Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

GILBERT VAN SCHOONBEKE (1519-1556)

Quartier Latin

Gilbert Van Schoonbeke wordt in 1519 te Antwerpen geboren als onecht kind en zal pas in 1545, dus op zijn 26ste, gewettigd en erkend worden. Misschien dat zijn energie en daadkracht wel voortspruiten uit die wil om erkenning te krijgen. In elk geval ontpopt hij zich als een project-ontwikkelaar zonder weerga, die flinke delen van Antwerpen een ander aanzien heeft gegeven binnen een tijdsbestek van hooguit enkele tientallen jaren. Hij geeft daarmee gestalte aan een nieuwe periode: de middeleeuwen die overgaan in de renaissance.


Van zijn vader leert hij het winstgevend kopen en verkopen van gronden en hij zal spoedig zelf ook speculant worden rond 1542. Maar hij is méér dan dat. Als aannemer, ingenieur, financier en groothandelaar bestrijkt hij een ruim domein van het openbare leven.

 

Doorgaans werkt hij steeds volgens hetzelfde principe: koop een flinke lap grond. Geef die een bestemming die activiteit veroorzaakt, trek een aantal straten en verkavel zo de grond in kleinere percelen, die je met winst aan de liefhebbers verkoopt.


Tussen 1542 en 1546 gaat het nog over afzonderlijke gebouwen met een fikse lap grond, waar dan een straat overheen wordt getrokken: Jodenstraat, Lombardenstraat, Markgravelei en Haantjeslei - allemaal Gilberts werk. Vanaf 1547-'48 worden het echte projecten, zoals de aankoop van grond nabij het Minderbroedersklooster (waar nu onze kunstacademie huist) om er een nieuwe Stadswaag te bouwen: onder wordt gewichtig gedaan met goederen, in de bovenzaal wordt zwaar gefeest bij huwelijken en partijen en rondom een heel stratenpatroon. Het centrale gebouw heeft de tijd niet doorstaan, het flink feesten is nog doorgegaan tot de jaren '60 à '70 van de 20ste eeuw, toen de 'Stadswaag' een pleintje was met rondom weekend-dancings en cafés, waar nogal wat studentenfuiven hun beslag vonden.


Op 5 februari 1548 ontvangt hij van keizer Karel V de goedkeuring voor zijn meest ambitieuze project, het uitleggen van een compleet nieuw stadsdeel om Antwerpen met zijn ruim 100.000 inwoners meer ruimte te bieden in deze 'Nieuwstad'. Hij bedenkt ook een bijpassende economische functie: het oprichten van 24 brouwerijen, plus een centraal Waterhuis met vergaderzaal voor de Brouwersgilde, om die brouwerijen van goed water te voorzien.


Voor de aan- en afvoer van goederen worden twee nieuwe vlieten gegraven, die het gebied rechtstreeks met de Schelde verbinden.


In 1549 koopt de hij oude raamhoven en oefenterreinen van de schuttersgilden nabij de Huidevettersstraat, om daar opnieuw een economische functie te creëren, ditmaal een dubbele. Een plein zal dienen als nieuwe Graanmarkt ter vervanging van de te kleine Oude Koornmarkt. Op het voorste deel van dat plein bouwt hij tussen 1549-'52 het Tapissierspand, een verkoophal met winkeltjes, een herberg en opslag- en woonkelders voor de tapijthandelaren.

 

Nog steeds in 1549 is Van Schoonbeke ook actief op terreinen tussen de Steenhouwersvest en de Reyndersstraat, waar hij opnieuw een economische activiteit huisvesting biedt: de markt van de verkopers van tweedehands kleren (die toen meer dan een mensenleven meegingen) en huisraad, die zich tot dan toe afspeelde op de Grote Markt voor het Stadhuis. Hij legt daarvoor de Vrijdagmarkt aan, waar tot op de dag van vandaag inboedels per opbod worden geveild. Later zal Christoffel Plantijn hier een pand kopen en hij en vooral zijn opvolgers zullen er het grootse drukkerij-uitgeverscomplex oprichten.


Vanaf 1552 is Gilles actief met het aanleggen van een deel van de Antwerpse vestingwallen, tussen Sint-Jorispoort en Kipdorppoort met het bastion Maria. Die zogeheten 'Spaanse Vesten' (aangelegd in tijd dat we een deel van het Spaanse Rijk waren) zijn nu gesloopt en liggen als een soort binnenboulevards - de Leien - tussen het historische stadshart en de 19de-eeuwse uitbreidingen.


Hoe staat het intussen met Gilberts het 'Nieuwstad'-project? Daarvoor heeft Van Schoonbeke kalkovens nabij Namen gekocht, steenbakkerijen in Kallebeke, haalt hij eikenhout uit het Buggenhoutse bos en is hij actief in een veenkolonie in Nederland, waar hij turf steekt. Die veengronden nabij Rhenen zijn eigendom van de Utrechtse bisschop David van Bourgondië, die zelf al de Grift heeft laten graven om ze te ontwateren. Vanaf 1550 verwerft Van Schoonbeke het exploitatierecht en laat hij de Schoenderbeekse Grift graven naar Amersfoort, om zo via de Eem zijn turf naar Antwerpen te kunnen verschepen. De arbeiders stichten bij deze veenkolonie de plaats Veenendaal, vandaag een middelgrote Nederlandse stad.


In Antwerpen komen dan rond 1553 16 van de 24 geplande brouwerijen gereed, plus het Waterhuis. Het water wordt aanvankelijk per schuit aangevoerd uit de Nete nabij Rumst. Maar ingenieur Gilbert vindt dat te omslachtig en bedenkt een systeem, waarbij via een ondergrondse leiding van uitgeholde eiken balken het water van de stadsgrachten naar zijn Waterhuis wordt geleid. Daar wordt het opgepompt met emmers die aan een ketting hangen en door een paard in een rosmolen in beweging worden gebracht. Dat water wordt dan in vergaarbakken gestort, waarna het via een bovengronds leidingnet naar de diverse brouwerijen wordt gedistribueerd, een systeem dat tot begin 20ste eeuw stand heeft gehouden.


Hoewel dus zeer vooruitziend, was Gilbert Van Schoonbeke hier wat te ver gegaan. De bedoeling was dat de brouwerijen gepacht zouden worden door brouwers die hem 2 stuivers per vat bier zouden afdragen. Maar de brouwers uit de aloude brouwerswijk rond de Kammenstraat (kamme = brouwerij), voelden daar niets voor en startten in 1554 een lastercampagne tegen Gilbert, die zulke vormen aannam, dat er een volksoproer uitbrak en hij zijn toevlucht in het stadhuis moest nemen. De magistraat zat zeer verveeld met de zaak en zag zich verplicht zijn geniale medeburger uit te wijzen. Verbitterd is Van Schoonbeke toen in Brussel gaan wonen en daar amper twee jaar later, in 1556, gestorven.


Omdat geen enkele brouwer zich in Nieuwstad wenst te vestigen, koopt de Stad in 1561 de gronden terug van Gilberts erfgenamen. En zo eindigt dan deze episode, die nog steeds zichtbare sporen in ons stadsbeeld heeft nagelaten rond de Brouwersvliet.