Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

GEORGE VAN RAEMDONCK (1888-1966)

Aan het Hopland in Antwerpen wordt deze apothekerszoon geboren op 28 augustus 1888. Zijn ouders zijn dus geen arme lui, moeder is Française, er is cultuur in huis. George mag al vroeg zijn eigen gang gaan, hij kiest in 1903 op z’n 15de voor een opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en gaat verder in de schilderkunst aan het Nationaal Hoger Instituut, de opleiding voor professionals van dezelfde onderwijsinstelling. Hij krijgt er les in landschapschilderen van Franz Courtens, een man waar ook ander Boechouts talent mee te maken heeft gehad. Intussen volgt George ook vioollessen aan het conservatorium, maar merkend dat hij in de muziek nooit de top zal bereiken, houdt hij daarmee op. Na zijn tweede jaar Hoger Instituut trekt hij er thuis tussenuit en gaat vanaf 29 juli 1909 in het nabije Zwijndrecht een bestaan als zwerver-kunstenaar leiden. Blijkbaar trekt dat vrouwen aan, vier haar later is George een getrouwd man; zij heet Adriana Denissen. Weer een jaar later breekt de Eerste Wereldoorlog uit en vlucht het gezin op 9 oktober 1914 naar Halsteren, een dorp in Nederland, waar de echte carrière van Van Raemdonck zal beginnen.


George krijgt via een prijsvraag de kans om politieke spotprenten te maken voor De Amsterdammer, een weekblad. Zijn eerste cartoon ‘De nijvere Bertha’ met als onderwerp het enorme Duitse kanon Dikke Bertha verschijnt daarin op 6 december 1914. Maar men is daar niet gewend aan de scherpe humor van Vlamingen en de conservatieve lezers zijn niet zo te spreken over George’s werk. Gelukkig is hij dan reeds opgemerkt in mei 1917 door schrijver A.M. de Jong, wiens kinderboek Vacantiedagen in datzelfde jaar door Van Raemdonck wordt geïllustreerd. De Jong zal hem later bij het socialistische partijblad De Notenkraker binnenloodsen. Daaraan zal Van Raemdonck vanaf 1920 tot de opheffing van het blad op 19 juli 1936 blijven meewerken.


De samenwerking met De Jong zal vele jaren duren. Vanaf 22 mei 1922 tot 17 november 1937 werken ze als tandem aan wat wellicht Nederlands eerste stripverhaal is, Bulletje en Bonestaak voor dagblad Het Volk en Voorwaarts. De Jong zorgt voor het scenario, Van Raemdonck maakt in totaal 8856 tekeningen voor de 21 deeltjes die verschijnen. De verhalen worden later ook in boekvorm uitgegeven door koffiebrander Van Nelle en halen een totale oplage van 178.441 stuks. Daarnaast tekent George tussen 1925 en 1927 nog de strip Appelsnoet en Goudbaard, een tekststrip voor het blad Blue Band van margarinefabrikant Van den Bergh en zijn legendarische Blue Band-merk.


Toch verraadt onze Vlaming zijn heimat niet. Op 12 november 1928 keert het gezin terug naar België, waar Zwijndrecht en dan Antwerpen de thuishavens vormen. Hier begint George opnieuw te schilderen, maar zijn politieke prenten voor De Notenkraker blijft hij afleveren. Vooral na de aanstelling van Hitler tot Rijkskanselier in 1933 voeren A.M. de Jong en Van Raemdonck een ware antifascistische strijd in het blad. De Jong is intussen begonnen aan zijn magnus opus, dat hem een plaats in de Nederlandse literatuurgeschiedenis zal bezorgen, acht delen over Merijntje Gijzen, een autobiografische romancyclus over zijn jeugd in een arm katholiek arbeidersgezin in Noord-Brabant. De omslag van Merijntje Gijzens jonge jaren wordt door Van Raemdonck getekend. Intussen blijft George een rusteloze zwerver, zij het niet zozeer materieel, want hij verhuist van Antwerpen naar Kapellen en vandaar weer naar Edegem. Zijn Nederlandse socialistische vriend wordt in 1942 door de Duitsers aangehouden, weer vrijgelaten het jaar nadien, maar dan op 18 oktober 1943 in zijn woonplaats Blaricum door een Nederlands SS-commando vermoord. Daarmee wordt de band met Nederland doorgeknipt.


Na de oorlog gaat Van Raemdonck politieke tekeningen maken voor dagbladen De Volksgazet en Vooruit onder de schuilnaam Hop (een herinnering aan zijn geboorte in het Hopland?) en verhuist voor de laatste maal in 1947, nu naar de dr. Theo Tutsstraat 39 in Boechout, waar hij buurman van Eugeen De Ridder wordt. Deze tandem zal vooral van zich doen spreken in hun stamcafé Sportbors bij Jos Verbruggen op de hoek met de 'Borze' (deel van de huidige Jan Frans Willemsstraat tussen Tuts- en Heuvelstraat). George gaat voor de kost vanaf 1964 samenwerken met L. Roelandt, pseudoniem van Jef Van Droogenbroeck, aan het stripverhaal Tijl Uilenspiegel voor Vooruit.


Op 26 januari 1966 overlijdt hij in rusthuis Heilige Familie - thans bekend als Vijverhof, waar twee schilderijen van hem hangen. Zijn graf is te vinden op de Boechoutse begraafplaats aan de Hovesesteenweg. Bij Boechoutenaren blijft George Van Raemdonck vooral bekend als de man van de cartoons van Boechoutse figuren op bierviltjes, intussen in boekvorm uitgegeven onder de titel Boechoutse Koppen.


Sinds 1986 is de Boechoutse kartoenale naar hem genoemd, die thans om de drie jaar wordt georganiseerd door vzw International Humour in Art (IHA). Voor diezelfde vereniging hebben De vrienden van George Van Raemdonck in 2015 geld bijeengebracht voor de aankoop van een verzameling oude tekeningen en cartoons van deze kunstenaar uit de jaren 1920 uit kranten, tijdschriften en boeken. Het Boechoutse Gemeentepark is intussen omgedoopt tot George Van Raemdonckpark met daarin een monument van de hand van Boechoutenaar François Blommaert, dat een schetsboekblad voorstelt met daarop twee stripfiguren. Aan het nabije vroegere woonhuis van Van Raemdonck is een plaquette aangebracht van Eric Verlinden.  


Vreemd, hoe een kunstenaar die op zijn 20ste de bohémien gaat uithangen, eigenlijk zijn hele verdere leven is blijven zwerven door omstandigheden die hij niet in de hand heeft. Zwerven tussen bekendheid in Nederland en België, tussen de wil om te schilderen en de noodzaak van tekenen. Dat heeft deze man wat parten gespeeld: hij is nooit echt doorgebroken als erkend kunstenaar door die dubbelzinnigheid in zijn leven.


Boechout

graf George Van Raemdonck

© foto: Danielle Janssens