Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

VIRTON

START:

Maison du Tourisme de Gaume, Rue des Grasses Oies 2b.


Parkeren: op de parkeerplaats aan de overzijde met inrit om de hoek in de Rue Croix-le-Maire of even verderop aan de linkerzijde van de Rue des Grasses Oies haaks op de muur.


Maison du Tourisme de Gaume – Toeristisch Informatiekantoor van de Gaumestreek


Voor de ingang van het toeristische informatiekantoor ligt Djean de Mâdy, een legendarisch personage in de streek rond Virton en we komen hem later op onze wandeling nog tegen. Dus zijn ‘story’ volgt nog. God schiep in zijn eentje twee mensen, maar hier is het net omgekeerd, Djean is gecreëerd door een duo. Huguette Liégois ontwierp hem, Paulin Bouvry zorgde er in 1965 voor dat het idee ook harde materie werd.


Op de zijgevel van dit infokantoor zie je het logo Toerisme Gaume en een tamelijk aparte zonnewijzer. Het Maison du Tourisme Gaume stuurt je de zon in een envelop van wit Carrara-marmer op een beige achtergrond van Toscaans marmer uit Biancone. De zwarte letters, zonnestralen en brieflijnen zijn van Belgisch marmer. Voeg daarbij nog witte vierkantjes, deels 24 karaats verguld, van Venetiaans glasdeeg en je weet dat hier geen moeite wordt gespaard om een bezoeker met zuiderse flair te ontvangen. Zelfs de naam van de ontwerper van dit mozaïek anno 2002 klinkt zuiders: Carlo Signorini.


De wit-op-zwarte zonnewijzer is van Jean-Jacques Baron uit Sedan en herinnert aan de zonsverduistering van 11 augustus 1999, die enkel totaal was in het zuiden van België – dus hier. De hyperbool tussen de X en de IV verwijst ernaar, evenals het Romeinse jaartal MIM (1999) naast Virtons stadswapen: twee schuin gekruiste goud met zilveren pijlen op een rood schild. Karel V kent de stad dit wapen toe omdat Virton in 1521 succesrijk weerstand heeft geboden aan de Luikse prinsbisschop Robert de la Marck, die als bondgenoot van de Franse koning het beleg van de stad moest staken. De Virtonezen herkennen zich wel in dit wapen: veel praats (rood), weinig geld (zilver) en nog minder goud … In de tijd van de Franse revolutionaire annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden verliest Virton zijn titel van stad, om die pas terug te krijgen in januari 1837 en toen waren we al zo’n zeven jaar als België zelfstandig.


Tegenover het Toeristisch Infokantoor staat een Totempaal


Had je het niet gedacht? Dat diepe zuiden, dat is daar nog zowat de Far West van België. Natuurlijk is het echte verhaal lichtjes anders. Na Wereldoorlog II wordt er in het kader van de NAVO in 1954 op de luchtmachtbasis van het Franse Marville – zo’n 15 km van Virton – de 1ste wing RCAF, een Canadese legereenheid, gestationeerd. De gezinnen van deze soldaten gaan in de omliggende steden en dorpen wonen.


Wanneer de Franse president Charles de Gaulle zijn land in 1967 uit de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie terugtrekt, betekent dat ook het afscheid van die Canadezen, die op 31 maart 1967 naar het Duitse Lahn verhuizen. Als aandenken aan hun gastvrije ontvangst schenken zij twee Canadese totempalen van het type Thunderbird, zoals ook hun straaljagers heetten. Het ene exemplaar staat in het Franse Longuyon, het andere hier in Virton. Je ziet hier vandaag echter een kopie, gemaakt door Claude Goffinet uit Saint-Remy, want het origineel is in 1992 beschadigd geraakt.


Het vertrek van de Canadezen was een flinke economische aderlating voor Virton, want van de 2000 militairen op de basis waren er zo’n 330 Canadese gezinnen in de stad gevestigd. Het woonaanbod in België beviel de Canadezen namelijk beter dan wat er in Frankrijk aan huizen voor hen beschikbaar was. De middenstand profiteerde daarvan, misschien nog het meest de sector van de autodealers en garages, want al die militairen kochten uiteraard ook een gezinswagen om de afstand tussen wonen en werken te overbruggen.


Met je rug naar de totempaal wandel je langs het grote gebouw aan je rechterzijde, waarvoor je twee kunstwerken ziet staan:


Point Cardinal


Een metaalsculptuur van Albert Gatez uit eind jaren 1970, waarbij het gaat om een evenwicht tussen lege ruimtes en de zwarte stalen elementen, die gegoten, gehamerd en gelast zijn tot een abstract werkstuk. Gatez heeft in 1992 vier van zijn werken aan de stad Virton ter beschikking gesteld voor een tentoonstelling en sindsdien hebben die kunststukken hier wortel geschoten als onderdeel van het stadschap, terwijl de kunstenaar in 1999 overleden is.


Tegeltableau S.I. La Gaume


Ernest Bernardy heeft hier de Gaumestreek in keramiek weergegeven met de diverse attracties en bezienswaardigheden. De in 1923 geboren Bernardy heeft talrijke woonhuizen in de Gaumestreek van mozaïeken voorzien, voordat hij zich op het eind van zijn leven gaat toeleggen op schilderen, eerst aquarel, daarna olieverf. Hij is in 2000 overleden.


Band van dominostenen op het gebouw


Die dominostenen verwijzen naar de naam van dit grote herenhuis – Maison des Dominos -, ooit eigendom van de notarisfamilie Lambinet, maar sinds 1953 stadseigendom. Sindsdien is deze plek bekend als ‘Aux Domino’s’ en heeft het huis talrijke bestemmingen gehad: cultureel centrum en bibliotheek, administratief centrum tijdens verbouwingen van het stadhuis van 1968 tot 1970, jeugdherberg, muziekschool, ‘huis voor de kinderen’ …  De vroegere parktuin heeft minder geluk gehad, die heeft plaats moeten maken voor een parkeerterrein.


Wandel even verder rond, zodat je de zijgevel van Aux Dominos te zien krijgt.


Les Légendes Gaumaises - De Gaumse legenden


In 1969 geeft de stad Virton een eerste opdracht aan Ernest Bernardy voor een mozaïek op een openbaar gebouw. Bernardy verwerkt in één geheel van links naar rechts Djean d’Mâdy (de vioolspeler in de boom), de vier feeën van het Trou des Fées, een spelonk nabij Croix-Rouge ten noorden van Virton, Monseigneur de Hontheim, bisschop van Trier die in 1790 op het kasteel van Montquintin nabij Rouvroy stierf en die in zijn tijd bekend stond om zijn (te) vooruitstrevende ideeën, die hij als humanist onder de naam Febronius publiceerde, rechts voor hem de Witte dame van Montauban  en helemaal rechts de Vier Heemskinderen, die hier een rol spelen omdat nabij Buzenol hun kasteel zou hebben gestaan. Die Witte Dame -  een ooit van honger omgekomen schim - bewaakt volgens de legende de enorme schat die de Heemskinderen hebben achtergelaten in de kelders van de kasteelruïne. Maar om bij de schat te komen, moet je langs twee vreselijk stinkende monsters. Dat lukt enkel op kerstnacht, als bij het middernachtelijk klokgelui van de kerk van Buzenol die monsters enkele ogenblikken helemaal ineenkrimpen en daarmee de weg vrijgeven. Maar wie de daar heersende diepe duisternis trotseert, ziet het plots bliksemen en in dat licht allerlei spookverschijningen opdoemen en hoort afschuwelijke geruchten. Vandaar dat er tot hiertoe geen enkele schatzoeker uit de duisternis van deze heuvel is teruggekeerd.

De oranje zon rechts op het mozaïek heeft als tegenhanger de gele maan links van de bisschopsmijter. Zoek zelf de vier dieren: eekhoorn, uil, kat en everzwijn.


Steek nu over naar de brede Rue Docteur Jeanty. Nog voor het postkantoor links nog eens de straat oversteken naar de smalle Rue de la Prison, de Gevangenisstraat.


Virton is ontstaan op de plaats waar nu Vieux-Virton ligt, een kleine kilometer ten zuiden van de huidige stad. Rond begin 12de eeuw verplaatst de bewoning zich naar het huidige Virton, dat in 1158 voor het eerst wordt vermeld, maar waar pas een eeuw later over stadsmuren en een kasteel wordt gesproken, terwijl graaf Louis V van Chiny en zijn echtgenote Jeanne de Blamont in juli 1270 de eerste stadsrechten aan de ‘ville nouvelle’, het nieuwe Virton, toekennen. De in die eeuwen opgetrokken stadsmuur omsluit een cirkelvormig gebied van ongeveer 150 bij 200 meter en telt niet minder dan twaalf torens, doch slechts twee stadspoorten, de noordelijke richting Ardennen, de zuidelijke richting Frankrijk.


In 1657, aan het eind van de Dertigjarige Oorlog, verplicht de prins van Chimay, als gouverneur van het hertogdom Luxemburg waaronder Virton dan ressorteert, om die versterkingen te slopen. En wanneer twee jaar later bij het Verdrag van de Pyreneeën tussen de nog jonge Franse koning Lodewijk XIV en koning Filips IV van Spanje een deel van het door Frankrijk veroverde Lotharingen wordt afgesplitst om verder met Virton onder de Spaanse Nederlanden te gaan behoren, gaat de afbraak van die stadswallen in versneld tempo voort. Al die grote stenen komen goed van pas bij de bouw van huizen voor Virtons inwoners, zodat er vandaag weinig restanten van heel die omwalling bewaard zijn gebleven.


Het smalle straatje waar je nu in wandelt loopt niet langer langs een gevangenis, maar waar het een bocht maakt stond voorheen de Tour Mathieu, een muurtoren die destijds als gevangenis dienst deed.


De Rue de Prison loopt nu over in de Rue Sainte-Catharine. 


Dit straatje is genoemd naar de verdwenen Sint-Catharinakapel, opgericht dankzij een testamentair legaat van pastoor Jean Marchiet van 27 november 1388, waarin hijzelf precies stipuleert aan welke patroonheilige de kapel moet worden toegewijd en wat de verplichtingen van de bijbehorende kapelaan zijn. In de 18de eeuw wordt er nog een huisje met tuintje naast gezet voor die dienstdoende geestelijke, maar in 1792 is dat geheel van kapel en huis gesloopt.


Wat je nog wel ziet aan je linkerhand op nr.2  is La Grande Maison (Het Grote Huis) uit 1746. Het woonhuis met hoektoren is met grote kalkstenen opgebouwd en in de kelder van een bijgebouw heeft een wijnhandelaar zijn opslagruimte. Op de binnenplaats staat de muur recht tegenover de ingang van het huis op de plaats van de vroegere stadswal.


Vlak na dit huis stond eertijds die Sint-Catharinakapel.  


Aan het eind van de Rue Sainte-Catharine sta je in de Grand-rue (Hoofdstraat) waar die wat verbreedt tot een klein pleintje, waarvan het linker gedeelte wat hoger ligt.


Hier staat vanaf 1403-’04 de middeleeuwse markthal, die in 1622-’23 nog eens vervangen is door een nieuw gebouw, maar in de Franse tijd is ook die hal afgebroken. Ook nog op deze plek bevond zich de schandpaal van Virton. Een schilderij van de vroegere situatie staat hier opgesteld.


Sla links de Grand-rue in, waar deze vroeger nog de Rue de la Poste heette vanaf het punt dat deze straat daar vandaag schuin rechts in uitmondt.


Kijk even in die Rue de la Poste, dan zie je aan de achtergevel van Grand-rue 50 een traptoren uit het einde van de middeleeuwen, terwijl het huis zelf pas uit 1702 dateert. Via dergelijke traptorens kwam men op de diverse verdiepingen, wat ruimte binnen de woning spaarde en geen tochtgaten gaf tussen die etages.


Ga verder de Grand-rue door tot aan de Place Georges Lorand.


De Grand-rue doorsnijdt de binnenstad van noord naar zuid. Aan deze kant stond de Porte de la Roche ofwel Porte d’Ardenne, aan het andere uiteinde de Porte d’Harival of Porte de France. Links op de hoek van het Chinese restaurant zie je de Seigneur de la Grange au Bois (De heer van de houten schuur), als bewaker van de stadspoort, die klein tussen zijn gespreide benen verschijnt. Nu eens geen mozaïek of keramiek van Ernest Bernardy, maar een beeldhouwwerk van een poortwachter.


Rechtsaf de Place Georges Lorand op en je staat voor de Kiosk


In het midden van het Georges Lorandplein – genoemd naar een liberaal politicus die je straks nog tegenkomt bij het stadhuis - staat op een hoge sokkel van zandsteen uit Florenville sinds 1914 deze kiosk van de lokale architect Omer Bodson, geheel gerenoveerd in 2013. Let even op de art nouveau decoratie van de spijlen van het hekwerk. Virton telde destijds twee muziekverenigingen, de liberale Philharmonie en het katholieke Concordia. Muziek mocht dan de zeden verlichten, het bleef wel allemaal binnen de eigen kring, ook al moest de kiosk gedeeld worden.


Steeds op 26 december ter gelegenheid van de Foire aux Amoureux (Verliefdenkermis) vindt op deze kiosk de kroning plaats van de Koning van de Paté in aanwezigheid van El Djean en la Djeanne, de Virtonse reuzen.


Vroeger werden vaak verhalen verteld over Djean d’Mâdy, Johan van Montmédy. Deze kerel heeft echt bestaan, hij is geboren in 1585 in het Franse Velosnes bij Torgny en zette graag de bloemetjes buiten. “Je kan beter arm zijn en leven als een rijke, dan rijk zijn en leven als een arme”, was zijn levensmotto. Zijn oom was violist aan het hof van de heer van Mansfeld in Luxemburg en van hem leerde Jan ook viool spelen en kreeg hij een rood gevernist exemplaar. Rond deze in 1632 gestorven volksfiguur sponnen zich al spoedig allerlei legenden, die erop neer kwamen dat hij telkens in netelige situaties verzeild raakte, waar hij zich dankzij welbespraaktheid en slimheid uit wist te redden.


Zo komt Djean eens laat terug van een feest, waarbij hij betaald is voor zijn vioolspel met jenever en een taart. Hij loopt door het bos van Bicaumont – een berucht bos ten oosten van Latour - als hij plots het gegrom van een wolf achter zich hoort. Zo snel als hij kan klimt hij in een boom, maar het ondier blijft rustig onderaan wachten. Eerst tracht Djean hem weg te krijgen door stukken taart naar beneden te gooien, maar als zijn taart helemaal op is, staat de wolf nog steeds beneden. Dan neemt Djean zijn viool en begint te spelen. De wolf gaat rondjes draaien op de muziek en als Djean steeds sneller begint te spelen wordt het beest stilaan duizelig en uiteindelijk valt het doodop in slaap. Onze held kan daarop afdalen uit zijn vluchtoord en tijdens het naar huis wandelen heeft hij er enkel spijt van dat hij niet meteen op zijn viool is gaan spelen, want dan zou hij die taart nog hebben.


De mensen uit de Gaumestreek identificeren zich graag met Djean d’Mâdy, omdat hij bij al zijn grappen toch een groot hart heeft. Verschillende auteurs hebben de verhalen rond Djean op schrift gesteld en er is zelfs een theaterstuk rond gemaakt.


Op 26 december 1938 zijn de twee reuzenpoppen voor het eerst in papier-mâché op wilgenhout in het straatbeeld verschenen. Bij een restauratie door Ernest Bernardy in 1966 zijn de hoofden van glasvezel gemaakt en is er een metalen geraamte gebruikt voor de reuzen. Elke reus weegt 40 kilo en is zo’n 3 meter hoog.


Kijk nu even naar het grote mozaïek op de muur voor je.


Les vieux métiers – De oude ambachten


Een van de grootste mozaïeken van Ernest Bernardy, vervaardigt op verzoek van de stad om een blinde huisgevel aan te kleden. Vier oude ambachten zijn hier verenigd: bovenaan de wever, links de pottenbakker, in het midden de leerlooier en rechts de klompenmaker. Doordat ze allemaal dezelfde kleding dragen, lijkt het wel één ‘multitask’ team van werklui. 


Links van dat mozaïek op de Place Georges Lorand nr.4 zie je een ietwat ouder gebouw.


La Galerie du Comble – Galerie onder de hanenbalken.


Een kunstgalerie op de tweede verdieping van het huis waarin Euroviande zijn kantoren heeft, zodat je even de insteek voor laden en lossen op moet om daar achter de tweede deur links de trap naar boven te ontdekken. De vereniging Fabrique d’Artistes Contemporains (FAC) – Werk van Hedendaagse Kunstenaars – organiseert hier tentoonstellingen van ‘debutanten’, zoals ze kunstenaars noemen die al minstens zeven jaar actief zijn in de streek, en die mogen van alle leeftijden zijn. Er wordt ook werk getoond van kunstenaars die een eigen website hebben, maar die hier de gelegenheid krijgen om hun werk ook ‘in real time’ te tonen, wat een completer beeld oplevert. Soms worden er hommages opgezet voor overleden twintigste-eeuwse kunstenaars en de vereniging staat ook open voor performances in of buiten de galerie. Op het internet vind je de kalender van hun activiteiten.


Loop voor de kiosk langs en ga schuin rechts de Rue des Fossés in.


Via deze Grachtenstraat volg je het tracé van de vroegere stadsmuur aan de oostzijde van Virton. Aan de buitenzijde van de vroegere stadsgrachten loopt vandaag een vrij smalle ringweg rond het stadscentrum, waaraan langs de westzijde winkels, banken en restaurants liggen, maar hier aan de oostzijde zijn veel vroegere woningen bewaard gebleven. Het tweede huis rechts is al een apart geval, met twee deuren op beide uiteinden en twee ramen boven elkaar in het midden.


Steek even het kruispunt over naar die metalen krul rechts op het trottoir.


Spirale du 7ème Art - Spiraal van de 7de Kunst


Je staat nu voor de ‘Patria’, de enige bioscoop in Virton en omgevende dorpen. Sinds november 2005 staat hier de spiraal van Jean-Paul Deller, een gebeeldhouwd stukje film van 5 meter lengte, 2,80 m hoog. Als je weet dat in Virton jaarlijks een Festival du Film Européen plaatsvindt, dan begrijp je meteen het waarom van dit eerbetoon. De filmlus staat voor de creatieve vrijheid, die door de bol wordt vastgehouden op de strakke lijnen van de travelingrails, wat dan weer voor de dagelijkse verplichtingen staat, die de creativiteit intomen. Met nog wat extra verbeelding zie je ook nog de letter E van Europese film in de vorm van de filmstrook.


We keren even op onze stappen terug, steken opnieuw het kruispunt over en gaan vlak voor het crèmegele huis rechts door het steegje naar de Rue de la Momette. Daar gaan we even naar links, om dan rechts onder een huis door de Passage de la Couchale te kiezen, een kasseiwegje dat ons in de Rue Albert 1er brengt.


Voordat deze straat naar koning Albert I werd genoemd, spraken de Virtonezen van Rue de la Culotte (Korte Broekstraat). Bij zo’n naam is het meteen duidelijk dat we nu de wijk van de textielambachten betreden.


We slaan rechtsaf en nemen meteen de straat links die omhoog gaat, de Montée du Haut de la Vigne, de helling naar het wijngaardplateau.


Verwacht geen bloeiende wijngaard vol ranken, die is er sinds een eeuw niet meer. Maar vanaf de middeleeuwen is hier in Virton wel degelijk wijn gemaakt. Recenter is er nog wijn gemaakt van appelen, waaraan door toevoeging van het plantje lievevrouwebedstro een aperitiefdrank ontstond met de naam zygomars, enigszins te vergelijken met de maitrank die in Arlon populair is. Intussen is de productie van de Virtonse zygomars gestaakt en moet de toerist het stellen met het recept dat de toeristische dienst ter beschikking stelt. In de bossen van de Vallée de Rabais ten noordoosten van de stad houdt een folkloristische vereniging bepaalde weekends nog een uitspanning open die als ‘repaire Zygomars’ bekend staat.


Op de dag waarop Paulus’ bekering wordt herdacht – 25 januari – vechten op deze hoogte de vier winden om onderling uit te maken wat voor weer het wordt dat jaar.


Keer via de verharde trap rechts weer naar beneden, om te belanden op een pleintje, waar je links niet de bocht van de Rue Albert 1er volgt, maar enkele treden afdaalt naar de smalle Rue des Houplons.


Op het eerste gezicht kan het lijken dat je van de ene alcoholhoudende drank naar de andere gaat, van wijn naar het met hop gebrouwen bier. Maar de straatnaam is wel degelijk Houplons en niet Houblon (hop). Die ‘houplons’ waren de kaarders, die hier actief waren toen er in Virton nog stoffen werden geproduceerd. Kaarders moesten na het roten van vlas en het losmaken van de vezelbundels de vezels ontwarren en recht leggen om het mogelijk te maken die tot draden te spinnen.  


De Rue des Houplons loopt over in de Rue des Récollets, die uitkomt in de Rue d’Arlon pal voor de Musées Gaumais. Maar steek de Rue d’Arlon nog niet over, kijk even naar links naar een charmante bron.


La Fontaine Marie – Mariabron


Het is waarschijnlijk dat hier al vroeger een bron in openlucht was, maar het is zeker dat de Virtonezen hem al in 1563 gebruiken, want dan wordt hij vermeld als Fontaine Mère, de Moederfontein, zo genoemd omdat deze op de heuvelflank gelegen bron een reeks andere tappunten bevoorraadde.  

Eerst nog lavoir Sainte-Catherine (Sint-Katelijnewasplaats) geheten, verandert de naam in 1693 in  Fontaine Marie. Vaak worden dergelijke bronnen onder de bescherming van een god en later van een heilige geplaatst. Sommige bronnen zijn zelfs processieplaatsen geworden. Zoals in het nabije Harnoncourt, waar op 15 augustus het standbeeld van Sint-Rochus in een oude fontein wordt geplaatst, die dan een voorwerp van aanbidding wordt, waarvan de oorsprong teruggaat op een pestepidemie die driekwart van de bevolking van de Gaumestreek wegvaagde in 1636.


In 1764 wordt deze bron overdekt en krijgt zo de tegenwoordige aanblik. Als gevolg van een belasting op het gebruik van openbare wasplaatsen in 1815 wordt de Fontaine Marie gereserveerd voor de armere Virtonezen. De komst tussen 1869 en 1876 van waterkranen binnen de woning beperkt het gebruik van openbare watervoorzieningen.


Om het volksgeloof te benadrukken dat met het heilbrengende water gepaard ging, is op initiatief van Edmond Fouss van het Museum van de Gaumestreek in 1970 een H.Maagd met Kind in deze wasplaats neergezet. Het 19de-eeuwse beeldje is in 1986 opnieuw in de originele kleuren geverfd. Maar de arme bron leidt onder de tand des tijds. Maria en haar illustere zoon zullen naar verluidt een schuilplaats krijgen onder het afdak van het museum in afwachting van de verhoopte renovatie van de fontein.


Oversteken om de gebouwen te bekijken van


Les Musées gaumais – Musea van de Gaumestreek


De recolletten stichten in 1659 in Virton een klooster met kerk. Rond 1738 krijgen zij van landvoogdes Maria-Elisabeth van Oostenrijk, een zus van de Oostenrijkse keizer Karel VI, toestemming om een college (middelbare school) te openen, dat tegenover de Fontaine Marie verrijst, maar intussen afgebroken is. Die instelling staat in voor de opleiding en ontwikkeling van enkele bekend geworden lieden, met name Maximillien de Baillet Latour, die het tot veldmaarschalk van het keizerlijk leger weet te brengen en tussen 1790 en 1806 met een eigen ruiterkorps, de Latour Dragonders, tegen de Fransen strijdt, die dan de Oostenrijkse Nederlanden komen veroveren. Onder zijn nakomelingen is graaf Henri de Baillet Latour de stichter van het Belgisch Olympisch Comité, dat in 1920 de Olympische Spelen in het Antwerpse Beerschotstadion organiseert, waarbij voor het eerst de bekende vlag met Olympische ringen wordt ontplooid. Henri volgt in 1925 Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische Spelen, op als voorzitter van het IOC.


Een beruchter leerling van dit college is Henri Loison. Hij is de man onder wiens aanvoering op 13 juni 1792 de trappistenabdij van Orval wordt verwoest.


Wanneer de recolletten worden verdreven door de revolutionaire Fransen, krijgen hun gebouwen eerst andere bestemmingen, totdat ze op 27 november 1899 bij een brand vrijwel volledig verwoest worden. Alleen de boerderij blijft overeind, maar gelukkig wordt een van de kloostergebouwen herbouwd. Dankzij Edmond Fouss wordt daar in 1937 het Musée gaumais ondergebracht. Het gebouw wordt op dat moment nog eens stevig gerestaureerd en krijgt er in 1968 een klokkentoren bij met een heuse jaquemart, een klokslager in de vorm van een monnik. En in de jaren 1990 volgt dan de uitbreiding met een vier verdiepingen tellend nieuw gebouw in post-moderne stijl van het architectenduo Françis Bodson en Jean-Paul Claisse.  


Met een aantal afdelingen wordt een beeld gegeven van het artistieke, culturele en sociale leven van Virton en de Gaumestreek, vooral vroeger, ook een beetje nu. Nabij de ingang in het nieuwe deel ligt een groot steenblok met de afbeelding van de moissonneuse de Trévires, in 1958 gevonden in Montauban, een archeologische vindplaats nabij het dorp Buzenol, zo’n 11 km ten noorden van Virton. Op deze steen is een deel van een maaimachine afgebeeld, waarmee de Trevieren hun oogst binnenhaalden in de Gallo-romeinse periode. Een tweede steen met een gedeeltelijke afbeelding wordt bewaard in een museum in Arlon. Hier in dit museum zijn beide afbeeldingen en een ontbrekend middenstuk samengebracht in één illustratie, zodat je een goed beeld krijgt van dit staaltje pre-industriële techniek, waarbij een ezel achter de machine wordt ingespannen en dus niet trekt, maar duwt.


Daarnaast valt er aardewerk te zien uit de 18de en 19de eeuw van de koninklijke fabriek Boch uit het Luxemburgse Septfontaines, gietijzeren haardplaten van de ijzerindustrie in deze grensstreek met Luxemburg, fraai meubilair onder meer in de Edmond Fousszaal – de vroegere kapittelzaal van het klooster -, werk van de belangrijkste locale kunstenaars en in de kelder bij het volksgeloof een heel apart Mariabeeld, waarbij in de rug een tweede ouder beeldje verborgen bleek, zoals een antiquair uit Eindhoven ontdekte.


Als het je is opgevallen dat de museumnaam het thans heeft over ‘musées’ (musea), dan komt dit omdat buiten dit gebouw ook nog het stenenmuseum van Montauban in Étalle-Buzenol, het museum van het landelijk leven in Montquintin (Rouvroy) en het museum van militaire geschiedenis in Latour ertoe behoren. Wanneer je een bezoek aan het Virtonse museum wilt brengen, houdt er dan rekening mee dat er van 12 tot 14 uur wordt gesloten voor een middagpauze.


Nu langs het nieuwe museumgebouw de Rue d’Arlon in. De eerste straat links – A la cour Marchal – laat je gewoon links liggen. Rechts voor je zie je een wat verwaarloosd art deco-gebouw in pakketbootstijl uit begin jaren 1930 en links zie je een rozerood restaurant.


Le Franklin


Al in 1824 begint Pierre-Ferdinand Fayon op deze plaats met een brasserie. Na zijn dood komt die in 1911 in handen van notaris Foncin, liberaal burgemeester van Virton, die er een eigentijdse zaal voor theater- en filmvoorstellingen van maakt. Dankzij contacten van Foncin met een secretaris van koning Albert I krijgt hij bij die verbouwing medewerking van de architect van de Brusselse Muntschouwburg. De nieuwe zaal wordt Cercle Franklin (Franklin Kring) genoemd, naar Benjamin Franklin, de man die al in midden 18de eeuw bezig was met experimenten rond elektriciteit, een uitvinding die begin 20ste eeuw steeds duidelijker in het dagelijkse leven zijn nut bewees. Op 26 oktober 1913 wordt de nieuwe zaal officieel geopend.


In 1929 wordt Le Franklin uitsluitend bioscoop, die het volhoudt tot 1976. Nog even neemt een meubelzaak in 1980 er zijn intrek, waarna het gebouw stilaan vervalt. Dat zet zich door tot in 2002, als drie kameraden bekommerd om het locale patrimonium de publieke opinie mobiliseren tijdens een grootse Oudejaarsviering. Anne en Cédric Michaux wagen dan de stap. Ze restaureren het gebouw, beginnen er een horecazaak en willen nu ook de theaterzaal laten herleven.


Sla links de Rue de l’Abreuvoir in, die je een stukje afdaalt.


Abreuvoir betekent drenkplaats voor vee, dus het zal je niet verbazen dat je uitkomt bij een riviertje. Dit is le Ton, die op 370 meter hoogte ontspringt nabij Châtillon, noordoostelijk van Virton, en hier intussen tot zo’n 210 meter hoogte is gedaald, een verval van 160 meter over een afstand van slechts 16 km. Een eind verder zuidwaarts stroomt een tweede riviertje, la Vire. Een mannelijke Ton en een vrouwelijke Vire, dat moet wel tot een romance leiden en inderdaad komen beide riviertjes samen op de grens van Vieux-Virton en Saint-Mard, om onder de naam Ton richting Frankrijk te stromen, waar het Belgische water nog eens samenvloeit met het Franse van Le Chiers, om uiteindelijk in de Maas te eindigen.


De Ton en de Vire, natuurlijk ligt het voor de hand hier de verklaring te zoeken van de stadsnaam Virton. Maar dat ligt toch iets ingewikkelder. Die stadsnaam zou Keltisch zijn, waarbij ‘vir’ verwant is met het Engelse ‘war’ – oorlog, strijd –, terwijl ‘ton’ overeenkomt met ‘dun’ in Schotse en Ierse dialecten, waar het nog steeds ‘versterkte burcht, citadel’ betekent, zoals het ook voorkomt in de Franse stadsnaam Verdun. Virton heet aanvankelijk Vertun, gelatiniseerd tot Vertunum, waarna er eeuwenlang over Verton wordt gesproken. Maar met die naam wordt dan het huidige Vieux-Virton bedoeld, een klein gebied tussen Virton en Saint-Mard, waar ook het oudste kerkje van de streek nog overeind staat. Pas wanneer een deel van de bevolking zich noordelijker gaat vestigen bij een kasteel van de graaf van Chiny, onstaat de middeleeuwse omwalde stad, die eerst als Novum Vertunum in de annalen opduikt en pas in de 18de eeuw een klinkerwisseling ondergaat van ‘Verton’ naar ‘Virton’.


Sla na de brug rechts de Rue des Tanneries in.


Hier bevinden we ons in de vroegere wijk van de leerlooiers, want voor het nogal bewerkelijke productieproces van de leerlooierij is veel water nodig, vandaar de vestiging bij dit riviertje. Omdat leerlooien ook nogal wat stank met zich meebracht, werd deze bedrijvigheid liever wat aan de rand van de stad gehouden.


Je komt nu langs een voetbruggetje over de Ton naar een huis aan de overzijde. In dat huis leefde en werkte de schilderes Marguerite Brouhon.


Geboren in Virton op 17 juni 1922 is Marguerite Brouhon in haar leven op vele plaatsen geweest in een soort zoektocht naar het verloren paradijs van haar jeugd, om uiteindelijk hier terug te keren en in dit huis op 17 april 2004 te overlijden, 82 jaar oud. In haar poëtische schilderijen in een ietwat naïeve stijl komen regelmatig katten voor naast feeën, beide haar inspiratiebronnen.


Links op een van de huisjes volgend opschrift bij een blauwe vogel:


La Nomadie – “Je suis mort de ne risquer que le voyage du regard”, een dichtregel uit de bundel Nomadie van de Gaumse poëet Guy Goffette, gepubliceerd in 1979. Hier staat dat vers op het atelier van Jacqueline Hue, die hier van 1983 tot 2006 schilderlessen heeft gegeven. Eerst wilde zij met een vrachtwagen-atelier rondtrekken, omdat ze van mening was dat kunst in beweging moest blijven. Maar dat project heeft ze niet kunnen realiseren, ze is op een andere manier kunst moeten gaan benaderen en daar slaat dan de dichtregel ook op: “Ik ben gestorven doordat ik enkel de reis van het ernaar kijken heb aangedurfd.” Tussen haar geboorte in 1943 en haar dood in december 2009 heeft Jacqueline hier in haar woning heel wat mensen op een andere wijze naar de wereld rond hen leren kijken tijdens haar cursussen.


Even verder kom je aan het eind van de Rue des Tanneries en sta je op de Rue du Moulin. Steek over naar het parkeerterrein in de groenzone  met daarin weer een metalen sculpture van Albert Gatez, ‘Elévation’ geheten. Neem daar het pad rechts, dat over een voetbrugje over de rivier leidt. Bekijk even de stroomversnellingen rechts in de Ton en sla aan de andere oever linksaf op de hoek van het huis. Even tussen de bebouwing door en je staat op een open ruimte. Wandel tussen een muurtje en wat struikgewas naar de oever van de Ton, zodat je een goed zicht hebt op de


Moulin Naisse - Molen van Naisse


Henri de Clercq heeft deze molen is in 1558 laten bouwen. Hij maalt er salpeter en buskruit mee om in geweren en kanonnen te gebruiken. In 1665 wordt de molen voor Henri Anselle omgebouwd tot zaagmolen. Rond 1875 geeft de volgende eigenaar, Jules Colignon, de molen een nieuwe bestemming als schorsmolen: er wordt eikenschors gemalen, dat gebruikt wordt in een naast het gebouw gelegen looierij.


Bij het teloorgaan van de lokale leerlooierijen aan het begin van de 20ste eeuw, ziet Jules Collignon zich genoodzaakt de molen opnieuw om te bouwen tot zagerij. De zaagslede en de lintzaag worden via een riemoverbrenging aangedreven. Dat mechanisme is nog volledig intact. De molen komt in 1928 in handen van Jean Naisse. Hij moderniseert de zagerij en plaatst het nog bestaande brede, metalen onderslag waterrad met een vermogen van 6 pk. Het bedrijf is in 1968 stilgelegd. Sinds november 1990 is de molen als monument beschermd en de familie Naisse stelt op bepaalde dagen de molen open voor bezoekers. Dan worden er ook zaagdemonstraties gegeven.


Kijk eens achterom naar de stad, met links het grote gebouw van het Koninklijk Atheneum en recht voor je de huizen op verschillende hoogte op de helling tot aan de Rue d’Arlon bovenaan. Ga terug tot de open plek, want we gaan nu zelf ook naar boven via de Rue des Glycines, de Blauweregenstraat.


In dit sterk hellende straatje zie je op de hoek linksachter een muur met een poort in Moorse stijl, waarachter de villa Medina ligt, het huis waar een tijdlang Nestor Outer heeft gewoond. Deze aquarellist was inderdaad de nestor van de Virtonse schilders begin 20ste eeuw. Geboren in 1865 reist hij na een opleiding aan de Brusselse academie eerst naar Parijs, dan naar Afrika om uiteindelijk leraar aan het Koninklijk Atheneum van Virton te worden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog schildert hij taferelen van de dood en verwoesting in de naburige dorpen Ethe en Latour. Na zijn overlijden in 1930 wordt de Grand’Place in Virton herdoopt tot Place Nestor Outer.


Bovenaan staan we op de Place P. Roger, vroeger Place Verte (Groenplaats) geheten. Steek over en ga rechtsaf de Rue d’Arlon in, waar je meteen voor een wit en rood gestreept hotel staat.


La Tour d’Harival was voorheen de Grande Quincaillerie Fontaine, een winkel in ijzerwaren en andere metalen in dit opvallend gelijnd gebouw. In de Gaumestreek is er al vroeg ijzerindustrie actief. Op geringe diepte komen ijzererts houdende grondlagen voor, de vele bossen leverden volop houtskool voor eenvoudige hoogovens en de talrijke meertjes waarin beken uitkomen zorgden voor de nodige waterkracht om blaasbalgen aan te drijven. In het dorpje Buzenol ten noordoosten van Virton maakt de ijzerindustrie gebruik van een beekje, dat in 1656 bekendstaat als Grande Fontaine. Een mooi toeval, maar de ijzerwinkel kreeg zijn naam omdat het bedrijf gebouwd is op de plek waar eerder het huis van notaris Fontaine stond.


De metalurgie in Buzenol dateert reeds uit begin 16de eeuw, als op 6 april 1507  hertog Pierart Le Feivre van Lotharingen het bouwen van een watermolen in Buzenol toestaat, waarvoor hij jaarlijks tweehonderd pond ijzer en een kwart pond koper wil ontvangen. De ruïne van zo’n metaalbedrijf is nog te zien nabij Buzenol in Montauban. In dat bedrijf zijn de kanonskogels gegoten die gebruikt zijn tijdens de Krimoorlog (1854-’55) bij het beleg van Sebastopol.


Wandel nog even voort langs het witte huis op nr.7 ernaast.


In de tuin zie je achter een restant van de oude stadswal rond Virton met de Tour Layon.


Keer terug naar het kruispunt en sla rechts de Grand-rue in. Wanneer je rechts restaurant Le Celtic bent gepasseerd, kijk je even om en zie je een restant van de


Porte d’Harival


Ingebouwd in de zijwand van het restaurant een restant van een oude stadspoort, de Porte d’Harival ofwel Porte de France genoemd, de zuidelijke toegang tot Virton. Deze poort werd geflankeerd door twee torens, de Tour Marchant en de Tour Simon Sonneuse. Opmerkelijk is dat de straat die de stad verlaat recht tegenover de Grand-rue de Faubourg d’Arival heet, blijkbaar is daar die niet uitgesproken H nu ook in de schrijfwijze weggevallen. Een faubourg is een wijk net buiten de stadswallen. Het heeft niets te maken met het Franse woord ‘faux’ (vals), maar met het Latijnse ‘foris’ (buiten) en het woord was oorspronkelijk ‘forsbourg’ – buiten de burcht.


De Grand-rue mag dan de winkelstraat van Virton-centrum zijn, toch zal je hier geen ketenfilialen aantreffen, maar vooral lokale handelszaken achter nieuwe, maar ook achter mooie oude winkelgevels en helaas ook wat leegstand achter met name die oudere gevels, wat hun behoud hypothekeert. De grote ketens liggen aan de Val d’Away, een nieuwe verbindingsweg aan de noordoostelijke stadsrand links van de hoofdweg naar Arlon.


We wandelen verder de winkelstraat Grand-rue door tot we aan de rechterkant de roze vensterluiken zien van


Restaurant Entre Nous – Grand-rue 34


Marie-Anne Schréder droomt er aanvankelijk van om in haar ouderlijk huis een table d’hôte in te richten. Zij stamt dan ook uit een gezin van tuinbouwers. Maar het loopt anders. Zij ontmoet schrijnwerker Dominique Escarmelle, die als hobby koken en goede wijn heeft. Wanneer dit tweetal in 2003 op een van de oudste woningen van Virton stuit, wagen ze de stap en kopen het huis waar decennia lang de familie Blaise eerst de bazaar ‘Au Bon Marché’ en daarna een patisserie-confiserie heeft geëxploiteerd.


Nadat Myriam Laperche en Francis Lequeux erbij zijn gekomen, wordt het plan voor een eigen restaurant concreet. Er volgt een renovatie in 2004, waarbij het absoluut een voordeel is dat Dominique al vaker dit soort oude Lotharingse woningen heeft gerestaureerd. Hij stelt vast dat sommige stenen van hun woning keizer Karel V nog moeten hebben gekend, dus 16de-eeuws zijn. Hij krijgt ook hulp van historicus Pierre Libert om deze onderneming binnen de algehele herwaardering van het centrum van Virton te laten passen. Bij het in orde brengen van de kelder komt zelfs een 13de-eeuwse put aan het licht. Die kelder wordt tot Bar à Vin ingericht, waar elke derde vrijdag van de maand de Club Baragou neerstrijkt, een gezelschap van wijn-, whisky- en bierkenners. Op het gelijkvloers komt restaurant Entre Nous en op de verdiepingen gaan Marie-Anne en Dominique een gezin stichten.


Sla linksaf, de in 2013 gerenoveerde Place Nestor Outer op, met recht voor je de


Église Saint-Laurent – Sint-Laurentiuskerk.


Nadat de middeleeuwse Saint-Laurentkerk enkele keren door Franse soldaten in brand was gestoken, was het na Napoleon in de 19de eeuw stilaan tijd voor een nieuw kerkgebouw, waartoe in 1822 wordt besloten. Ontwerper is graaf d’Holgard, een gepensioneerde luitenant-kolonel van de Belgische Genie, die in Virton woont. Aannemer Jacques-Modeste Guillemard uit de nabije Franse stad Longwy en gespecialiseerd in vestingwerken klaart de klus tussen 1826 en 1834. Bedenk daarbij dat deze kerk deels op de fundamenten van een stuk stadsmuur en de Pierron muurtoren staat. De keuze voor een neoklassieke stijl houdt een imposante voorgevel in, met vier zuilen, alsof het hier om een tempel uit de Griekse oudheid gaat. Beeldhouwer Lepry uit Stenay beeldhouwt de afbeelding in de driehoek bovenop de zuilen.


Binnen staat een preekstoel van beeldhouwer Martin Jacques anno 1745, die uit het recollettenklooster (nu Musées Gaumais) is overgekomen. Vier evangelisten en de Zaaier versieren de kuip. Onder het klankbord een duif - de inspiratie gevende Heilige Geest – en bovenop hydra, een zevenkoppig monster dat vertrapt wordt door een paus, zwaaiend met een monstrans als afschrikwekkend wapen.

Het schilderij ‘De verschijning van Maria aan Sint-Bernardus’ is een 17de-eeuws werkstuk van Gaspar de Crayer, de man die werd gevraagd door parochies voor wie een echte Rubens wat te prijzig uitviel.


In 1935 heeft Leon Pringels, een schilder uit het Brusselse, veertien kruiswegstaties geschilderd voor de kapel van het Instituut van de Heilige Familie in Virton. Nadat die kapel tussen 1999 en 2001 is verbouwd tot een CyberMedia-ruimte is deze kruisweg naar de Saint-Laurentkerk gekomen en ook het altaar uit die schoolkapel verhuist in 2000 mee naar hier.

Het in 1960 ingewijde orgel achterin het schip is van Jean Gomrée, telg uit een familie van drie generaties orgelbouwers uit Sainte-Marie-sur-Semois, die ook het orgel in de nabije gemeente Chenois bouwde.


Uit 1957 stammen drie glasramen van Louis-Marie Londot, een Namenaar die ook heel wat andere kerken in Wallonië van zijn doorzichtige kunstwerken heeft voorzien. Hier vervangen ze glasramen die in mei 1940 door het ontploffen van een granaat zijn verwoest. Ze stellen voor Pinksteren, de Hemelvaart van Maria en de doop van Jezus door Johannes.

Joseph en Christiane Michel-Adam schenken ter herinnering aan het pausbezoek van Johannes-Paulus II in 1995 aan België een glasraam, gemaakt door het atelier Van Veerdegem-Vosch uit Elsene en geïnstaleerd in april 2009. Hierop zie je de paus met boven hem pater Damiaan en Broeder Mutien-Marie, beiden heilig verklaard, respectievelijk in 1995 en 1988.


In de kleine klokkentoren wordt binnenkort een beiaard van elf klokken gehangen, gesponsord door de Virtonse bevolking. Maar die toren heeft in 1848 nog iets speciaals meegemaakt. Dat is het jaar van de Parijse revolutie op 23 en 24 februari, waarbij de Franse koning Louis-Philippe na vijftien jaar op de troon tot aftreden wordt gedwongen en Frankrijk een republiek wordt. In Virton willen een aantal jongeren dat voorbeeld volgen, hangen een rode vlag aan de klokkentoren van de Saint-Laurent, nadat ze de deken hebben gedwongen hen binnen te laten in de kerk. Hun revolutie duurt welgeteld één dag, dan komen vanuit Arlon tweehonderd soldaten hen verjagen, wordt de vlag naar beneden gehaald en verbrand. Daarmee was de kous niet af: het kantoncommissariaat Virton wordt afgeschaft en een eeuw lang laat het Belgische vorstenhuis zich niet meer zien in de stad. De vrouw van Leopold I, koningin Louise van Orléans, was immers een dochter van de afgetreden Franse vorst. Pas in 1970, bij de 700ste verjaardag van de verlening van het vrijheidscharter aan Virton, komt het weer goed.


Kijk ook nog even naar een speciale winkel aan je linkerhand op nr.2, Safran Gaumais. Hier verkopen Véronique Merville en Pascal Cherain producten op basis van door hen zelf nabij Virton gewonnen safraan. Daartoe hebben ze dertig are met de crocus sativus volgezet, want dat is het enige bloempje ter wereld dat via drie rood-oranje meeldraden het kostbare safraan levert. Die naam komt van het Arabische za’faran (geel).


Ga rechts langs de kerk en ga verder tot het kruispunt. Aan de overzijde zie je links het


Hôtel de Ville - Stadhuis


Een groot gebouw uit 1859 in wat wel ‘stationsstijl’ wordt genoemd. Tijdens de openingsuren loont het de moeite om even binnen te stappen en de brede trap naar de eerste verdieping op te gaan. Daar zie je een fresco uit 1973 van Marguerite Brouhon met haar huis en de stad Virton op de achtergrond, plus haar eeuwige thema’s, de droomwereld en de katten. Op het gelijkvloers is er een wand met keramiek van Ernest Bernardy, waar het leven in Virton anno 1270 wordt afgebeeld: Graaf Louis V van Chiny en zijn echtgenote overhandigen aan de eerste magistraat het stadscharter. Zij zijn vergezeld van hovelingen, bedienden, monniken en trompetters. Centraal zien we dezelfde personages aan het banket met daarbij boeren en slagers, dus de mensen die voor dit eetmaal hebben gezorgd. Als derde tafereel is er de markt met marktkramers, spelende kinderen en discussiërende kopers. Links van deze markt de toenmalige houtbewerkers en rechts naast hen pottenbakkers, steenhouwers en herders. De achterzijde van de brede trap bestaat uit een werkstuk van Albert Gatez uit de jaren 1970 uit gelaste metalen platen, die hun onregelmatige oppervlak hebben gekregen door ze elektrisch op te laden.


Buiten op het bordes van het stadhuis heeft Georges Lorand een monument gekregen. Hij was een liberale gedeputeerde die tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol heeft gespeeld en daarvoor al in 1920 een gedenkteken kreeg. Maar de Duitsers vernielden het in de Tweede Wereldoorlog, waarna het in 1953 is vervangen en er meteen een monument voor de slachtoffers van deze laatste oorlog aan werd toegevoegd.


Wandel nu even tot aan de hoek met de Avenue Bouvier.


Fontaine de l’éclips - Eclipsfontein


Dit waterspel herinnert nog eens aan de totale zonsverduistering van 11 augustus 1999. Op initiatief van burgemeester Pierre Scharff  werd in het jaar 2000 deze fontein gerealiseerd door architect Pascal Sommeillier van bureau Pro Urba, samen met het bedrijf Tragesom. Een bol uit zwart graniet van 70 cm doorsnee en 485 kilo wegend met daarop de wereldkaart gegraveerd stelt onze aarde voor. Een zwarte marmeren schijf van 30 cm links aan de wand stelt de maan voor, die de zon verbergt. Onder de bol wordt water met een zekere kracht gepompt, dat de bol optilt, waarna die rond gaat draaien om een noord-zuid as die een hoek van 23° maakt met een verticale loodlijn.


Zet enkele stappen in de Avenue Bouvier en kijk naar het huis aan de overzijde.


La Maison Simonet - Huize Simonet


In 1909 laat het echtpaar Édouard-Narcisse Simonet en Louisa Gilles door aannemer Jan Hugen een groot huis bouwen, dat een woonhuis en een winkel combineert, alles in fraaie Beaux-Artsstijl. Links het woonhuis over drie traveeën met een brede voordeur met daarboven een balkon met een iets smallere balkondeur, waarbij de bovenramen van beide deuren hetzelfde patroon vertonen, alleen onderaan wat breder uitgewerkt dan op de verdieping. Dit soort huizen waren op dat moment erg in trek in Brussel, maar voor Virton is het iets bijzonders. Ook het mansardedak met zijn dakkapellen, tweemaal ruim, viermaal beperkt tot een oeil-de-boeuf, is opvallend. Rechts was een beddengoed- en stoffenwinkel met daaraan een confectieatelier dat de Tweede Wereldoorlog niet heeft overleefd. Sinds 1993 is het huis beschermd als monument en intussen is er achterin een gîte (vakantieverblijf) geïnstalleerd.


Terug naar het kruispunt en links de Rue Docteur Jeanty in. Wanneer je deze straat uitloopt, bereik je weldra weer ons vertrekpunt en kan je bij het Maison du Tourisme nog wat kaartjes kopen om aan de thuisblijvers te sturen. Postzegels kan je daar ook kopen en de brievenbus is op minder dan een minuut aan de overzijde bij het postkantoor in de Rue Docteur Jeanty.