Het Stille Pand

Frits Schetsken




BEETJE BIO (5)

We naderen vandaag: januari 2015. Het Enterfestival zoekt naar senioren voor deelname aan Slam ’t Stad, een soort poëziewedstrijd tussen drie teams jonge debutanten en één team 50-plussers. Doel: met eigen werk de uitdaging aangaan op het Bourlapodium op vrijdag 24 april 2015 via drie thema’s: persoonlijk, de wijk, de stad.

De senioren zijn team West en vertegenwoordigen Linkeroever. Team Zuid (Kiel, Hoboken, Wilrijk), team Oost (Deurne, Berchem) en team Noord (Antwerpen Noord, Borgerhout) vormen de tegenstanders. Elk team krijgt een coach, voor West is dat Sascha Reunes, bekend in het aparte wereldje van de slam-poëzie, waarin nationale en internationale wedstrijden worden gehouden. Daarnaast introduceren drie workshops de Westerlingen in taalgebruik, ademhaling en performance, plus een masterclass voor alle teams met Neske Beks, bekend van een tv-documentaire en een verhaal over haar jeugdjaren in Mortsel – een verbluffende dame!

Team Zuid wordt winnaar, team West krijgt als prijs de realisatie van een videopoem door Alex Cordova. Slam-poëzie en videopoems zijn eigentijdse niches van het grote poëzieverhaal.

Hieronder de tekst van ‘2050’, het Linkeroever-gedicht van team West. Daarnaast het videopoem met in volgorde van opkomst de stemmen van Remi D’hamers, Nicky Brabants, Hilde Currinckx, Ady Laforce, Walter Van Looveren en Frits Schetsken.

2050


hoog boven poldergrond

tsjik boem, tsjik boem, tsjik boem, heipalen alom

tussen haaientanden en schelpjes

onbegrensd ravotten

uitgerolde lanen in asfalt

als een plattegrond van Mondriaan


toen

de schrapers, schoppers, schuivers,

de putters, de pletters

vlakte en verte


er waren meeuwen, de reiger, het waterhoen,

de pluvier – vijf – zes – tien !

gespetter en gesnater


ontelbaar waren ze, de konijnen

kregen zelfs een tunnel naar ’t stad voor de automobiel,

tolhuisjes als stille bakens

op wat komen zal: Oosterweel

wie zal het haasje zijn ?



























race der promotoren


pro … mo … to … run !

a-me-linckx ! baksteen, baksteen, baksteen

vooruitzicht ! toekomst, toekomst, toekomst

huis-ves-ting ! beton, beton, beton

allez BAM allez ! geluk, geluk, geluk

finish !


chicagoblok shock


waar sjok jij met dat vuil naartoe ?

nie mee de trap

da ga nie rap

open ’t raam

eerst de reklaam

dan komt er dit

hopsa, daar gaat het wit !

hier neem ‘ns gauw

nu komt het blauw !

alles uit zicht ?

raam kan weer dicht


heb je de schrijvers langs de straten gezien ?

de dichters in de dreven ? de dromers door de lanen ?

Ernest, Elsschot, Esmoreit – alles is hier heel cultuurlijk geplaveid

Gaston, Goethe, Gloriant – Linkeroever werd het Lampedusa voor de overkant


Blancefloer, als een lichtstraal vanuit de kathedraal

laat trams verschijnen en verdwijnen

maar met een bedenking:

“merk op edele dames en heren

liefde heeft deze vreemde trek

dat droefheid op minnen volgt”


Esmoreitlaan met drie flanerende dames aan haar zij

samen mosselen eten,

alle maanden met een r,

op Sint-Anneke zijn ze op z’n best


Sint-Annatunnel, geboord door Rupelklei,

liften steeds op en neer


opzij, opzij, opzij !

hier komt de fitste fietser aan …

uit de weg, uit de weg,

mijn tunnelvisie is beperkt

ik rijd, ik ren, ik race, ik raas,

geen lucht kan mij weerstaan

500 meter in 1 minuut 54 seconden, moet gaan !

en aan het eind de roltrap op met mijn velo

                                                  -do  

                                                     -re

                                                        -mi

                                                            -fa

                                                              -sol

                                                                   -la

                                                                     -sipède

oef … rechteroever !


oe vaar ist nog nor de Plaasj ?


bij zonsondergang aan de oeverkant,

het licht glittert op het watervlak als diamant

dan … en dan …

gaat de deur van de slaapkamer weer dicht,

twintigvijftig

“enkel wind te zijn, tomeloos, mateloos, ongebonden”

 1  2  3  4  5