekke gaan bestuderen. Maar een dergelijke reis is financieel niet voor iedere aankomende kunstenaar weggelegd. De Académie Royale de Peinture et de Sculpture organiseert daarom vanaf 1666 wedstrijden, waarbij de laureaat van deze Prix de Rome een stipendium ontvangt. Met dat geldbedrag kan hij vier jaar in Rome gaan werken aan de Académie de France, een instituut dat daar in de Villa Medici is gevestigd. Er moeten in die tijd wel schriftelijke bewijzen worden geleverd van degelijk studiewerk.


De Prijs van Rome blijft voorbehouden aan inwoners van Frankrijk, al weet de in Parijs werkende Bruggeling Joseph Benoît Suvée in 1771 toch laureaat voor schilderkunst te worden door Armentières als woonplaats op te geven. Hij kaapt daarbij de Prix de Rome weg voor de neus van de beroemde Fransman Jacques Louis David. Die is na drie afwijzingen de wanhoop nabij, maar zal er in 1774 uiteindelijk toch in slagen zelf winnaar te worden.


Wanneer na de Franse Revolutie van 1789 de Oostenrijkse Nederlanden worden bezet, worden die geannexeerd bij Frankrijk, zodat de uit dat gebied afkomstige kunstenaars vanzelf ook in aanmerking komen voor de Prijs van Rome. Anders verloopt het met de Republiek der Verenigde Nederlanden. Die wordt eveneens veroverd door de Fransen, maar blijft als Bataafse Republiek en later als Koninkrijk Holland zijn status als aparte staat behouden. Lodewijk Napoléon, broer van keizer Napoléon Bonaparte en door hem aangesteld tot koning over Holland, stelt in 1807 een Nederlandse versie van de Prijs van Rome in. Nadat noord en zuid in 1815 verenigd zijn onder de Nederlandse koning Willem I, bevestigt deze in 1817 de Prijs van Rome als onderdeel van zijn oprichting van twee Koninklijke Academies, een te Amsterdam, de andere in Antwerpen. Deze academies organiseren vanaf 1819 om beurten de wedstrijd voor wat dan de Groote Prijs gaat heten. In 1823 wordt dat weer de Prijs van Rome en na de Belgische onafhankelijkheid wordt die voor de nieuwe staat georganiseerd door de Antwerpse academie.


Om in aanmerking te komen voor de Prijs van Rome voor Architectuur moet de kandidaat een aantal schetsen voorleggen van een ontwerp, een doorsnede en een opstand. Bij goedkeuring kan hij toegelaten worden tot de loge, dat is een afgezonderd vertrek, waar drie proeven afgelegd moeten worden. De eerste proef bestaat uit het maken van een schets van een opgelegd onderwerp – in de praktijk doorgaans een gevel – en dat binnen 12 uur. Daarna volgt als tweede proef een schets van een ingewikkelde plattegrond, waaraan de kandidaat 24 uur in de loge mag werken. Tenslotte volgt als derde proef het ontwerpen van een groot openbaar gebouw en dat in detail uitwerken. Van bekende architecten zijn heel wat prachtige tekeningen van deze derde proef bewaard gebleven, die je soms afgedrukt vindt in publicaties over hun werk.


Onder de Belgische laureaten zijn onder meer namen als de schilder Antoine Wiertz (1832) en beeldhouwer Jozef Geefs (1836). Bij ministerieel besluit van 19 september 1840 wordt de Prix de Rome voortaan tweejaarlijks uitgereikt als studiebeurs om naar een buitenlands kunstencentrum naar eigen keuze te gaan om de studieperiode daar te voltooien. Tot 1920 blijft de organisatie van de Prijs van Rome in handen van de Antwerpse academie, daarna neemt de Belgische overheid dat over en vanaf 1975 komt er een eind aan de organisatie van deze kunstprijs. De Prijs voor de Jonge Belgische Schilderkunst / Prix de Jeune Peinture Belge kan als vervanging van deze aanmoedigingsprijs worden gezien.


Charliermuseum