Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

CHARLES VAN DER STAPPEN (1843-1910)

Tournai / Doornik

De op 19 december 1843 in de Brusselse randgemeente Sint-Joost-ten-Node geboren Charles Van der Stappen houdt het op zijn elfde bekeken voor wat de school betreft en gaat als ornamentalist aan de slag. Hij maakt dus de frullen en franjes voor meubels en beeldhouwwerken. Hij gaat daarnaast toch les volgen, aan de academie van Brussel, waar hij tussen 1859 en 1868 les in beeldhouwen krijgt van achtereenvolgens Louis Jéhotte en Eugène Simonis. Ondertussen bezoekt hij net als zijn tijdgenoot Constantin Meunier het atelier van Jean Portaels in 1860. Om nog beter te worden, gaat Charles Van der Stappen in 1869 naar de Ecole des Beaux-Arts in Parijs en wanneer hij daarvan terugkeert zendt Charles het werkstuk Toilet d’un Faun in voor het Salon van Brussel, waarmee hij een Gouden Medaille wint.

Op aanraden van collega Thomas Vinçotte onderneemt Charles Van der Stappen in 1871 een reis naar Italië, waar hij eerst Florence aandoet, in 1873 in Napels arriveert en dan van 1876 tot ’79 in Rome verblijft. Na terugkeer krijgt Van der Stappen de opdracht voor het beeldhouwwerk De Orkestratie voor het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel om een jaar later – 1880 – een eigen vrij atelier op te zetten, waar hij als leerlingen onder meer Paul Dubois, Jules Lagae, Egide Rombaux en Victor Rousseau de knepen van het vak bijbrengt.

In 1883 mag Charles Van der Stappen zelf les komen geven aan de Brusselse academie, waar hij Eugène Simonis opvolgt als leraar sculptuur en waarvan hij in 1889 directeur wordt. Ook in 1883 neemt Van der Stappen deel aan een tentoonstelling van de leerlingen van Jean Portaels in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, vandaag de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Voor het Brusselse stadhuis realiseert Charles een beeld van stadspatroon Sint-Michiel. Tot zijn eigen leerlingen mag Charles Van der Stappen een hele schare bekend geworden namen rekenen: George Minne, Ernest Wijnants, Rik Wouters, Helene Zelesny-Scholz, Abraham Hesselink en Victor Rousseau, die hem als directeur van de academie zal opvolgen.

Op uitnodiging exposeert Charles Van der Stappen zijn werk in 1884 op het Salon van Brusselse avant-garde kunstgroep Les XX, terwijl hij ook op de tentoonstellingen van deze groep in 1888 en 1891 aanwezig zal zijn. Op de salons van opvolger La Libre Esthétique is Charles’ werk te bewonderen in 1894 en ’95.

In 1887 komt het grote hoog-reliëf Het Kunstonderwijs gereed, dat nog steeds de voorgevel van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België aan de Brusselse Regentschapsstraat siert. Tijdens de bijeenkomsten rond Edmond Picard ontmoet Charles Van der Stappen schrijvers als Camille Lemonnier, Emile Verhaeren en Léon Cladel. Ter nagedachtenis aan deze laatste maakt Charles in 1892 het beeldhouwwerk Ompdrailles dat nabij de Louisalaan in Brussel staat en in 1893-’94 vervaardigt hij voor het Brusselse Jubelpark De Stedenbouwers, dat weliswaar pas in 1889 definitief op zijn sokkel wordt geplaatst. Vanaf 1893 werkt hij ook samen met Constantin Meunier aan het stofferen van de Brusselse Kruidentuin met een veelheid aan beelden, waarbij zij de leiding hebben over een groot team van beeldhouwers. Hiervoor maakt Charles zelf het beeld De Tijd die de Jeugd de weg wijst, dat nu in de Nationale Plantentuin in Meise staat. Ook voor de inrichting van het Jubelpark werken beide beeldhouwers samen en daar zijn de allegorieën van de provincies Antwerpen (met schip) en Luik (staf in rechterhand) van Van der Stappen.

Charles wil echter nog iets enorms realiseren, iets dat kan wedijveren met de plannen van Constantin Meunier voor diens Monument van de Arbeid, waarbij het onduidelijk blijft wie van beide beeldhouwers het eerst op dit idee is gekomen, kortweg: wie heeft wie geïnspireerd? Omdat Meuniers monument uiteindelijk wel is gerealiseerd, neemt men veelal aan dat hij de vader van het idee is, maar zekerheid bestaat daarover geenszins.

Charles Van der Stappen van zijn kant,  wil naast een Monument voor de Arbeid ook nog een Monument der Oneindige Goedheid creëren, dus twee grootse projecten. Vanaf 1893 begint Van der Stappen aan het laatste project, waarvan een groot aantal onderdelen inderdaad gereed komen, maar waaraan de beeldhouwer ook voortdurend wijzigingen aanbrengt, vooral wat de opstelling van die verschillende stukken betreft. Het zal dan ook bij een onvoltooid project blijven. In 1903 kan Van der Stappen wel een standbeeld afmaken voor schilder Théodore Baron en een waar monument voor schilder Albert Verwee.

Vanaf 1909 begint Charles Van der Stappen aan zijn Monument voor de Arbeid te werken. Naarmate het monument vorm aanneemt, wordt er gesproken over de locatie om dit kunstwerk op te stellen. Er wordt daarover zo vaak van idee veranderd, dat men stilaan gaat spreken over een ‘mobiel monument’. Bij de dood van Charles op 21 oktober 1910 te Brussel is het bijna af en daarom wordt aan respectievelijk Victor Rousseau, Paul Dubois en Egide Rombaux gevraagd om het te voltooien. Daar wordt blijkbaar door geen van hen gretig op ingegaan en sindsdien is dan ook niets meer van dat project vernomen.

Als beeldhouwer heeft Charles zich zoals zijn collega’s Jef Lambeaux en Constantin Meunier los weten te maken van het klassieke academisme, om te komen tot een oeuvre dat via kracht, gratie en elegantie een zeker heroïsme uitstraalt. Het neigt naar het realisme en bestaat grotendeels uit composities met een goede balans tussen actie, ritme en harmonie. Vanaf 1891 is Charles Van der Stappen ook actief in klein-sculptuur, waarbij hij werkt in marmer, witte steen, brons, ivoor, zilver en goud. Daarin evolueert hij naar wat dan ‘modern style’ wordt genoemd met als bekendste werkstuk De geheimzinnig Sfinx uit 1897, nu te zien in de afdeling Europese decoratieve kunst van het Jubelparkmuseum. Een hele verzameling kleine beelden zijn in bezit van de Brusselse Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, waar ze in de afdeling Oude Kunst ondergebracht zijn. In 2010 is er ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Charles’ dood een grote retrospectieve in dat museum gehouden.


Oeuvre (onvolledig):


1874

Standbeeld politicus Alexandre Gendebien, brons.

Frère-Orbansquare, Brussel.

1874

Kariatiden woonhuis architect Louis De Curte.

Gent.

1877

De man met de degen, klein-sculptuur.

Kon. Musea van Schone Kunsten van België, Regentschapsstraat 3, Brussel.

1879

Fronton De Orkestratie met Euterpe, muze van de muziek, steen.

Koninklijk Conservatorium, linkervleugel binnenplein, Regentschapsstraat 30, Brussel.

1880

Standbeeld Willem van Oranje, Cararamarmer.

Kleine Zavelplantsoen, Kleine Zavel, Brussel.

1885

Sint-Michaël, verguld brons.

Gotische zaal, Stadhuis, Grote Markt, Brussel.

1887

Gevelbeeld Allegorie van het Kunstonderwijs, hoog-reliëf, brons.

Kon. Musea van Schone Kunsten, Regentschapsstraat 3, Brussel.

1892

Dood van Ompdrailles – Het Graf van de Strijders Het graf vaH, brons; sokkel in Schots graniet van Victor Horta.

Ter nagedachtenis van schrijver Léon Cladel.

Koningstuin, Louisalaan nabij Terkamerenbos, Brussel.

1894

De Stedenbouwers, brons.

Jubelpark, rechts van centrale dreef, zijde Nerviërslaan, Brussel.

1895

Grafmonument schilder-etser Louis Artan de Saint-Martin, bronzen reliëf op grafontwerp van Victor Horta.

Gemeentelijke begraafplaats, André Geryllaan 5, Oostduinkerke.

1897

De geheimzinnige Sfinx, ivoor en zilver.

Jubelparkmuseum (v/h Kon. Musea voor Kunst en Geschiedenis), Jubelpark 10, Brussel.

1898

De Tijd die de Jeugd de weg wijst, brons.

Oorspronkelijk in de Kruidentuin in Brussel.

Nationale Plantentuin van België, Nieuwelaan 38, Meise.

1902

Standbeeld schilder Théodore Baron, brons.

Parc de la Plante, Rue Théodore Baron, Namen.

1903

Monument schilder Albert Verwee, steen.

Hoek Colignonplein / Verweestraat, Brussel-Schaarbeek.

1905

Allegorische figuren provincies Antwerpen en Luik, brons.

Triomfboog, Jubelpark, tussen Renaissance- en Nerviërslaan, Brussel.