Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

LUC TUYMANS (1958-    )

Luc Tuymans is geboren in 1958 in de Antwerpse voorstad Mortsel. Op welke dag hebben zijn ouder hem mogelijk nooit verteld, maar waarschijnlijker is dat hij dit detail totaal onbelangrijk vindt binnen de waardering voor zijn artistieke kunnen, zodat het niet in zijn biografie is opgenomen. Het jaartal wel ja, want daaraan zie je dat zijn huidige erkenning niet zomaar uit de lucht is komen vallen, maar dat daaraan decennia van zoeken en doorzetten vooraf zijn gegaan.


Tuymans heeft niet enkel een artistieke opleiding aan het Brusselse Sint-Lucasinstituut achter zich, maar ook een studie kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij heeft zich dus terdege verdiept in het werk van zijn vele voorgangers door de eeuwen heen. Die kennis heeft hem ervan weerhouden om meteen als jonge nieuwkomer de openbaarheid van tentoonstellingen op te zoeken. Luc is 27 als hij voor het eerst met zijn werk naar buiten treedt tijdens een “Belgian Art Review” in het Oostendse Palais des Thermes in 1985. Qua bezoekers geen onverdeeld succes, maar voor Tuymans het moment waarop zijn overtuiging groeit dat hij er wel gaat komen. In 1988 en 1989 volgen dan de stappen in het echte kunstcircuit met drie exposities in Ruimte Morguen, een kleine Antwerpse galerie die zowat aanschurkt tegen het juist tot stand gekomen Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA, intussen zonder de kleine u), waardoor de Antwerpse wijk Het Zuid snel een broeihaard van nieuwe kunstinitiatieven wordt.


Intussen houdt Luc Tuymans zich in leven als portier in het Antwerpse uitgaanscircuit van clubdancings en nachtspots. Hij heeft daar ongetwijfeld veel mensenkennis opgedaan op het gebied van communiceren met zeer diverse persoonlijkheden. Een portier is bij die gelegenheden immers ook de persoon die beslist over toegang tot de uitgaanstempel, of weigering. En het is niet de bedoeling dat het in het tweede geval telkens op vervelende vechtpartijen aan de ingang uitdraait, dus komt het aan op de juiste houding en woordkeuze om dat te voorkomen.


Communiceren zal later ook een van de kenmerken van Luc als kunstenaar worden. En dan te bedenken, dat Tuymans als kind volgens eigen zeggen een bijna autistisch zwijgen in acht nam. Maar tijdens zijn puberteit bloeit hij helemaal open en later voelt hij zich dan ook geroepen om open over zijn kunst te spreken, wat hem in elk geval de interesse van de pers oplevert, die zo stof voor artikelen krijgt. Hij vindt dat vooral zinvol omdat een kunstenaar vandaag niet enkel meer zijn erkenning haalt uit een door een gilde verleent ‘meesterschap’, waarna hij opdrachten krijgt uit de hogere lagen van de maatschappij. Nu komen kunstenaars uit alle sociale lagen en moeten ze hun ambitie om kunst te maken verantwoorden tegenover een ruimer publiek, dat via de media met hen en hun werk in contact komt. Communiceren is daardoor zowel een noodzaak als een hulpmiddel.


Na het drietal tentoonstellingen in Ruimte Morguen (“Josefine n’est pas ma femme”, “A Place in te Sun” en “Zimmer Frei”) volgt in 1990 de voor Tuymans belangrijke overstap naar de Zeno X Gallery, met zijn bezieler Frank Demaegd. Deze galeriehouder is vanaf de start van zijn galerie in 1981 steeds internationaal georiënteerd geweest en kan beschouwd worden als een van de meest professionele in zijn vak. Het soort van galeriehouders dat hun kunstenaars niet enkel laat exposeren, maar hen ook begeleidt in hun ontwikkeling, met name wat de bijkomende stappen op het internationale forum betreft.


De jaren 1990 brengen Tuymans dan ook naast een eerste expositie “Suspended” in Zeno X naar internationale mogelijkheden. Daarbij is het natuurlijk van bijzonder belang geweest, dat net Jan Hoet op dat moment curator wordt van de beroemde Documenta-tentoonstellingen in het Duitse Kassel. Hij selecteert Luc Tuymans voor de Documenta IX in 1992, wat samen met een tentoonstelling in de Kunsthalle te Bern in datzelfde jaar de start van internationale bekendheid zal betekenen. Die brengt Tuymans in 1995 naar Chicago met “The Renaissance Society” en in 1996 naar New York met de tentoonstelling “The Heritage” in de David Zwirner Gallery.


Naast schilderen heeft Luc steeds interesse getoond voor andere mogelijkheden om met beelden om te gaan, dus fotografie en film, met welke media hij ook heeft geëxperimenteerd. Toch is hij als schilder bekend geworden, maar wie zijn werk bekijkt ziet hoe hij daarin technieken toepast van foto en film, zoals kadrering, close-up en het afsnijden van het beeld. Zijn kleurenpalet is ook eerder schaars en vaal, zelden of nooit hevig en fel. De onderwerpen zijn dat in wezen wel, want ze zijn doorgaans geladen met statements over de ons omringende wereld, het leven van na de Tweede Wereldoorlog, die voor Tuymans toch een breuk met de periode daarvoor is. Nu heeft iemand die in Mortsel is geboren dat bijna onontkoombaar meegekregen, want daar is een episode uit die oorlog bij een flink deel van de bevolking nog zeer levendig. Bij een geallieerd bombardement op 5 april 1944 op de Erla-fabrieken waar Duitse vliegtuigmotoren werden gereviseerd, is het merendeel van de bommen op het centrum van Mortsel terechtgekomen, met honderden doden, waaronder veel schoolkinderen, tot gevolg, waarbij ook hele brokken uit het dorpscentum werden weggevaagd. Vandaag zie je op heel wat plaatsen in deze voorstad panelen staan met daarop taferelen uit die rampzalige actie.

In Tuymans’ werk heerst vaak een onheilspellende sfeer, het gaat over kindermishandeling, collaboratie, holocaust, grootheidswaanzin, geweld gaat bij hem in vele gedaanten gekleed.


Schilderen is voor Luc Tuymans geen langdurig gevecht met het lege doek, maar een proces dat zich voor een belangrijk deel afspeelt voordat er tot een schilderkundige handeling wordt overgegaan. Nadat hij een thema heeft gekozen, volgt eerst een langdurige research naar het materiaal dat bij dat thema past, welke beelden hij kan gebruiken. Tijdens dat proces worden schetsen en aquarellen gemaakt, maar eenmaal dat voorbereidende en analyserende werk is gedaan, verloopt het eigenlijke schilderen in feite zeer snel. Tuymans is geen schilder die wekenlang aan eenzelfde doek werkt, het is een actie die in één ruk door plaatsvindt, precies omdat hij exact voor ogen heeft wat er wel en niet kan. Wat niet wil zeggen dat schilderen voor hem meteen van een leien dakje verloopt, het vergt grote concentratie. Luc begint met de lichtste kleuren en voegt dan stilaan accenten toe, waarna het werk meer vorm aanneemt en het schilderen dan ook steeds plezieriger wordt met als boeiendste moment het aanbrengen van details die met het blote ook amper zichtbaar zijn. Pas dan ontstaat ook echt het schilderij, dat zich naar de hand van de maker begint te zetten.


Hij mag dan al snel werken, toch produceert Luc Tuymans nooit meer dan één schilderij per week en werkt hij evenmin aan meer dan één werkstuk tegelijk. Doordat hij steeds met daglicht werkt, gebruikt hij regelmatig een handspiegel om de juiste lichtinval te verkrijgen. Vroeger was dat ook uit noodzaak, omdat zijn atelier beperkt in oppervlakte was, maar ook nu nog in zijn nieuwe atelier in Borgerhout hanteert hij dat hulpmiddel. Er wordt steeds naar een tentoonstelling toe gewerkt, die buiten de retrospectieves, ook altijd een samenhang vertoont. Wat niet wil zeggen, dat je een werk van Tuymans per se in zo’n reeks moet zien, elk werk moet volgens Luc de kracht hebben op zichzelf te overleven.


Tuymans’ werk is niet gemakkelijk, maar wel figuratief, zodat iedereen toch op het eerste gezicht ‘iets’ op zijn doeken ziet. De eerder vale kleuren geven misschien zelfs het idee dat het doek nog in de fase van ‘opzet’ verkeert. Besef dan, dat Luc de waarheid van beelden steeds in vraag stelt en daarom ook zijn onderwerpen nooit hapklaar presenteert, zijn schilderijen moeten gelezen worden. Zelf heeft hij ze al eens ‘authentiek vervalsingen’ genoemd, waarmee hij ook aangeeft dat hij zich laat inspireren door andere beelden, in heden (media) of verleden (geschiedenis).


We zeiden het al, Luc Tuymans praat veel over zijn werk. Maar hij voorziet dat er een moment komt, waarop hij voldoende heeft gezegd en dus minder uitgebreid zal communiceren over zijn werk. Hij vindt dat niet meer dan vanzelfsprekend, uiteindelijk is een kunstwerk iets waarmee je moet communiceren door ernaar te kijken, want het is op zichzelf volledig stom. Om die afstand tussen beeld en uitleg nog eens te onderstrepen, maakte Tuymans in dagblad De Standaard van 28 september 2007 in die door hem mee gelay-oute krant telkens de beelden los van het commentaar.


Op de Biënnale van Venetië in 2001 heeft hij het over de Belgische aanwezigheid in Kongo. In 2004 wijdt Tate Modern in Londen een tentoonstelling aan Luc Tuymans, waarmee zijn plaats op de internationale scène nog eens wordt onderstreept. Liefst 250.000 bezoekers zien hier zijn werk. Een jaar later brengt zijn werk ‘Sculpture’ uit de Congoreeks bij Sotheby’s  € 1.100,00 op.

Daarop volgen in 2006 exposities in Genève en Tokio en het jaar daarop in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Datzelfde jaar 2007 brengt Tuymans in zijn Antwerpse thuisbasis Zeno X de reeks over de jezuïeten “Les Revenants”. In België volgt dan nog in 2009 een tentoonstelling in het Brusselse Wiels, de tot kunstencentrum omgebouwde vroegere brouwerij van dat biermerk. Naar deze solo-expo “Against the Day” komen 35.000 mensen kijken. Een grote retrospectieve met 75 sleutelwerken komt er in 2010 met eerst een tournee langs de Amerikaanse musea (Museum of Modern Art in San Francisco, Dallas Museum of Art, Museum of Contemporary Art in Chicago) en daarna het eindpunt in de Brusselse Bozar van 18 februari tot 8 mei 2011.


Naast kunstenaar wordt Luc Tuymans ook meer en meer gevraagd als curator van tentoonstellingen. Dat is voor hem evengoed een wijze van omgaan met kunst, waarbij hij via het presenteren van andermans werk het op gang brengen van het visueel omgaan met kunst nog eens kan verruimen.

Zo is er in 2009 “The State of Things”, de expositie van hedendaagse Chinese kunstenaars in confrontatie met Westerse kunst, die Tuymans samenstelt samen met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei, op dat moment vooral bekend van het Vogelneststadion voor de Olympische Spelen in Peking. In Bozar te Brussel loopt deze tentoonstelling van 18 oktober 2009 tot 10 januari 2010 in het kader van Europalia China. Het is de bedoeling dat de tentoonstelling nadien naar het National Art Museum of China in Peking zal verhuizen in 2010, zodat ook Chinese kunstenaars zich aan hun eigen volk kunnen tonen, terwijl Belgische kunstenaars een Chinees publiek bereiken. Maar uiteindelijk laat de Chinese overheid de expo aldaar niet doorgaan en intussen weten we dat Ai Weiwei door de Chinese autoriteiten als een probleemgeval wordt gezien, wegens te kritisch.

In Brugge heeft Tuymans in 2010 het curatorschap over de expo “The  Reality of the Lower rank”, die loopt van 22 oktober 2010 tot 23 januari 2011. Op vijf lokaties wordt daar kunst uit Oost en Centraal Europa geconfronteerd met de eeuwenoude Brugse erfenis. Daardoor wordt ook het imago verbreed van Brugge, dat door de buitenlandse kunstkenners vooral als een stad van oude meesters werd beschouwd.


Van schilders is er zelden werk te zien in het publieke domein waar elkeen probleemloos en gratis kan komen. Doorgaans bevinden hun kunstwerken zich enkel in musea en kerken, waar je gemotiveerd een bezoek aan het patrimonium brengt en in veel gevallen ook entree moet betalen. Luc Tuymans vormt hierop sinds 2011 een uitzondering, dankzij een mozaïek op een openbaar plein in Antwerpen.

Weliswaar heeft hij vaker muurschilderingen op openbare plekken gerealiseerd, zoals in de Antwerpse Beddenstraat in april 2008 naar aanleiding van de cultuurwebsite klara.be, maar dat waren steeds tijdelijke projecten. Wel zegt hij daar zelf over, dat hij die tijdelijkheid geen probleem vindt, omdat kunst voor hem het doorgeven van ideeën behelst, al is het maar voor een paar seconden.  Het grote mozaïek op het Hanzestedenplein voor het Museum aan de Stroom (MAS) is praktisch gerealiseerd door Jan van Haute in 2011 en is gebaseerd op Tuymans schilderij ‘Dead Skull’, dat op zijn beurt geïnspireerd is door de grafsteen van Quinten Matsijs, de ‘vader van de Antwerpse schildersschool’, tegen de westgevel van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. En gezien de grote belangstelling voor het MAS is er ook vaak heel veel volk op Tuymans’ ‘Dead Skull’-mozaïek aanwezig, al is niet alleman zich bewust van het feit op een kunstwerk te staan. Want om het mozaïekbeeld te overzien moet je enige afstand kunnen nemen, wat het best lukt door via de gratis toegankelijke roltrappen naar een hogere verdieping van het museum te verkassen, waar je via de grote ramen Lucs doodskop mooi in beeld krijgt. Een publiek kunstwerk kon moeilijk publieker zijn …


Alhoewel … een kunstwerk op een postzegel is natuurlijk helemaal publiek bezit geworden. In 2005 verscheen ‘La nuque (Figuur op de rug gezien)’ op een zegel van de reeks “This is Belgium” over hedendaagse kunst en in 2009 prijkte Tuymans’ ‘Vlaams dorp’ op de reeks “Artistiek Antwerpen” ter gelegenheid van de filateliebeurs Antverpia 2010. Naar aanleiding van Lucs retrospectieve in Bozar is er op 12 februari 2011 opnieuw een postzegel met zijn werk verschenen. Nu koos Tuymans niet alleen zelf het afgebeelde werk, maar hij gaf de postzegel zelf vorm. De zegel is gebaseerd op het olieverfschilderij ‘G.Dam’ uit 1978, een van de eerste werken die Tuymans beschouwd als behorend tot zijn volwaardige productie. De afgebeelde figuur is de in de oorlog omgekomen broer van Lucs moeder, waarvan enkel een schilderij het afbranden van de familiale woning in die oorlog had overleefd. Luc heeft dat portret dan van driekwart profiel bewerkt tot een frontaal aangezicht van die broer, weergegeven in zijn kenmerkende schrale kleurenpalet. Voor Luc Tuymans was het bewerken van het originele werk tot postzeglformaat interessant omdat zo’n formaatreductie weer een andere kijk op zo’n portret geeft, zeker wanneer je een heel vel met dezelfde zegels bekijkt. Bovendien kwam zo een origineel werk van Tuymans dat in privébezit is en nooit wordt uitgeleend, alsnog onder ogen van een groot publiek zonder dat iemand zich daarvoor speciaal naar een museum of één bepaalde plek moet begeven. Of zoals Rubens en Van Dyck ook etsen van hun werken lieten maken om op die manier een breder publiek te bereiken, dat het originele werk anders wellicht nooit te zien zou krijgen, laat staan dat het zich zo’n origineel zou kunnen aanschaffen. Met een postzegel wordt de drempel alvast héél sterk verlaagd en kan iedereen zich een Luc Tuymans veroorloven.