Het Stille Pand

Frits Schetsken




BEETJE BIO (4)

Tussen 2006 en 2012 wordt in Lint, de kleinste gemeente van de provincie Antwerpen, het lokale Suikerzinnen-festijn opgezet door Luc Coenen, Marleen Van Looy, Dirk Elsen en Peter Theunynck, op dat moment allemaal ‘locals’. Inspiratie vormt inderdaad grote broer Zuiderzinnen van Luc Huybrechts op het Antwerpse Zuid. Peter Theunynck is dan dé erkende Lintse dichter, die na zijn vlucht naar Zurenborg meewerkt aan het beletteren van de Wapper-zijmuur van het Paleis op de Meir bij de ‘Vertelboom’ van stadsdichter Peter Holvoet-Hansen.

Aan Suikerzinnen kan alleman meedoen, met uiteraard zeer uiteenlopende kwaliteit, maar wel volop enthousiasme en interesse van de Lintenaren. Opmerkelijk: elke editie vindt plaats op een andere locatie: café, metaalbedrijf, watertoren, modeboetiek, brandweer en op 15 september 2012 eindigend ‘Bij God’ – in de parochiekerk. Mijn bijdragen zijn doorgaans luchthartig, als tegenpool voor de serieuzere schrijfsels. Vaak verhaaltjes met eindrijm, wat het voor zo’n divers publiek tot gedichten maakt. Geen grote poëzie, wel plezierig creatief bezig zijn met tekst.

Edele Metalen


Ik ben in een eerzame familie geboren,

die wat is vastgeroest in het IJzertijdperk.

Voor ons pa was degens slikken dagelijks werk,

mijn broer is een bekend scheermesjesfabrikant

en mijn zus is onlangs op Zaventem beland,

je ontmoet haar bij de metaaldetectoren.


Zelf wil ik wat weg van dat eeuwig ijzeren emplooi,

laten zien dat ik het ook op andere wijze best rooi.

Maar natuurlijk mocht ik mijn start al zeker niet missen,

al is het in een andere branche: ik kweek goudvissen.


Doch gisteren vroeg ik me plots af:

Beseft zo’n vis wat het is om voor goud te gaan?

Het groeit wel op z’n rug tijdens heel zijn bestaan

maar kent-ie ook zijn gewicht in zuiver karaat,

of is dat iets wat hem ijselijk koudbloedig laat?


Ik zie je nu denken: die is maf!

Goudvissen, dat zwemt maar wat rond in zo’n glazen bokaal!

Vergis je niet, daarin schuilt waarlijk een dieper verhaal.

Ze blazen bellen, die reiken naar het hoge,

maar blijven zelf ver van dat akelig droge.

Ze hoeven dus ook nooit hun schaapjes te tellen,

zijn allang binnen met hun glibbergoud vellen.


Wijl wij hier zwoegen, beulen, bijkans creperen,

liggen zij zalig-lui Paul Snoek te citeren:

Een zwemmer is een ruiter wordt er druk geblubblubblogt.

Uit pure afgunst heb ik ze toen allemaal verkocht!


‘t Is waar, ik heb een stapje teruggezet, beste luitjes,

sinds deze morgen doe ik volop in zilveruitjes.

Een woord is het sterkst als het stoort


Zwijgt elk als vermoord, wees dan extreem verbaal

belet met letters dat men over lijken gaat

geen machtsvertoon dat woorden lang weerstaat

de waarheid spreekt altijd de klaarste taal.


Een woord kan lekker bekken bij de fijnste dis

in bah-ja zit geen jota vunzigheid vervat

doch luister scherp: let op mijn woorden schat

klinkt erudiet, terwijl het o zo dreigend is.


Jong kapt korte taaltjes

kwiln pc gvd

later gaan ze langer mee

als ouderdomskwaaltjes.


En worden woorden schoon schuin neergeschreven

dan spreekt elkeen verrukt over kalligrafie,

te scheef over de schreef mag echter ook weer nie,

of de schrijver wordt tot pornograaf verheven.


Zoetjes gevooisd, zijn woorden moeilijk te vermijden

menig taalminnaar is al onweerstaanbaar aangestoken

door zo een welgevormde frase, subtiel uitgesproken

prettig gestoord, kunnen zinnen je ver leiden.


Een woord, op z’n zachtst gezegd, bekoort.

Aangebrand gedicht


Je belde me tussen de soep en de patatten.

De uitwerking viel amper in te schatten.

Van vreugd’ sprong ik een gat in de ozonlaag

en riep uitbundig “ja!” op die ene vraag,

want ik hield van je met ziel en hart,

maar toen ik ophing waren de patatten

helemaal zwart.


 1  2  3  4  5